Na de Uitmarkt

Deze week begint het seizoen van de cultuur. Dat wordt in sommige steden gevierd met een Uitmarkt waar de uitgevers in hun boekenstalletjes staan, orkesten in het openbaar gratis hun best doen, kunstzinnige instellingen op straat laten weten dat ze de bezuinigingen hebben overleefd.

Ik zag het afgelopen maandag toen ik in lijn 5 langs het Museumplein kwam. De groene vlakte was al weer in staat van radicale ombouw. Daar werd een ijzeren podium neergezet, zo te zien zijn er ook veel tentjes in aanbouw, in de passage onder het Rijksmuseum komt een boekenmarkt, in andere delen van de stad worden dergelijke voorbereidingen getroffen. Er wordt wel op een paar honderdduizend mensen gerekend. Het lijkt alsof er een voetbalkampioenschap te vieren valt. De cultuur bloeit.

Vergeet het Prinsengrachtfestival niet. Ook een feest van de cultuur met een recordaantal bezoekers. En zondag was de laatste dag van het Lowlands-popfestival in Biddinghuizen, Flevoland. Wat een feest, las ik op de website van de organisatie. Een uitputtingsslag, 250 acts op twaalf podia. Dance, comedy, straattheater. Een geweldig succes, alweer. In België werd het Pukkelpop-festival door het noodweer verstoord. Vier doden en daarna werden de verwoeste tenten geplunderd. Zonder noodweer zou het de Belgische versie van Lowlands zijn geweest, of Lowlands een soort Pukkelpop.

Telkens als ik van dergelijke evenementen getuige ben of het nieuws erover lees, denk ik even, vluchtig, dat we langzamerhand in een schizofrene wereld terecht zijn gekomen. In Libië beleeft kolonel Kadhafi zijn laatste dagen als machthebber, in Syrië zet president Assad al maanden ongehinderd zijn moordpartijen voort, onze oorlogen in Irak en Afghanistan kunnen maar niet gewonnen worden, en hier leven we in een maalstroom van culturele evenementen, popfestivals, voetbaldrama’s, we kunnen onze lol niet op. Zit daar niet iets eigenaardigs in?
Zeker. Maar wat wil je dan. Dit is nu eenmaal het raadsel van de gelijktijdigheid. Stel je voor dat we ons nu met die Noord-Afrikaanse problemen gingen bemoeien, militair interveniëren. Nee, spaar ons de volgende interventie. Van Irak en Afghanistan hebben we genoeg geleerd. Als we het ons nu veroorloven in een roes te leven, door de kunsten, popfestivals of sport, dat maakt geen verschil. Laat ons met rust! Ja, natuurlijk. Het is iedereen gegund.
Maar de schizofrenie gaat verder. We zijn in staat tot dit universeel genieten dankzij de ongekende welvaart die zich over het hele Westen heeft verspreid. Dit fundament wordt sinds een paar jaar opnieuw ondermijnd. Er zijn veel heelmeesters, maar niemand kan met enige zekerheid vertellen wat de oorzaken van de naderende economische crisis zijn, laat staan hoe zo'n catastrofe moet worden voorkomen. In Europa groeit de twijfel over de houdbaarheid van de euro. Na Griekenland naderen nu ook Portugal, Spanje en Italië tot de status van insolvabiliteit. De ene remedie na de andere wordt verworpen. Laat de Grieken de tering naar de nering zetten. Dat wil het volk niet, het gaat in staking. Meer economische macht aan Brussel. Daartegen verzet zich de nationale trots van de meeste lidstaten.

Heeft iemand zich voorgesteld wat er in een land zou gebeuren als het zou ‘omvallen’, zoals het tegenwoordig heet, failliet zou gaan? Als de salarissen van de ambtenaren, het personeel van de regering, de politie niet meer betaald zouden worden, de openbare diensten niet meer werkten? Die nog fictieve toestand wordt het dichtst benaderd door wat er in de Randstad in de maanden van de Hongerwinter gebeurde. Maar dit zijn volstrekt andere tijden. De Hongerwinter was de climax van vijf jaar oorlog en bezetting. Als de economische neergang van het Westen zich nu tot een diepe, langdurige crisis zou ontwikkelen, even ingrijpend als die van de jaren dertig, ontstaat er een volkomen nieuwe situatie, met niets uit de geschiedenis te vergelijken.
We zijn ons er niet van bewust, maar sinds het einde van de Koude Oorlog is de politieke en sociale structuur van het Westen geleidelijk in staat van ontbinding geraakt. De tekenen daarvan waren in Amerika al zichtbaar in het laatste decennium van de vorige eeuw, toen ultrarechts probeerde wraak te nemen op Bill Clinton, eerst toen Newt Gingrich 'de regering sloot’, en daarna door de uitbuiting van de affaire-Lewinsky. Onder George W. Bush is het begrotingsoverschot in een gigantisch tekort veranderd. Obama is niet in staat gebleken de schade te herstellen. De machtigste natie ter wereld is nu in een staat van permanente crisis, terwijl een groot deel van het electoraat gelooft dat de kwakzalvers van de Tea Party het bij het goede eind hebben.
In Europa zien we verwante verschijnselen: een politieke cultuur die zich geleidelijk heeft laten verdringen door het multisoortig entertainment en als het mis gaat neigt een toenemende meerderheid tot de vlucht naar rechts. En er is geen hechte maatschappelijke structuur om op terug te vallen, want die is binnen een generatie afgebroken.