H.J.A. HOFLAND

Na Gaza

Natuurlijk is de wereld verontwaardigd bij de aanblik van verminkte lijken, vluchtende mensen, huilende kinderen en verwoeste gebouwen. Natuurlijk kunnen weldenkende westerlingen het begrijpen: dat de Israëliërs genoeg hebben van de door Hamas uitgevoerde raketaanvallen die onschuldige burgers doden. Opnieuw is wat we ‘de wereldopinie’ noemen, die machteloze grootheid, diep verdeeld. Deze keer slaagt zelfs de Veiligheidsraad er niet in om tot een uitspraak te komen. En weer zal het Israëlische leger de strijd winnen, overtuigender dan de oorlog tegen Hezbollah in 2006. En wat dan?
In het algemeen moet een oorlog aan drie voorwaarden voldoen om gerechtvaardigd genoemd te kunnen worden, schrijft The Economist in een ongewoon genuanceerd hoofdartikel. Eerst moet aangetoond zijn dat alle andere middelen tot zelfverdediging vruchteloos zijn. Dan moet de aanval proportioneel zijn, dat wil zeggen in verhouding staan tot het beoogde doel. En ten slotte moet er een redelijk vooruitzicht zijn dat dit doel ook wordt bereikt. Aan geen van deze voorwaarden wordt in dit geval door Israël beantwoord. Dat wordt door de regering geen bezwaar gevonden. President Sarkozy en minister van Buitenlandse Zaken Kouchner worden beleefd met een kluitje in het riet gestuurd. Het is voor de Israëlische regering voldoende dat ze kan rekenen op de steun van president Bush in zijn laatste dagen. Over twee weken, op de dag van Obama’s inauguratie, moet Hamas verslagen zijn.
Wat gaat er na de Israëlische zege gebeuren? Is Hamas dan verdwenen? Zijn de doden vergeten? Zal Israël dan de blokkade opheffen? Zal de internationale gemeenschap genereus helpen met de wederopbouw? Misschien zal het met Obama radicaal veranderen, maar voorlopig lijkt het me allemaal onwaarschijnlijk.
In de onderhandelingen met verzetsbewegingen als indertijd de PLO en nu Hezbollah en Hamas geldt op den duur één wet: als de wederpartij het gesprek met de gematigden verwerpt, worden die door de extremisten vervangen. Al een halve eeuw bepaalt, in grote trekken, met ups en downs deze wet de verhouding tussen Israël en zijn Arabische buren. Maar de tijden veranderen. In de Zesdaagse Oorlog van 1967 bleken de Israëlische strijdkrachten in staat te zijn de gezamenlijke macht van Egypte, Jordanië en Syrië praktisch aan te vegen en daarbij een enorm geopolitiek voordeel te behalen: de Gazastrook, de Golanhoogte en de Westelijke Jordaanoever. De eindeloze onderhandelingen, afgewisseld door hervatting van de strijd, hebben geen oplossing gebracht. Gaza is sinds 1994 Palestijns gebied maar staat onder de strengste curatele van Israël. Over de treurnis van het bestaan daar worden we regelmatig op de hoogte gehouden, maar dat helpt de Palestijnen niet verder. Hamas biedt gewapend verzet, dat wordt weer door Israël beantwoord. De oorlog die nu gaande is, vormt het jongste bewijs dat de situatie onhoudbaar is.
Het lot van de Palestijnen is dat door de Arabische broeders in andere landen wel veel lippendienst aan hun zaak wordt bewezen maar weinig praktische steun. Corrupte en autocratische Arabische regimes hebben andere belangen. Intussen is het niet uitgesloten dat ook deze theocratische elite langzaam maar zeker ondermijnd wordt. Van een afstand bezien hebben het Midden-Oosten, Afghanistan en Pakistan zich vooral de afgelopen tien jaar tot het begin van een chaos ontwikkeld. De aanval op Irak heeft niet geresulteerd in de verbreiding van de democratie in de regio. Daar is nog altijd min of meer een burgeroorlog gaande. Afghanistan wordt nu beschouwd als een probleem dat met dertigduizend Amerikaanse soldaten extra zal worden opgelost. We helpen het Obama wensen. Pakistan krijgt verder het signalement van een failed state die tegelijkertijd een kernmacht is. En Iran, dat verdacht wordt aan een kernwapen te werken, laat weten Israël van de kaart te willen vegen.
Israël blijft cultureel en politiek een bolwerk van het Westen. Maar sinds de Zesdaagse Oorlog is het probleem gemondialiseerd, waarbij een extra moeilijkheid is dat het karakter van de strijd verandert. Door de aanval van 9/11 op het WTC is het succes van de asymmetrische oorlog bewezen. In plaats van met tanks en vliegtuigen vechten de ‘militanten’ nu met bermbommen en zelfmoordgordels. Ter verdediging worden dan muren gebouwd, groene zones ingericht, de voertuigen zwaarder bepantserd. Op deze nieuwe mondiale uitdaging van Hezbollah, Hamas, de Taliban en naamloze groeperingen in Irak en Pakistan heeft het Westen nog geen antwoord gevonden. De chaos waarin de ‘militanten’ floreren, neemt toe. En de toestand waarin Gaza zich straks na de oorlog bevindt, bevordert het belang van degenen die we de vijand noemen.