Ger Groot

Mythen en moedwil

Op zaterdag klonk het commentaar, in de irrealis-vorm, nog sussend: «Ayaan, was ik toen aan het bewind geweest, dan had ik jou ook uitgezet.» Het was Hirsi Ali zelf die deze telefonische mededeling van Rita Verdonk naar buiten bracht. Ruim twee etmalen later lagen de zaken er heel anders voor. De rigiditeit van het beleid-Verdonk bleek zich niet te beperken tot gedane zaken die geen keer namen. Plots was Hirsi Ali niet alleen haar nationaliteit en daarmee de legitimiteit van haar kamerlidmaatschap kwijt, maar – als oorzaak daarvan – zelfs haar naam, die anders bleek te luiden dan iedereen altijd had gedacht.
In de afgelopen jaren werd de mythevorming rond Hirsi Ali steeds groter, totdat ze er zelf door werd overwoekerd. De vluchtsage van uithuwelijking en oorlogsgeweld, en de maar al te reële bedreiging waarvan ze in Nederland ten slotte daadwerkelijk slachtoffer werd, maakte haar tot een politieke superster naar mondiale maat. Haar vertrek uit Nederland zal daaraan waarschijnlijk alleen maar een nieuwe dimensie toevoegen. Van de dubieuzere kanten van haar carrière wil het buitenland vooralsnog niets weten.

Hoe lang dat duren zal, in een neoconservatieve denktank die met feminisme weinig opheeft en in een land dat zich angstvallig van kritiek op andermans religie onthoudt, is een vraag met donkere ondertonen. De gedrevenheid die Hirsi Ali tot haar ongezouten uitspraken bracht, lijkt haar ook in de VS voor te bestemmen tot een conflict dat haar – net als in Nederland – groot maakt om op termijn haar ondergang te worden. Als een Antigone neemt ze de handschoen op tegen een maatschappelijke en politieke macht waarmee zij geen compromissen wenst te sluiten. Wie Sophocles goed leest, weet dat de heerser Kreon niet de enige schuldige is aan de tragische escalatie die zal leiden tot haar dood – en die van velen om haar heen.

Rita Verdonk lijkt in dit drama de heersersrol volmaakt te belichamen. Net als Kreon heeft zij zich vastgebeten in een regeringsstijl die na de chaos schoon schip wil maken door rigoureus te doen wat zij voor goed houdt. Meer nog dan de inhoud van haar beleid is deze onbuigzaamheid haar handelsmerk geworden. Maar in haar onvoorziene conflict met Hirsi Ali blijkt zij zichzelf klem te hebben gezet, zonder enige manoeuvreerruimte. Beide protagonisten werden zo het slachtoffer van hun sterkste troeven – de mythologie-Ayaan en het «rechtdoorzee» van Rita – op het moment waarop hun beider lot ongelukkig botste.

Daardoor zijn zij beiden beschadigd geraakt, al is het nog te vroeg om van een tragische ondergang te spreken. Slachtoffers onder de omstanders vallen ook hier – en in tegenstelling tot bij Sophocles zijn zij verre van onschuldig. Voor het partijdrama dat zich onder onze ogen in de vvd afspeelt vormen de koningsdrama’s van Shakespeare een beter model – al was het maar omdat die laatste, meer dan de nobele Griek, een scherper oog had voor gekonkel, baatzucht en lafhartigheid.

Schaamteloos werd de mythe-Ayaan door de coryfeeën van deze partij omarmd, toen zij niet alleen electoraal succes en een verblindend nieuw glamour beloofde. In één moeite door plaatste haar overstap de partij waarvan zij was afgesnoept in de hoek van de argelozen die het gevaar maar niet wilden zien. Te midden van de superlatieven die haar binnen korte tijd zelfs boven het Binnenhof deden uitgroeien, zag eurocommissaris Kroes er geen been in haar niet-bestaande burgeroorlogservaringen tegen beter weten in tot het vijfvoudige op te kloppen.

Aan dit soort uitspraken worden de partijleiders op dit moment liever niet herinnerd. Dat de ijzeren logica waarin hun eigen minister en eventuele lijsttrekker zichzelf heeft ingesnoerd ook hún probleem is, komt minder goed gelegen dan de plotselinge lankmoedigheid die de hand over het hart strijkt ten aanzien van «oude» feiten die al lang bekend waren. Een kronkeliger excuus is moeilijk denkbaar. De feiten die deze partijcoryfeeën kenden, maken hen eens te meer tot medeplichtigen aan een kiezersbedrog dat daarmee niet is vergeven maar verergerd.

De vvd, die waarschijnlijk voor de ingrijpendste ideologische keuze uit haar geschiedenis staat, is daarmee ook op persoonlijk vlak in het ongerede geraakt. In arren moede schuift het partijkader – van Kroes tot Van Aartsen – de schuld maar op de Nederlandse samenleving als geheel – dankbaar bijgevallen door het slachtoffer, dat haar vertrek liever wijt aan haar buren dan aan haar eigen juridische wespennest.

Het probleem dat Nederland heeft, is er daarmee echter niet minder om. In de Ayaan-mythologie staat het land nu al wereldwijd te kijk als het zoveelste ongure oord dat haastig moest worden ontvlucht. En plots krijgt haar onverklaarbare keuze voor een denktank die vooral de vrije markt is toegedaan, een symbolische meerwaarde. Die vrije markt betekent in praktijk gewoonlijk: winsten voor de ondernemer, verliezen voor de staat. Met de Nederlanse op- en ondergang van Hirsi Ali speelt haar partij hetzelfde spel. De winst mocht zij op haar eigen conto schrijven en het verlies wordt mondiaal afgeboekt op de natie. Zo kennen wij de oude vvd gelukkig toch weer terug.