Melkert en Dijkstal beschadigd

Na de val

Staatsrechtelijk valt hun niets te verwijten, maar politiek zijn ook Ad Melkert en Hans Dijkstal beschadigd door het Niod-rapport. Kunnen ze nog wel kandidaat zijn voor het premierschap?

Het kabinet heeft in de woorden van Ad Melkert «op ultieme wijze» verantwoording afgelegd. Zoals alle fractievoorzitters in de Tweede Kamer was de PvdA-voorman vol lof over de stap van premier Kok om «integrale verantwoordelijkheid» te nemen voor falend beleid in drie kabinetten waarvan alleen hij en Jan Pronk al die tijd deel uitmaakten. Allerwegen werd Koks stap uitgelegd als een grootse daad. Hij erkende de schijn tegen zich te hebben, maar iedereen leek er na de verklaring in de Kamer volledig van overtuigd dat de minister-president volkomen eigenstandig heeft gehandeld. De voortijdige uitspraken van Jan Pronk gaven dan misschien de indruk dat er een intern conflict in het kabinet was, uiteindelijk heeft Kok, en alleen Kok zelf, als vader des vaderlands zijn verantwoordelijkheid genomen, het voltallige kabinet in de val meeslepend.

De campagnestaf van de Partij van de Arbeid zal een zucht van verlichting hebben geslaakt. Het hele land was juist volgehangen met enorme billboards met de beeltenis van Ad Melkert, toen zich door het Niod-rapport donderwolken samentrokken boven het enige kabinet waarvan Melkert ooit deel heeft uitgemaakt, het eerste kabinet-Kok (1994-1998). Door de collectieve verantwoordelijkheid te nemen voor ook het falen van dít kabinet houdt Kok Melkert uit de wind.

De Vlaamse krant De Morgen signaleerde dit afgelopen week terecht. In een ronkend verhaal ging de krant op zoek naar de ware motieven van het aftreden van het Nederlandse kabinet en constateerde dat de algehele «paars-moeheid», niet het minst in sociaal-democratische gelederen, de werkelijke achtergrond van de kabinetsval is. Hoe kan het anders dat Kok een paar dagen eerder bij de presentatie van het Niod-rapport nog stellig had aangekondigd zijn positie en het gevoerde beleid te zullen verdedigen? Nee, het aftreden van Kok moet volgens deze krant gezien worden als een «witwasoperatie voor allen die in eerdere kabinetten bij Srebrenica waren betrokken». Want, concludeert de krant uit het land waar de journalistieke achterdocht in de loop der jaren op ongeëvenaard niveau staat, in de partijbureaus is dezer dagen zelfs Srebrenica van ondergeschikt belang. De politieke noodsituatie met de overal in Europa instortende traditionele (sociaal-democratische) partijen vraagt om een politiek antwoord. Door af te treden stelde Kok toekomstige regeringsverantwoordelijkheid voor zijn PvdA en zijn opvolger veilig. Dat kun je, zoals Melkert deed, met recht verantwoordelijkheid «op ultieme wijze» noemen.

Het was fractieleider Jan Marijnissen van de Socialistische Partij die Melkert vorige week woensdag tijdens het kamerdebat over het aftreden van het kabinet op de man af vroeg of hij nog wel een geschikte kandidaat is voor het premierschap. Na enige omzwervingen kwam de geprikkelde PvdA-leider op een onomwonden «ja» uit. En staatsrechtelijk heeft Melkert natuurlijk gelijk. Kok heeft verantwoordelijkheid genomen en daarmee is in thorbeckiaanse zin de kous af. Natuurlijk, er komt nog een korte parlementaire enquête, maar daarin zou het vooral om de waarheidsvinding moeten gaan en niet, zoals bij de laatste paar enquêtes, in hoofdzaak om rollende ministerskoppen.

Marijnissen kreeg afgelopen zondag steun uit onverdachte hoek. De hoogleraar Paul Cliteur liet in zijn column in Buitenhof weten dat noch Melkert, noch Dijkstal premier kan worden. Premier Kok had volgens de VVD-denker ten onrechte in de diverse verklaringen afgelopen week nadrukkelijk gesteld dat de schuld voor het drama in Srebrenica louter bij de Bosnische Serviërs ligt. Volgens Cliteur doet dat geen recht aan het gebeurde en is er wel degelijk sprake van schuld. Een chirurg die een medische fout maakt bij de operatie van iemand die op straat is neergeschoten, stelt Cliteur, is evengoed schuldig aan de dood van de patiënt. En niet alleen de schutter.

