Project Antarctica

Na het einde van de wereld

De wereld wordt verwoest, maar de mens leeft door. Op Antarctica. Wie zijn de eerste bewoners? En hoe zou een eerste Antarctisch sprookje klinken? Schrijvers, filosofen, wetenschappers en journalisten beschrijven de kolonisatie van het continent, in Project Antarctica.

Fictieve kaart van Antarctica zonder ijs met de plekken waar de verhalen uit Project Antarctica zich afspelen © Floor Koomen

Stel je voor dat klimaatverandering niet het einde van de wereld is. Dat zou een goede oefening zijn, want het enige wat ze vermoedelijk ten einde zal brengen is ‘onze wereld’, de plekken, feesten en gewoonten die typisch voor ons zijn. Niet alleen de Elfstedentocht, maar de hele Nederlandse kustlijn, Zandvoort inclusief gloednieuw racecircuit, en het centrum van Amsterdam. Miami. Dhaka, Tokio, New York.

Hoe zou het de mens dan verder gaan? Stel je voor dat de ijskappen op het continent Antarctica zijn gesmolten, en de landmassa geleidelijk geschikt is geworden voor menselijke bewoning. Wat leren we over onszelf, ook over ons ‘slechte zelf’, wanneer er een heel nieuw stuk bewoonbaar land in zee komt te liggen? Denk verder over de details: wie zijn de eerste bewoners van Antarctica? Maar ook: hoe zou een eerste Antarctisch sprookje klinken? Zijn er winnaars en verliezers op Antarctica, en hoe spreken en schrijven zij?

Dat zijn de vragen die De Groene Amsterdammer gaat beantwoorden met verschillende schrijvers, filosofen, wetenschappers en journalisten in een nieuw project, getiteld Project Antarctica. Hun werd de volgende premisse voorgehouden: stel je voor dat je een aspect van de kolonisatie van Antarctica moet beschrijven en draag bij aan een verzamelde historie van de bewoning van dit nieuwe continent. Het scenario is volledig fictief. Volgens de recentste berekeningen zal het ijs op de Zuidpool met de huidige opwarming van de aarde pas over vijfduizend jaar met slechts de helft zijn weggesmolten. Maar Project Antarctica is sciencefiction, een reeks natuurrampen en menselijke misstappen hebben het proces versneld.

Het is een experiment. Zowel in vorm als in thematiek. De thema’s van het project, klimaatverandering, kolonisatie en geschiedenis, grijpen in elkaar. Allereerst ‘klimaatverandering’: het begrip is zo veelomvattend en de gevolgen zijn zo angstwekkend, dat het bij veel mensen leidt tot wat in Amerika ook wel ‘cognitive closure’ wordt genoemd. In plaats van dat het begrip onze kennis van de wereld om ons heen verheldert, staat het juist die verheldering in de weg. Het wordt ondenkbaar. Door vooruit te spoelen naar het post-ondenkbare wordt de boze dreiging in onze toekomst iets om op te reflecteren.

In het gepresenteerde scenario leidt snel vorderende klimaatverandering tot een nieuwe vorm van kolonisatie. Deze term is bewust gekozen: je kunt niet schrijven over kolonisatie zonder het te problematiseren. Twee leliewitte Nederlanders, zoals de schrijvers van dit essay, die samen fantaseren over de kolonisatie van een continent, dat is natuurlijk niet bepaald nieuw in de geschiedenis. Maar collectieve sciencefiction biedt wel een kans om het thema op een interessante manier uit te werken. Door te werken met steeds kleine bijdragen, korte verhalen en essays van een inclusieve groep auteurs met uiteenlopende specialismen kunnen we de grote thema’s niet frontaal, maar in zekere zin vanaf de flanken benaderen, waarbij Antarctica dient als onbeschreven blad om de belangrijke angsten, neuroses en dromen van onze huidige tijd op te projecteren.

Auteurs worden in de loop van het komend half jaar verzocht te reageren op elkaars verhalen, zo kan het zijn dat de een de schaduwkanten uitwerkt die geïmpliceerd zijn in het verhaal van een ander. Lezers struinen door een soort ‘omgevallen archiefkast’ van overgebleven documenten over de kolonisatie. Waar geschiedenis door overwinnaars wordt geschreven, is de archiefkast het bronmateriaal, waaruit blijkt dat winnen of verliezen ambigu is en personen zowel goed als slecht, en per definitie onbetrouwbaar zijn. Een geïntroduceerd personage of een raamvertelling kan verderop in het project zomaar eens suspect blijken.

