Na de oerversie

Nog te zien in Geldrop van 18 t/m 22 april. Reserveren: 040-862681.
Mijn tekstboekje van Judith Herzbergs theaterstuk Leedvermaak (1982) is volledig uit elkaar gevallen. Iedere keer als ik het uit de kast trek, dwarrelen er pagina’s over de vloer. En altijd ligt daar pagina 51 bij. In die scene vertelt de werkstudente Hendrikje aan de ex-kampgevangene Ada dat ze onlangs op excursie is geweest naar Auschwitz. Hendrikje: ‘Je hoort altijd dat juist het vergeten van die tijd zo pijnlijk is, dat het feit dat de jongere generatie er gewoon overheen leeft, het nog erger maakt, dat isolement. Daarom ben ik er ook heengegaan.

Ik was het helemaal niet van plan, maar ik was daar in de buurt, en toen werd het opeens een magneet, ik kon er niet meer niet heengaan.’ Ada antwoordt: ‘Ja, zo ging het ons indertijd ook! Kan ik iets te drinken voor je halen?’{ In de nieuwe enscenering die Jochem Royaards bij zijn eigen formatie Amai van Leedvermaak heeft gemaakt, is Hendrikje vervangen door een oer-Brabantse, oudere serveerster. Dezelfde vrouw die in het begin van het bruiloftsfeest zegt: ’M'n moeder zei ik ken die mensen niet het zijn misschien hele goeie mensen dat komt ook voor maar als je daar tot midden in de nacht moet blijven dan mag dat alleen als je belooft dat je je met niets of niemand inlaat want je weet nooit als ze wat op hebben.’
Leedvermaak vertelt het verhaal van een bruiloftsfeest. Voor de bruid is het haar derde huwelijk, voor de bruidegom zijn tweede, en aan het eind van het feest is het huwelijk weer kapot. Het stuk gaat over de verhouding tussen ouders en kinderen, maar ook dat is onzeker - zowel de bruid als de bruidegom hebben een echte moeder en een onderduikmoeder. En die uitspraak van de serveerster ('het zijn misschien hele goeie mensen dat komt ook voor’) slaat op het feit dat het overgrote deel van de bruiloftsgasten joods is.
Leedvermaak is na de oerversie (door toneelgroep Baal, regie: Leonard Frank, Frascati 1982) door het professionele toneel in Nederland niet meer gespeeld. Die oerversie (met zijn koren en liederen, muziek: Maurice Horsthuis) is een beetje heilig verklaard, zoals dat bij Nederlandse theaterteksten - helaas - wel vaker gebeurd. Meteen in het begin van de Amai-enscenering wordt duidelijk dat Royaards en zijn troep zich van die heiligheid niks aantrekken. De aankleding van de feestzaal is onmiskenbaar jaren vijftig - de wonden zijn vers, de stank van de gasovens hangt nog in de kleren, de jongeren in de voorstelling zijn nog echt jong (gespeeld worden ze door studenten van de Hogeschool Eindhoven). Er wordt gedanst op 'Fever’ van Peggy Lee, en op andere jaren-vijftigmuziek. Geen koren, geen liederen.
Leedvermaak laat zich als tekst niet samenvatten. Het stuk is het skelet van een verhaal. Je voelt de botten kraken in de vrieskou. Uiteenlopende pijnscheuten ketsen tegen elkaar. De voorstelling van Amai ontloopt geen van die botsingen. We zitten met de feestgangers in een soort doos, in gerieflijke fauteuils rondom de enorme feestdis. Om ons heen zijn gigantische ruimtes, fraai gemeubileerd - we hebben er vooraf aan de voorstelling doorheen kunnen wandelen. De feestgangers verdwijnen op gezette tijden in groepjes naar die ruimtes; voor ons onzichtbaar gebeurt daar ook van alles. De resultaten krijgen we rond de eettafel te zien. Pijnlijke dialogen, die allemaal over schuld, verwerking, onverwerkt verdriet en bergen ellende gaan. Allemaal gedrenkt in sloten drank, toegedekt met vrolijke maar o zo pijnlijke danspassen. 'De mensen worden van elkaar geslingerd’, schrijft de dramaturg van de oerversie in 1982, Willem Jan Otten, op een van die dwarrelende pagina’s uit mijn tekstboek, 'niet omdat ze in conflict geraken, maar omdat het steeds duidelijker wordt dat ze niets goed kunnen doen, dat alle woorden die ze kiezen de verkeerde zijn.’
Amais Leedvermaak is een pijnlijke voorstelling. Nee, een gebeurtenis die pijn doet. Er staat een ensemble dat (zichtbaar, hoorbaar, voelbaar) gelooft in de riskante onderneming. En dat momenten in het geheugen van de toeschouwer etst. Zoals de scene waarin Corrie Stoter (in de rol van de serveerster) haar excursie naar Auschwitz beschrijft. De ogen en de openvallende mond van Marlies Hamelynck (Ada) - dat laat zich nauwelijks beschrijven. Als die twee even later samen dansen op Peggy Lee’s 'Fever’, weet je ook niet meer waar je kijken moet.
Ik ben indertijd vier keer naar Leedvermaak gaan kijken. Deze voorstelling leek me een juist antwoord op die oerversie. Een toneelmonument in dit jaar van het Grote Herdenken. Het is jammer dat Amai haar versie nog maar zo weinig kan spelen. De voorstelling kan onmogelijk weg uit die mooie fabriek in Geldrop. Ze verdient het door velen te worden gezien. En het kan nog maar vier keer. Uitverkocht!