Complicerende factor is dat Cliteur de verantwoordelijkheid in zijn column van zondag abusievelijk slechts bindt aan de uitzending van Dutchbat. Die onverantwoorde uitzending — in het Niod-rapport een van de zwaarste kritiekpunten — had evenwel plaats onder het derde kabinet-Lubbers (1989-1994) waar Dijkstal en Melkert geen deel van uitmaakten. Kok nam, aldus Cliteur maandagmiddag, echter verantwoordelijkheid voor alles wat fout gegaan is gedurende drie opeenvolgende kabinetten, dus ook voor wat er vanaf 1994 gebeurde toen Ad Melkert minister van Sociale Zaken was en Hans Dijkstal vice-premier en minister van Binnenlandse Zaken. Beiden waren in juli 1995 aanwezig bij het spoedberaad van het kabinet na de val van Srebrenica in de bunker onder het ministerie van Defensie en beiden roerden zich in de discussie. Uit de uitgelekte notulen van deze vergadering van de ministerraad blijkt dat Melkert zich afvraagt of de moslimvluchtelingen niet op te vangen zijn. Hans Dijkstal vraagt naar de evacuatieplannen van Dutchbat en spreekt later als eerste van het woord «lotsverbondenheid», dat hij later uitlegt als «geen scheiding van Dutchbat en Moslims».

Ze waren erbij en als leden van het kabinet droegen ze verantwoordelijkheid. Waarbij de verantwoordelijkheid van Dijkstal, als vice-premier en VVD-voorman in het kabinet, formeel nog iets zwaarder weegt dan die van Melkert, die in het Niod-rapport in het geheel niet wordt genoemd. De vice-premier wordt in het buitenlands beleid nu eenmaal eerder geconsulteerd dan een minister van Sociale Zaken. Maar hoe dan ook, beiden willen nu premier worden. Staatsrechtelijk is dat geen bezwaar, bevestigt Alis Koekkoek, hoogleraar staatsrecht in Tilburg en voormalig CDA-kamerlid. «Ministeriële verantwoordelijkheid kan alleen worden afgelegd door zittende ministers. Kok heeft die verantwoordelijkheid genomen. Als er sprake is van een werkelijk ambtsmisdrijf, dan zouden mensen als Melkert en Dijkstal natuurlijk nog wel strafrechtelijk verantwoordelijk gehouden kunnen worden. Maar dat lijkt niet waarschijnlijk.»

Voor de Groningse hoogleraar Elzinga is voor een opvatting over Melkert en Dijkstal bepalend wat je vindt van het opstappen van het kabinet. «Verantwoordelijk ben je voor je eigen functioneren, maar we hebben de neiging dit toe te rekenen aan de eerstverantwoordelijke. Kok heeft de verantwoordelijkheid gecollectiveerd, waarmee hij de angel uit een inhoudelijk debat heeft gehaald. Als je dit ziet als vaandelvlucht, dan is er voor Melkert geen reden om zich zorgen te maken», aldus Elzinga.

Voor Jan Marijnissen is het derhalve geen vaandelvlucht. Zelfs hij verklaarde afgelopen week diep onder de indruk te zijn van het vertrek van Kok. Zijn vragen over de beschikbaarheid van Melkert voor het premierschap zijn inmiddels veranderd in statements: «Ik vind dat Melkert met zijn verleden in het eerste paarse kabinet onmogelijk nog minister-president kan worden», zegt Marijnissen. «In de politiek gaat het altijd om betrouwbaarheid en vertrouwen. Als alles gelopen was zoals het had moeten lopen, dan was het Niod-rapport er veel eerder geweest en was het kabinet, al dan niet na een parlementaire enquête, al veel eerder gevallen. Uitgaande van de gedachte dat de conclusies van het Niod indertijd hetzelfde zouden zijn, waren Melkert en Dijkstal, in het kader van de collectieve verantwoordelijkheid, ook al eerder gevallen. Wil je om zo’n enorm schandaal afgetreden politici als premier in een nieuwe regering? Ik dacht het niet.»

Dat Kok de lucht heeft geklaard door de collectieve verantwoordelijkheid te claimen houdt geen steek, vindt ook Paul Cliteur. «Kok had al lang en breed zijn vertrek bekend gemaakt. Het kwam hem gewoon goed uit in het belang van de partij.» Ook staatsrechtelijk zijn Melkert en Dijkstal niet op voorhand vrijgepleit, zoals de hoogleraren Elzinga en Koekkoek menen. Cliteur: «De koning is onschendbaar en de ministers zijn verantwoordelijk — dat is alles wat er over de ministeriële verantwoordelijkheid geschreven staat. Dat kun je zo breed uitleggen als je zelf wil. Het staatsrecht is voor een heel groot deel politieke moraliteit. Het wordt gevormd door alles wat mensen betamelijk achten. Het ware chique geweest als Melkert en Dijkstal überhaupt iets hadden gezegd.»

