Mythe van de zee

De mythe van Katwijk is nog vers. Als je naar de badplaats reist en enkele authentieke Katwijkers ernaar vraagt zullen ze zich geschokt afwenden, naar huis rennen en de deur achter zich vergrendelen. De mythe had beter nog een eeuw kunnen rijpen. Maar auteur Robert Haasnoot kon het geduld niet opbrengen. Dit voorjaar publiceerde hij de roman Waanzee, waarin de krankzinnige historie uit de doeken wordt gedaan.

Het is 1915. De Eerste Wereldoorlog woedt. ‘God had Zijn handen van het mensdom afgetrokken. (…) Op een paar uur sporen van het dorp kon je het gebulder van kanonnen horen en voelde je de aarde schudden. Vooralsnog bleef het Vaderland het oorlogsgeweld bespaard, maar soms lag er na een regenbui fijne en naar bloed geurende as op de huizen en straten van Zeewijk, door de wind aangevoerd uit het brandende, roomse België’, schrijft Haasnoot. Omdat de mythe nog zo vers is en hijzelf in Katwijk is opgegroeid, heeft hij ervoor gekozen de plaatsnaam te verbasteren. De godvruchtigste Katwijker is Arend Falkenier. Arend is er zeker van dat de Heere hem uitverkoren heeft. Katwijk is een van de laatste vrome plekken op aarde en Arend moet, nu het doemscenario van de Johannes-openbaringen in werking is getreden, de allerbevindelijkste Katwijkers naar het hemelse Jeruzalem gidsen. Arend monstert aan op de Noordzee(V, een Katwijkse logger die koers zet naar de visrijke Doggersbank. Op zee worden de wenken Gods duidelijker en duidelijker. Arend gaat in tongen spreken en de voltallige bemanning, inclusief de kapitein, zijn ervan overtuigd dat hij ’s(Heere’s uitverkorene is. Katwijk, maakt Arend de mannen wijs, is niet meer. De eindtijd is aangebroken, het wachten is nu op het door God gezonden witte schip. Omdat het wachten lang is beginnen sommigen aan Arends beweringen te twijfelen. Arend stookt de rest van de bemanning tegen ze op. Meedogenloos worden de ongelovigen om het leven gebracht. Er verschijnt een schip aan de einder. Het blijkt niet de langverwachte witte verlossingsark te zijn, maar de Petronella van schipper Jan Klok, de gloednieuwe logger van Katwijkse reder Gijs Hoek & Zonen. Arend houdt de mannen voor dat God er een bedoeling mee heeft. De Petronella ís de verlossingsark. De kapitein van de Petronella denkt daar anders over en weigert op last van de waanzinnige Arend de koers richting Jeruzalem te verleggen. 'Ga maar gauw terug naar Zeewijk, want ’t is een stuivertje op z'n kant met jullie!’ roept schipper Klok hen na. Arend geeft zijn volgelingen te kennen dat God ze dan hoogstwaarschijnlijk op het eigen schip naar de heilige stad wil loodsen. Daartoe moet het schip volledig gestript worden. Arend geeft de mannen opdracht de boot volledig te ontmantelen. Daags na de Petronella verschijnt er een nieuw schip aan de horizon. Het is een Noors stoomschip. De Noren halen met lichte dwang de verwilderde psychoten van hun gehavende schip. In de kranten verschijnen de eerste berichten: moordlustige godsdienstwaanzinnigen op Katwijkse logger. Arend en zijn volgelingen worden geïnterneerd en mogen Katwijk nimmer meer betreden. De vloek van de Gekkenlogger rust nog steeds op de gezinnen van de overlevenden, schrijft Haasnoot. 'Ze hebben het na hun terugkeer in Zeewijk niet gemakkelijk gehad. Spot en hoon vielen hun ten deel, hun kinderen werden op straat uitgejouwd en hun vrouwen werden met de nek aangekeken. De misdaden der vaderen zullen tot in het derde en vierde geslacht bezocht worden, vrees ik.’