***

Uiteraard is Project Antarctica anachronistisch. Terwijl historici zich nu buigen over de mogelijkheden van geschiedschrijving op basis van Instagram-posts, en de grote denkers van deze tijd van gedachten wisselen via WhatsApp, modelleert het project zich naar een klassiek archief. Met brieven, papieren en boeken die om welke reden dan ook bewaard zijn gebleven, en sindsdien gekoesterd worden. Je struint door het archief van Antarctica, maar wel digitaal. Wat dat betreft heeft het alles weg van de meest optimistische plek op het internet: Wikipedia.

Nieuwsbrief: Project Antarctica

Dagelijks een verhaal over het toekomstige Antarctica in je mailbox ontvangen? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief

De vertaling naar digitaal lijkt triviaal, vanwege de vanzelfsprekendheid, maar is dit zeker niet. Het lezen van een Wikipedia-pagina is een fundamenteel andere belevenis dan het lezen van de Encyclopedia Britannica. Dat verschil is voornamelijk gelegen in het fenomeen van de hyperlink. In een artikel op Wikipedia (en menige andere website) zijn talloze woorden gemarkeerd om aan te geven dat er onder dat woord weer een nieuwe pagina ligt. En daarachter weer nieuwe pagina’s, en daarachter weer nieuwe. Het heeft zelfs een spel opgeleverd: het Wikipedia-spel waarbij spelers van een willekeurige wiki-pagina binnen vijf clicks naar een door de spelleider uitgekozen andere pagina moeten komen. Van de pagina over Van Nelle naar Catharina de Grote, of de tweede Russo-Japanse oorlog bijvoorbeeld.

Antarctica als onbeschreven blad om de angsten, neuroses en dromen van onze huidige tijd op te projecteren

De manier waarop we op sociale media communiceren bestaat bij de gratie van de hyperlink. Delen gebeurt in de vorm van een link die verwijst naar een plek op het internet waar datgene staat. Dat kan een familiefoto zijn, een filmpje of een nieuwsartikel. Ook veel kritiek op sociale media is hierop gericht, en komt neer op de constatering dat een ‘tweet’ (of een Facebook-bericht of een tekstje bij je Instagram-foto) noodzakelijk te kort is om een afgewogen standpunt te vertegenwoordigen. Dat is zo. Maar we staan te weinig stil bij het feit dat een tweet of een ander sociaal-mediabericht niet alleen een (te) korte tekst, maar vaak ook een ‘tekst bij…’ is.

Veel sociale-mediaberichten zijn teksten bij hyperlinks waar andere teksten onder liggen, het zijn kanttekeningen. Zo bezien is het sociale medium Twitter in feite niets anders dan een ruimte waarin we de hele tijd kleine kanttekeningen van maximaal 280 leestekens kunnen plaatsen. Je kunt er een webpagina of online artikel bij delen, al dan niet voorzien van je eigen kanttekening. Of een reactie geven, waarbij je een kanttekening plaatst bij andermans kanttekening.

Dat heeft ingrijpende gevolgen voor hoe publieke organisaties tegenwoordig hun werk inrichten. Boven ieder journalistiek artikel staat een kop die niet alleen uitnodigt tot aanklikken, maar ook uitnodigt tot ‘delen’. Voor bekende online media zoals het Amerikaanse Buzzfeed of Salon geldt dat iedere kop eigenlijk al een tweet is. En een goede tweet is eigenlijk al een re-tweet.

Precies daarom schiet Twitter te kort als een plek waar serieus gesproken kan worden over politieke of sociale vraagstukken, of eigenlijk wat voor vraagstukken dan ook. Als we ‘serieus’ met elkaar spreken, dan verlangen we van onze gesprekspartners dat ze standpunten innemen, niet dat ze alleen maar kanttekeningen plaatsen – dat noemen we ‘vliegen afvangen’. Dit maakt het internet ook zo doodvermoeiend. Het volgen, laat staan voeren, van een ‘discussie’ op Twitter voelt maar al te vaak als death by a thousand paper cuts. Nergens levert iemand een solide argument, de participanten in de ‘discussie’ zijn betrokken in een mogelijk eindeloze strijd van kleine kanttekeningen, terzijdes en spitsvondige rotopmerkingen. Zich verliezend in de marge van elkaar.