Jan Marijnissen richtte zich in het kamerdebat vooral op Melkert omdat de PvdA een duidelijk op de persoon gerichte campagne voert. «Melkert is binnen de PvdA de enige kandidaat voor het premierschap, waar de VVD expliciet heeft gezegd dat meerdere kandidaten geschikt zouden zijn. Dat is in een land zonder rechtstreeks gekozen minister-president meer correct.» Melkert moet bij zichzelf te rade gaan. «In het staatsrecht staat over dit soort situaties inderdaad niets geschreven, maar daar staat bijvoorbeeld ook niets over strafrechtelijk veroordeelden die hun straf hebben uitgezeten. Toch stellen die zich maar zelden kandidaat voor het premierschap. Het is dus aan Melkert zelf.»

Het al langer rondzingende noodscenario van de PvdA waarin de onbezoedelde Klaas de Vries bij extreem zetelverlies op 15 mei premier wordt in een nieuw kabinet, zou wat Marijnissen betreft eerder uit de kast kunnen.

De gretigheid van de oppositie bevestigt het oordeel van VU-politicoloog André Krouwel. «In politieke zin zal Melkert dit altijd nagedragen worden», verwacht hij. «Men zal dit tegen hem blijven gebruiken.» Krouwel verwacht niettemin dat Melkert, die zich ook de ESF-affaire van het lijf hield, zich er wel uit zal redden. «Er is door de kabinetten-Kok een uiterst slimme route gevolgd. Lange tijd heeft het kabinet de wind mee gehad. Er was de PvdA, die voor het eerst in vele jaren weer eens een premier leverde, veel aan gelegen dit serieuze dossier nog even te parkeren in de wetenschap. De zaak is bewust vooruit geschoven. Het aftreden nu is natuurlijk louter een symbolische actie. En onacceptabel als leiders voor een land zijn Melkert en Dijkstal allebei niet, ze hebben hoogstens een aantal fouten gemaakt. Maar ach, in Italië hebben ze een premier die meermalen is veroordeeld en Frankrijk krijgt weer een president waarvan bewijzen zijn dat hij corrupt is. Dan vallen onze leiders best wel mee.»

_____________________
Minister van Staat

Ietwat halsoverkop werd de vorige maand in Noord-Holland afgezwaaide Jos van Kemenade na een lange carrière in het openbaar bestuur op 5 april door de ministerraad benoemd tot Minister van Staat. Een eretitel voor het leven, die nog geen week na het eigenlijke besluit al voor ophef zorgde. Het Niod concludeerde op 10 april dat Van Kemenade in zijn onderzoek naar de doofpotcultuur op Defensie verkeerde conclusies heeft getrokken. Directeur Hans Blom verklaarde bij presentatie van het Niod-rapport dat ten tijde van de Srebrenica-crisis wel degelijk «zowel onkunde als onwil» een rol speelde bij de informatieverschaffing tussen de landmachttop en het ministerie van Defensie.

Volgens ingewijden is de benoeming van Van Kemenade bespoedigd door ingrijpen van de koningin zelf. In de ongetwijfeld langdurige aanstaande kabinetsformatie wil het staatshoofd de mogelijkheid hebben Van Kemenade van tijd tot tijd te raadplegen. Ministers van Staat worden in formatietijd wel vaker door de koningin om advies gevraagd.

CDA-leider Jan Peter Balkenende laakte de timing van het kabinet bij de benoeming van Van Kemenade. Het zou de zaken «nog erger maken» als op zeker moment mocht blijken dat het kabinet vooraf inzage had in de bevindingen van het Niod, meende Balkenende. Hij achtte het evenwel niet mogelijk de benoeming van Van Kemenade terug te draaien. «Minister van Staat ben je voor het leven.» Dat is onjuist, zeggen de hoogleraren staatsrecht Koekkoek en Elzinga. Het besluit is wel degelijk terug te draaien. «Een Minister van Staat wordt bij Koninklijk Besluit benoemd en hem kan die titel dus ook bij Koninklijk Besluit weer worden ontnomen», zegt Elzinga. «Als van een van de oudere Ministers van Staat zou blijken dat hij een absoluut laakbaar oorlogsverleden heeft, dan kan die titel hem worden afgepakt.»

Naast Van Kemenade zijn nog zes ex-bestuurders Minister van Staat: Edzo Toxopeus (VVD), Max van der Stoel (PvdA), Ruud Lubbers (CDA), Wim Scholten (CDA), Hans van Mierlo (D66) en Frits Korthals Altes (VVD).