Mythebouwer

In Frankrijk heeft de legende van Napoleon als groot staatsman lang standgehouden. Niet in de laatste plaats door toedoen van zijn biograaf Frederic Masson, die zo’n twintig vuistdikke boeken aan het Corsicaanse fenomeen wijdde, waarin hij zijn bewondering voor het militaire genie niet onder stoelen of banken stak. De legende die Napoleon grotendeels zelf had geregisseerd beheerste tijdenlang de Franse geschiedenis.
Historicus Jacques Presser ging de kleine generaal in zijn Napoleon: Historie en legende heel anders te lijf. Was Napoleon Bonaparte het voorbeeld van een succesvol staatshoofd dat uiteindelijk ten onder ging aan zijn eigen machtswellust, of was hij een legende die minutieus in elkaar was gezet om het nageslacht te imponeren? Dat is de hoofdvraag die Presser zich stelt en in zo’n achthonderd pagina’s tekst poogt te beantwoorden. Hij schreef een historisch werk dat leest als een meeslepende roman; de stof is hem zo vertrouwd dat hij jongleert met feiten zonder op de chronologie te hoeven letten. Napoleon: Historie en legende is thematisch opgezet; Presser behandelt de dictator alsof hij nog leeft. In een scherpe polemische stijl bouwt hij een zaak op tegen de legende en werkt hij systematisch de geschiedenis door op verzinsel en werkelijkheid. Leugen en waarheid liepen bij Napoleon in elkaar over en niet alleen bewonderende historici als Masson namen het niet zo nauw met de historische werkelijkheid, ook in romans van Hugo, Balzac, Dostojevski en Stendhal werden Napoleons heldendaden op de slagvelden beeldend beschreven. Napoleon was zich bewust van het historische belang van literatuur en probeerde schrijvers ook aan zich te binden.
Presser beschouwt Napoleon als een groot acteur. Ambitieus en met gevoel voor theater klom hij als luitenant in het leger op en schopte het tot eerste consul en uiteindelijk zelfs tot keizer van Frankrijk en een groot deel van de wereld. Hij was opgegroeid in het arme Corsica en beschikte over weinig flair of goede manieren, maar via de adel die de revolutie had overleefd wist hij zich het toenmalig sophisticated gedrag aan te leren. Al vroeg begreep Napoleon dat staatsmacht tot stabiliteit zou leiden als hij zo goed mogelijk het ancien régime wist te kopiëren. Hij verzamelde zo veel mogelijk adel om zich heen, bedolf hen onder fortuinen en paleizen en verhief zijn uitgebreide familie tot prinsen en prinsessen. Officieren die uitblonken werden in de adelstand verheven en ook zij kregen landgoederen en kastelen om zich te verpozen; het geld voor deze uitspattingen werd geroofd tijdens de veldslagen in rijke landen.
Ook het islamitische deel van de wereld viel binnen het begerige blikveld van Napoleon. Met zijn leger trok hij op naar Turkije en Egypte en hij ‘bekeerde’ zich tot de islam. Als een kameleon wist Napoleon zich aan situaties aan te passen, zolang het in zijn voordeel was. Als de wereld eenmaal van hem was, zo nam hij zich voor, kon de rust weerkeren en zou hij rechtvaardig en doelmatig regeren.
Zoals altijd draaide alles om geld. Na de revolutie was er een kredietcrisis uitgebroken en Napoleon bracht naast pracht en praal weer geld in het laatje. Soldaten waren bereidwillig, al ontvingen ze nauwelijks of geen soldij, maar ook zij kregen hun deel van de kunstschatten uit veroverde landen. Wijn, vrouwen en rijkdom: het lag allemaal voor het grijpen.
Als eerste consul speelde de acteur Napoleon al voor zonnekoning. De etiquette aan het ‘hof’ werd steeds strenger en hij overwoog zelfs de gewoonte van het ancien régime over te nemen om in het openbaar te dineren. De tafelschikkingen waren onwrikbaar en het aantal hertogen en, later tijdens het keizerschap: koninklijke hoogheden, was niet meer te tellen. De vele zusters en broers – een stelletje ongelooflijke uitvreters – kregen de verschillende veroverde landen cadeau, al maakten ze Napoleon het leven zuur door altijd te zeuren om meer. En wie zich afhankelijk opstelde kreeg ook altijd meer. Napoleon had een voorkeur voor kruipers.
