Mythisch eiland

Corsica viert dit jaar het bicentenaire van Pascal Paoli (1725-1807). Deze politiek denker experimenteerde ruim voor de Amerikaanse en Franse revolutie met democratisch zelfbestuur.

Pasquale de ‘Paoli (1725-1807)
La Corse au coeur de l’Europe des Lumières
Musée de la Corse, 412 blz., € 39,-

Dominique Gresle-Pouligny
Cartographier La Corse au temps de Pasquale de ‘Paoli: Les cartes et l’histoire 1755-1807
Éditions Albiana, 89 blz., € 15,-

In 1769 verscheen in opdracht van de Franse marine de Grand Atlas de la Corse. Het is de eerste betrouwbare kaart van Corsica, getekend door ingenieur géographe Jacques-Nicolas Bellin. Zijn tekenstijl is illustratief voor de Franse militaire cartografie uit de achttiende eeuw: ontdaan van alle franje maar uiterst functioneel. Mijl voor mijl volgen we de kustlijn van Bonifacio naar Calvi, de bergen in het binnenland en diepten van deze zee. Ook stratenpatronen, de karakteristieke Genuese torens en andere strategische objecten staan er keurig op.

Bellin ging de Franse troepen vooruit. Een actuele kaart werd politieke noodzaak toen de republiek Genua – sinds de vijftiende eeuw kolonisator van het eiland en op dat moment een stadstaat in verval – haar grip op het eiland verloor en de militaire steun van Frankrijk zocht.

Corsica bleek een lastig te controleren gebied. De Genuezen waren, net zo min als de Etrusken, Grieken, Romeinen en de Saracenen, in staat tot effectief bestuur zonder onderdrukking en corruptie. Voor de komst van de Fransen stond Corsica al veertig jaar in het teken van opstand: na een belastingopstootje volgde de rebellie die zich als een olievlek uitbreidde, waarop anarchie uitbrak. Na een hilarische periode, waarin de roy de carnaval Theodor von Neuhoff en de Groninger jonker-oplichter Ripperda de Corsicanen gouden bergen beloofden, volgde het tijdperk-Paoli. Pascal Paoli – jong, charmant en intellectueel aangestoken door de politieke Illuminismo-_lectuur tijdens zijn studiejaren in Napels – voerde een tweefrontenoorlog: hij combineerde de onafhankelijkheidsstrijd van het eiland met een beschavingsoffensief. Hoogtepunt van de Paoli-erfenis was zijn grondwet voor het eiland, die in 1755 op de _consulte te Corte door de pères du commune werd aangenomen. Paoli bouwde zijn grondwet op dergelijke eeuwenoude bestuursinstellingen. Modern was dat hij daarbij de soevereiniteit en het welzijn van de bevolking als uitgangspunt nam.

Deze constitutie maakte van Pasquale Paoli de cultheld van intellectueel Europa. Jean-Jacques Rousseau zag in Paoli’s Corsica de verwezenlijking van zijn natuurstaat en herschreef er zijn Contrat social voor. Paoli’s grootste bewonderaar was echter ongetwijfeld de Schotse schrijver James Boswell. Aan het eind van zijn grand tour belandde hij op Corsica met een aanbevelingsbrief van ‘wild philosopher’ Rousseau en een ‘melancholy mind’:

‘Sir, I am upon my travels, and have lately visited Rome. I come from seeing the ruins of one brave and free people: I now see the rise of another.’ Met Paoli dronk Boswell uit bergbeken, at kastanjes uit de Castagniccia en bewonderde de mooi beslagen pistolen uit die streek. Ook interviewde hij de beul van het eiland en sloot hij zich op in de bibliotheek van Paoli’s nieuwe universiteit.

Boswell legde zijn indrukken van zes gelukkige weken vast in zijn Journal of a Tour to Corsica. Het boekje werd een Europees succes. Russische en Nederlandse edities verschenen en Belle van Zuylen, alias Zélide, tekende voor de Franse vertaling. Verpakt in lieflijke natuurbeschrijvingen bevatte het boekje een niet mis te verstane politieke boodschap: gewapende strijd is geoorloofd, mits voor een democratisch ideaal. Het reisverslag vond zijn weg naar de Amerikaanse koloniën en ook later lieten de burger-revolutionairen van 1848 zich door Paoli’s Corsica inspireren. Boswell zelf was niet te beroerd om in traditionele Corsicaanse dracht fondsen te werven om de wapenproductie op het eiland op peil te houden.

De Corsicaanse vrijstaat duurde van 1755 tot 1769. Franse troepen liepen Corsica bij Ponte Nova onder de voet. Paoli verliet het eiland via de achterdeur. Nieuwe kaartmakers kwamen. Het zogenaamde Terrier-plan bezegelde de Franse hegemonie: dertig landmeters en tekenaars legden met driehoeksmeting op 37 kaartbladen het nieuw verworven gebied vast. Ook flora, fauna en mineralen werden geïnventariseerd. Paoli sleet halfblind, op een ruim traktement van de Engelse staat, zijn ballingschap in Londen.

Paoli is tweehonderd jaar dood, aanleiding dus voor een tentoonstelling. In het hooggelegen kasteel van de voormalige hoofdstad en verzetshaard Corte is nu het Musée de la Corse ingericht als een soort Paoli_-memorial center._ Behalve tussen kaarten en een vergeelde grondwet zweeft zijn geest tussen een bonte erfenis van relikwieën van een revolutie. Tussen de vlaggen, reisverhalen en pistolen zien we Paoli op de vele portretten die van hem in omloop zijn met de jaren vooral ouder, erudieter en gedesillusioneerder worden. ‘Het hollandsch hart, dat Vrijheid moet waarderen, wil ook uw Held o Corsica vereeren, die moedig toog , tot uw behoud, ten strijd; Die in zijn val meer glorie kon behaalen dan Vrankrijk deed door haatlijk zegepraalen En ziet zijn naam de onsterfelijkheid gewijd’, lezen we nog bij een portret van de Amsterdamse graveur Reinier Vinkeler. Dit eerbetoon aan Paoli is daarmee vooral een ode aan het mythische Corsica van de achttiende eeuw geworden.