Na de zondvloed de Taliban

AL MEER DAN EEN WEEK berichten de kranten en tv-journaals over de watersnood in Pakistan, en inmiddels ook in delen van Afghanistan. De ramp heeft nu al meer mensen getroffen dan de tsunami van 2004 (al is het dodental van 1600 gelukkig aanmerkelijk lager).

Dagelijks krijgen we berichten onder ogen van het leed, van de haperende hulpverlening en ook van de woede van de Pakistaanse slachtoffers. ‘Terwijl wij lijden is onze president in Europa. De regering doet niets voor ons’, is de teneur van de reacties. President Asif Ali Zardari van Pakistan verbleef op het hoogtepunt van de overstromingen in Groot-Brittannië en Italië, waar hij zich liet fêteren door de politiek leiders.
Opmerkelijk bij al die aandacht voor de overstromingen is dat niet de vraag wordt gesteld wat die zullen betekenen voor de oorlog in Afghanistan. Nederland heeft zijn missie in Uruzgan beëindigd, de troepen zijn bezig uit Afghanistan terug te keren: onze oorlog is voorbij, dus waarom zouden we ons nog bekommeren om de strijd die de rest van de Navo in Afghanistan voert, lijkt de gedachte. Toch is dat wel belangrijk, want de oorlog daar heeft invloed op de VS en de Navo, en dus op Nederland. Bovendien is niet gezegd dat Nederland de Afghaanse oorlog nu achter de rug heeft. Er zweeft nog een voorstel voor een politiemissie boven het parlement, en in Afghanistan is de politie een van de strijdende partijen. Om die reden zouden de vijftig politietrainers beschermd moeten worden door tweehonderd tot 250 Nederlandse militairen.
Bijna veertien miljoen Pakistanen, acht procent van de bevolking, zijn door het water zo'n beetje alles kwijtgeraakt. En die veertien miljoen mensen wijzen met z'n allen naar de afwezige regering. Het zijn juist de gebieden waar de Pakistaanse Taliban het actiefst zijn die het zwaarst zijn getroffen. Veel van de slachtoffers behoorden tot de miljoen mensen die eerder op de vlucht moesten voor Pakistaanse offensieven in de Afghaanse grensgebieden. Ook toen waren ze woedend op de regering, die hen wel hun huizen uit joeg, maar niet zorgde voor opvang. Op televisie zijn het vooral de hulpgoederen met ‘USA’ erop die in beeld komen. En inderdaad, de Amerikanen waren er vroeg bij. Er was echter één groepering die sneller was: de Pakistaanse Taliban. Al vanaf de eerste dagen van de ramp vulden fundamentalistische Deobandi-aanhangers het machtsvacuüm dat Islamabad liet ontstaan. Zij zamelden hulpgoederen in en hielpen bij het reddingswerk. De Taliban zijn uit die groepering voortgekomen.
Het is al vaak gezegd: het winnen van de sympathie van de bevolking is de sleutel tot het winnen van de Afghaanse oorlog. Nu de Taliban ook dát beter blijken te doen dan de overheden in Afghanistan en Pakistan wordt het erg moeilijk om nog succes tegen hen te boeken.