Na een gebroken been acht dagen wachten op een operatie

Na het faillissement van de MC Groep zijn in Lelystad alleen nog dagbehandelingen mogelijk. Intensive care en verloskunde gingen dicht. ‘Bij een hartaanval telt elke minuut.’

Lelystad, november 2018. Manifestatie om de zorgverleners van het MC Zuiderzee-ziekenhuis een hart onder de riem te steken © Robin Utrecht / ANP

‘Ik viel niet hard, maar de val was lelijk.’ Rob Salomonson (71) zit in een rolstoel aan de eettafel, zijn rechterbeen gestrekt. Begin februari valt hij in zijn woonplaats Lelystad van zijn fiets. Met drie botbreuken brengt de ambulance hem naar het failliete MC Zuiderzee, waar de röntgenafdeling nog wel open is. Daar krijgt hij te horen dat hij zo snel mogelijk onder het mes moet. De arts belt meteen rond naar ziekenhuizen voor een operatie. ‘Sneek, Zwolle, Heerenveen, Almere, Harderwijk… Nergens was plek.’

Salomonson kan pas acht dagen later geopereerd worden in Harderwijk. In de tussentijd loopt hij een infectie op. ‘In totaal moest ik er twee keer heen’, vertelt hij. ‘We hebben zelf geen auto, dus we moesten onze dochter en vrienden vragen om vrij te nemen en ons heen en weer te rijden.’

Jaren geleden leek het onvoorstelbaar, maar in 2013 ging voor het eerst een Nederlands ziekenhuis failliet, het Ruwaard van Putten Ziekenhuis in Spijkenisse. Vorig jaar zaten er veertien financieel in de gevarenzone, volgens cijfers van onderzoeksbureau bdo. Op 25 oktober 2018 viel het doek voor de MC Groep, met onder meer het MC Zuiderzee en het Amsterdamse MC Slotervaart. In Lelystad is sindsdien alleen nog dagbehandeling mogelijk en zelfs de spoedeisende hulp is alleen overdag open. Intensive care en verloskunde gingen vrijwel tegelijkertijd dicht.

Ook na de overname van het MC Zuiderzee door het St Jansdal Ziekenhuis in Harderwijk verbetert de situatie niet. Vrouwen zullen thuis of in een ander ziekenhuis moeten bevallen. Patiënten die langer dan een dag opgenomen moeten worden kunnen niet terecht in Lelystad. Het ziekenhuis sluit ’s nachts de deuren. Als een acute opname noodzakelijk is zal een ambulance naar Almere, Harderwijk of Sneek moeten rijden.

‘Vooral het arme deel van de Lelystadse bevolking zoekt de zorg niet meer op’

‘Opeens was de bovendruk 230.’ Als bij Hans van Geenen in januari zijn bloeddruk omhoog schiet, kiest hij ervoor om geen hulp in te schakelen. ‘Niet heel wijs, misschien’, zegt de 55-jarige die kampt met hart- en vaatproblemen. ‘Ik nam mijn medicijnen en ging slapen.’ In september was hij om dezelfde reden vier dagen in het ziekenhuis opgenomen ter observatie. ‘Toen leek er niet veel aan de hand te zijn.’

Tot voor kort had hij in deze situatie het alarmnummer gebeld, maar sinds het faillissement van het ziekenhuis in Lelystad betekent een eventuele opname dat hij elders terechtkomt. Dat is voor hem geen optie. Hij zit in de schuldsanering en echtgenote Linda zou hem telkens ver weg moeten opzoeken. ‘De busverbinding van hier naar Harderwijk is slecht. Dan is Almere nog beter. Maar dat is zo’n twaalf euro voor een retourtje. Voor ons is dat twee dagen eten.’

Arme inwoners beginnen nu de zorg te mijden, merkt huisarts Cindy Netten. ‘Door de langere reis naar het ziekenhuis in Harderwijk zoekt vooral het arme deel van de Lelystadse bevolking de zorg niet meer op. Terwijl dat juist de mensen zijn met de meeste klachten.’ Patiënten laten bijvoorbeeld een onderzoek niet doen, is ook de ervaring van huisarts Ingrid Letsch. De reden is vaak financieel, soms ook de afstand. ‘Dat is zorgwekkend’, vindt ze, ‘want de klachten zijn vaak ernstig. De gezondheid is hier gemiddeld minder goed. Van de vrouwen boven de 55 is het sterftecijfer in Lelystad bijvoorbeeld zeventien procent hoger dan in de rest van Nederland.’

In Nederland geldt in principe overal de 45-minutennorm. Na een telefoontje moet iedereen met een ambulance in drie kwartier in het ziekenhuis zijn. Door de centrale ligging van Lelystad kon voorheen een groot deel van de patiënten in de Flevo- en Noordoostpolder binnen die tijd worden opgenomen. Nu zijn de aanrijtijden langer geworden. ‘Die norm wordt niet altijd gehaald. In veel gevallen kan dat niet veel kwaad, maar bij een hartinfarct telt elke minuut’, zegt huisarts Netten. ‘Vanuit Urk wordt de norm zelfs vrijwel altijd overschreden.’

Zo moest onlangs een vrouw uit het vissersdorp na haar bevalling met nabloeding opgenomen worden in Zwolle, omdat er in vier andere ziekenhuizen geen plek was. Een kind met acute blindedarmontsteking is op de operatietafel van het olvg in Amsterdam terechtgekomen omdat zowel het St Jansdal als het Flevoziekenhuis van Almere vol zat.

Toch klagen de huisartsen het meest over de zorgmijding. Een van Nettens patiënten kampt met een chronische longziekte en kreeg daarbovenop een longontsteking. Die behandelt de huisarts met medicijnen. ‘Bij de nacontrole bevestigde de patiënt dat het niet beter ging. “Maar”, zei ze meteen, “ik ga niet opgenomen worden in Harderwijk. Dan weet ik dat ik geen bezoek krijg.” Haar man kan niet autorijden en de kinderen hebben zelf kleine kinderen.’ Als een patiënt thuisblijft is de kans groot dat hij of zij alsnog in het ziekenhuis terechtkomt. Zo lopen onbedoeld de zorgkosten op. ‘Wat moet je dan als arts?’ vraagt Netten zich af. ‘Je doet je best, maar het is kunst- en vliegwerk.’