Twitter is dé plek om anderen ter verantwoording te roepen, het probleem is echter dat Twitter fundamenteel problematisch is als medium om verantwoording in af te leggen. The tragedy of the comments, zeg maar.

Dat is vervelend, maar deze internettraditie is tegelijkertijd ook vruchtbaar. Blijkbaar is het internet bij uitstek geschikt voor het bouwen van een wereld, niet lineair zoals een roman of een betoog, maar non-lineair. Niet van kaft tot kaft, maar als verwijzing op verwijzing op verwijzing. De vraag is dan: kunnen we de esthetische ervaring van het internet, het dwalen door verwijzingen en het eindeloos plaatsen en lezen van kanttekeningen, omzetten naar een vorm voor fictie? En zo komen we bij sciencefiction.

***

Een groot deel van de spanning van sciencefiction zit precies in verwijzingen naar werelden en verzonnen gebeurtenissen. Het is juist de manier waarop in Philip K. Dicks The Man in the High Castle slechts terloops verwezen wordt naar een totale genocide door de nazi’s in Afrika dat die fictieve gebeurtenis ongelooflijk huiveringwekkend wordt. Middels schaarse details ontwaar je de werkelijkheid in Jevgeni Zamjatins Wij, een gidsroman voor 1984. En dan de belangrijke rol die sciencefiction speelt in emancipatiebewegingen. Zoals het afrofuturisme van de Afrikaanse diaspora, en romans van de lhbti-schrijvers, waarin alternatieven voor de geldende machtsverhoudingen en houdingen tegenover seksualiteit worden verkend.

Er is ook geen genre dat zoveel fan fiction produceert als sciencefiction (samen genomen met fantasy wellicht). Talloze liefhebbers van Star Wars bijvoorbeeld zetten zich al decennia aan het schrijven van nog meer verhalen rondom de bekende filmsaga. Deel van de verklaring is uiteraard dat veel sciencefiction pulp is: snel geproduceerd, volgens voorspelbare literaire tropen en dus ook snel en relatief makkelijk te imiteren. Maar een andere verklaring ligt precies in die aard van sciencefiction: een verhaal waarin telkens verwezen wordt naar onbekende praktijken, gebeurtenissen, conventies. Naar teksten die verwijzen, naar een wereld die nog helemaal niet uitgewerkt is. Een wereld die schreeuwt om voorzien te worden van nog meer teksten, met nog meer verwijzingen.

Op vrijdag 21 juni, de langste dag op het noordelijk halfrond, en dus het donkerste midden van de maanden durende poolnacht op Antarctica, gaan we van start. De weken daarna publiceren we de eerste bijdragen. Je kunt straks een brief lezen van een afgewezen Samoaanse die hoopte skiles te gaan geven, geschreven door Hanna Bervoets. Babah Tarawally neemt je mee naar de eerste West-Afrikaanse bewoners van Antarctica, die angstvallig in de gaten gehouden worden. Louise Fresco toont hoe in de nabije toekomst, ondanks gesmolten ijskappen, de mens vrijwel alle ecologische problemen het hoofd heeft geboden. Je kunt mee sjokken met een gedesillusioneerde vader, die met zijn zoontje door een pinguïnpretpark loopt (z’n zoontje is er eigenlijk net iets te oud voor), in een bijdrage van Kasper van Rooyen.

Naast deze verhalen vind je ook voetnoten, een uitgebreide encyclopedische index, een kaart en een tijdlijn. Project Antarctica moet de vorm van het internet combineren met het beste van sciencefiction: verwijzing op verwijzing, kanttekening bij kanttekening om zo een nieuwe, voorstelbare wereld te scheppen waarin je de komende maanden steeds verder en steeds dieper kunt dwalen. Om je voor te bereiden op wat er komen gaat na het einde van de wereld.


Zie, vanaf 21 juni: project-antarctica.nl