Na het referendum

De vraag ‘bent u voor of tegen de wet tot goedkeuring van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne?’ was maandenlang een spiegel waarin algehele onrust in Europa te zien was. Het meest duidelijk kwam die naar voren in de argumenten van de tegenstanders.

Medium hh 54913052web

Prominente vertegenwoordigers van het nee-kamp lieten weten dat wat hen betrof Oekraïne zelf niet ter zake deed, maar dat het er vooral om ging de EU een stok tussen de spaken te steken. Het referendum als zeepkist voor systeemkritiek, waarbij willekeurig welk onderwerp erbij werd gehaald.

‘Het gaat mij erom dat we mensen een stem geven die zich al jaren ergeren aan het gebrek aan inspraak, ook over asielzoekers’, zei GeenPeil-voorman Bart Nijman in de Volkskrant. Dat Nijman het Associatieverdrag en migratievraagstukken zonder meer met elkaar verbond is veelzeggend. Dit referendum was een windvaan voor de richting waarin de democratie in Europa zich ontwikkelt. ‘Historisch gezien was democratie de manier waarop Europa buitenstaanders naar binnen haalde en zich opende naar de rest van de wereld’, constateerde de Bulgaarse politieke wetenschapper Ivan Krastev in The Financial Times. ‘Het kan net zo goed een instrument zijn om anderen buiten te houden en je af te sluiten.’ Het referendum, aangegrepen door een meerderheid van stemmers om te proberen de poorten van Europa alsnog te sluiten voor Oekraïne, bewijst zijn gelijk.

Nu is het tijd om een scheiding aan te brengen tussen het brede debat over Europa en de politieke gevolgen van het referendum. Het debat mocht dan over alles gaan, op het stemformulier stond een duidelijke vraag. Met welke argumenten in het hoofd het vakje ‘tegen’ of ‘voor’ werd ingekleurd, en of die argumenten iets te maken hadden met de vraag die voorlag, zal niemand ooit weten. De keuze van de stemmer is openbaar, zijn motivatie geblindeerd. Ook de uitslag moet op die manier worden behandeld.

Dat betekent dat voor een antwoord op de vraag ‘wat nu?’ deze volksraadpleging kan worden gestript van alle grote vraagstukken die voor- en tegenstanders eraan hebben opgehangen. Wat de uitslag ook zegt over de politieke verhoudingen binnen Nederland en het Europese project, de taak voor het kabinet is vooralsnog helder. Als het de referendumwet zoals die geschreven is serieus neemt, stuurt het een voorstel naar het parlement waarin een alternatief wordt voorgesteld voor de Nederlandse handtekening onder het gehele Associatieverdrag.

Vervolgens komt het politieke sleutelmoment waar dit referendum de opmaat voor is geweest: wat gaan de honderdvijftig volksvertegenwoordigers in de Tweede Kamer doen met het advies dat uit de stembus kwam. Hier geldt, en dat is belangrijk, dat volksvertegenwoordigers in Nederland hun keuzes maken zonder last of ruggenspraak. Ook dat is democratie. Het Oekraïne-referendum was raadgevend. Het was geen plebisciet waarbij de volkswil, voorzover die bestaat, direct aan bewindvoerders wordt opgelegd. Het is te hopen dat ieder Kamerlid, gehoord hebbende het advies van een deel van de Nederlandse bevolking, zijn eigen oordeel velt over de vraag of een verdrag met Oekraïne het algemeen belang van Nederland en Europa dient. Parlementariërs die zeggen de uitslag van het referendum blind te volgen schorten hun eigen denken op en zeggen daarmee in feite dat hun werk overbodig is.

Wie op deze manier kijkt naar de uitslag (32,2 procent opkomst, 61,1 procent tegen, 38,1 procent voor, 0,8 procent blanco) ziet dit: van de bijna dertien miljoen stemgerechtigden zijn er ruim 2,5 miljoen tegen het goedkeuren van het Associatieverdrag. De rest, waarvan een deel zijn mening met een ja-stem heeft bekrachtigd, gaat akkoord met de status-quo: een democratisch gelegitimeerd Associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne. Of het advies van een smaldeel verstandig genoeg wordt geacht om daarvan af te zien, moet blijken. Daarbij geldt: een ja zowel als een nee, daar is niets ondemocratisch aan.


Beeld: Piet den Blanken / HH