Hij bracht Frankrijk, dat na de revolutie in wanorde verkeerde, weer enige voorspoed en zijn populariteit was groot. Het Franse zelfrespect groeide en de adel verrijkte zich als vanouds met het goud, het geldmiddel waarin Napoleon heilig geloofde. Hij had geen enkel vertrouwen in bankbiljetten. Hij maakte maar één cruciale vergissing: zijn selfmade hof bestond uit parvenu’s en parasieten; ze vraten uit de staatsruif zo veel ze konden. Langzamerhand begon het tot Napoleon door te dringen dat zijn politieke omgeving als los zand aan elkaar hing. Op het toppunt van zijn macht begon hij ernstig over zijn opvolging na te denken en besefte hij dat zijn vrouw Josephine nooit meer een zoon zou baren. Ze was te oud. Als keizer liet hij zich van haar scheiden en trouwde hij de Oostenrijkse Marie-Louise uit de Habsburger koninklijke familie, waarvan de vrouwelijke leden bekendstonden om hun opvallende vruchtbaarheid.
Napoleon verzekerde zich van toekomstig nageslacht en bereidde zijn grote veldslag in Rusland voor. Presser beschrijft in een indrukwekkend hoofdstuk het meesterstuk op het gebied van mythevorming, want het sprookje over de kou als oorzaak van deze mislukte verovering leeft tot op de dag van vandaag voort.
Napoleons leger viel Rusland binnen in de veronderstelling dat het een nieuwe strooptocht zou zijn. Dat viel faliekant tegen. In plaats van de verwachte kunstschatten en paleizen troffen ze een verpauperd land aan. Er waren nauwelijks berijdbare wegen of fatsoenlijke huizen. Ze trokken langs armzalige dorpjes met hutjes, voedsel en water waren niet te vinden. Er heerste hongersnood en dysenterie. Strompelend, ziek en vervuild vervolgde het leger de wanhoopstocht, de afstanden waren gigantisch; er viel niets te veroveren. Het werd een rampzalige en zinloze onderneming. Veel soldaten pleegden zelfmoord of deserteerden. De paarden vielen dood neer. Napoleon had zich verkeken en hij bedacht in overleg met zijn adellijke vrienden een effectief noodplan.
Toen de koude in de winter toesloeg en het aantal slachtoffers naar de half miljoen steeg werd het nieuws verspreid dat al vanaf begin september metersdikke sneeuw was gevallen. Door stomme pech had de winter maanden te vroeg ingezet en mislukte de groots opgezette veldtocht. Een publiciteitscampagne werd gelanceerd om de wereld te overtuigen van Napoleons gelijk. Onkunde had er niets mee te maken. Napoleon maakte geen fouten. Rusland zou wel degelijk veroverd zijn als de seizoenen niet per ongeluk in de war waren geraakt.
Zonder leger en met een morrend volk was Napoleons ondergang onvermijdelijk – zelfs de kindsoldaten raakten op. Maar zijn reputatie bleef overeind. Toen hij naar Elba werd gestuurd en dit ministaatje bestuurde alsof het een supermacht was, greep hij de kans om nog een keer terug te keren en een nieuw leger te dwingen Waterloo te veroveren. Het laatste debacle, maar volgens de legende opnieuw een heldendaad.
Verloor Napoleon Bonaparte ooit de moed? Toen de Engelsen hem dwongen onder erbarmelijke omstandigheden in ballingschap te leven op het vulkaaneilandje Sint-Helena creëerde hij opnieuw een hofhouding. Opnieuw schonk hij adellijke titels aan willekeurige omstanders, al teerde hij inmiddels in op zijn eigen vermogen, nadat zijn officiële inkomen was gereduceerd. Iedere middag inspecteerde hij de ‘vloot’. Zijn memoires dicteerde hij aan diverse ‘adellijke’ medebewoners, die uitsluitend van plan waren er in Frankrijk hun voordeel mee te doen. Lijdend aan zwaarlijvigheid en vervuiling bleef Napoleon in zijn piepkleine huis keizer spelen. Het nageslacht zou alleen de staatsman kennen en niet de verslagen acteur. Zijn tragiek was dat hij levenslang omringd werd door uitbuiters; bijna niemand zocht hem meer op. Marie-Louise had een geliefde en Napoleons zoontje, ‘het arendsjong’, kwijnde weg op het kasteel Schönbrunn in Wenen. Zijn moeder bracht hem een keer een bezoek; zijn broers en zusters trachtten slechts het vege lijf en hun rijkdommen te redden. Inmiddels waren alle inwoners van Sint-Helena besmet door de dysenterie. Ook Napoleon. Hij stierf in zijn kleine huisje. En de legende, geconstrueerd tot in detail, leefde voort.

Dr. J. Presser, Napoleon: Historie en Legende, Elsevier, 1946