Halsoverkop vertrokken de Amerikanen deze zomer uit Afghanistan. Wat bleef was chaos, terreur en dood. De EU kon het nauwelijks geloven. Al waren sommige EU-landen beter voorbereid dan andere. Die verschillen waren groot. Het meest pro-Amerikaanse land aan EU-zijde werd volledig overrompeld door de gebeurtenissen. Terwijl er in Den Haag gesteggeld werd over de beeldvorming rond het asielbeleid raakten Afghanen die jarenlang met Nederland hadden samengewerkt vogelvrij. Kansloos strandden zij in de fuik rond het vliegveld van Kabul. In die werkelijkheid bleek het leven van een tolk maar bar weinig waard. Getalletjes in de tabellen van staatssecretaris Broekers-Knol werden in Den Haag belangrijker geacht.

Velen die de Nederlandse missies in Afghanistan mee-uitgevoerd hadden, kwamen zo terecht in een macabere realiteit – een realiteit die mede in Den Haag gecreëerd was. Deze vluchtelingen belandden aan de andere kant van de Nederlandse grens. Een grens die even koud en hard bleek als andere grenzen: ook aan de Nederlandse grens liggen doden. De niet-gevluchte vluchtelingen bevinden zich nu aan gene zijde van het EU-burgerschap, in een Afghanistan waar mensen worden opgehangen aan de helikopters die inderhaast door de Amerikanen zijn achtergelaten. Dit is het Afghanistan van na de Amerikaanse inmenging.

De toestand in Afghanistan is een hartverscheurende illustratie van een nieuwe wereld, die we binnengaan. Deze nieuwe wereld is post-Amerikaans. Het is de wereld van na de Amerikaanse inmenging.

In 1919 deed een piepjonge Walter Lippmann vanuit Versailles verslag van de vredesonderhandelingen na de Eerste Wereldoorlog. Hij probeerde op te schrijven wat er op het spel stond: ‘Een nieuw Europa zal ontstaan. De enige vraag is of het zal worden georganiseerd vanuit Parijs, of verward vanuit Moskou.’ Met die of-of-elegantie was Lippmann zijn tijd ver vooruit. Na de Eerste Wereldoorlog paste die nog niet op het Amerikaanse buitenlandse beleid (dat gestuurd werd door aversie tegen ‘Europese kwesties’).

In Kabul bleek dat de ‘Amerikaanse eeuw’ achter ons ligt

Pas na de Tweede Wereldoorlog zou dit of-of-inzicht de allesbepalende factor worden in het Amerikaanse buitenlandse beleid en werd Europa gereorganiseerd. Dat gebeurde vanuit Washington, in het West-Europa rond Parijs. Het leidde tot een ongekend succesvol experiment met kapitalisme en democratie, dat decennialang uitgevoerd, voortgezet en verfijnd kon worden dankzij Amerikaanse steun. Dat experiment veranderde Europa. Maar het was ook een Amerikaanse bevlieging die Europese wetmatigheden verdoezelde.

Na vier jaar Trump en een jaar Biden is de cruciale vraag die Lippmann in 1919 formuleerde voor het ‘nieuwe Europa’ weer hyper-actueel. Ook vandaag draait het om de keuze tussen organisatie en verwarring; nergens wordt dat indringender duidelijk dan aan de grenzen van Europa. Het Parijs van toen is misschien het Brussel van nu. Maar Moskou is toch vooral Moskou gebleven. En net als toen voelen de Amerikanen maar bar weinig voor partnerschappen met Europeanen. Onder Trump heeft het land die aversie gepassioneerd herontdekt. Dat is geen bevlieging.

Europa had dit kunnen zien aankomen, al sinds het einde van de Koude Oorlog. Zich erop kunnen voorbereiden. Maar dat is nauwelijks gebeurd. Te vaak koos Europa de gemakkelijkere weg van grote woorden zonder al te veel echte daden. Te vaak bleef het afkalvende trans-Atlantische partnerschap als een put waarin die grote woorden resoneerden. De echo’s vertelden over vervlogen tijden van Amerikaanse ideeën voor Europa en de mensheid – ze werden beluisterd alsof ze geen echo’s waren maar plannen voor de toekomst. Misschien gebeurde dat in een hang naar nieuwe verdoezeling. Misschien waren het de Europese ziektes van nostalgie en decadentie.

Europa had beter moeten weten. Parijs, Brussel en Moskou zullen altijd Europese steden blijven. Washington niet. Europa kan niet meer in Washington te rade gaan om de verwarring het hoofd te bieden. Die eeuw is geweest. Als ergens bleek dat de ‘Amerikaanse eeuw’ achter ons ligt, dan was dat wel op het vliegveld van Kabul.

De strijd tegen de verwarring moeten we zelf voeren. Te beginnen door te stoppen met elkaar wijs te maken dat we leven in een ‘Europa van achteraf’, het Europa van na de oorlog. Dat achteraf is voorbij. Dat einde is onvermijdelijk. Met het uitsterven van de generatie die ‘dat achteraf’ echt heeft meegemaakt verandert de werkelijkheid. Het achteraf van ooit is een vooraf in het nu, ook in Nederland.