Na IJsland

Zo kwam het er uiteindelijk op de terugvlucht vanuit Reykjavik op aan om te begrijpen waar het Arnaldur Indridason met zijn IJslandse thrillers om te doen lijkt. Op het eiland zelf was van lezen vrijwel niets gekomen. Indridasons Winternacht (uitg. Q) was half gelezen in de koffer blijven zitten. Zijn Koudegolf (uitg. Signature) zou ik pas ergens boven Schotland openslaan.
Het zijn wonderlijke thrillers omdat ze zo thematisch zijn. Het eerste boek circuleert rond het min of meer openlijke racisme op IJsland, het tweede rond de rol van de natie tijdens de Koude Oorlog. Een eerder gelezen avonturenroman van Indridason was over de literaire erfenis van de IJslandse sagen gegaan (Het koningsboek) en een politiethriller over de situatie in de Tweede Wereldoorlog (Moordkuil).
Niet iets om een duidelijke lijn in te ontdekken, of het moest een min of meer impressionistische exploratie zijn van de sociale en historische kenmerken van het land. Kennelijk heeft IJsland dat nodig: een schimmig eiland achter de horizon, zo ver weg dat het nauwelijks nog bij het beschaafde Europa lijkt te horen.
Bij monde van politieman Erlendur Sveinsson, de hoofdpersoon in de meeste van zijn boeken, laat Indridason zijn ongenoegen over die half misprijzende onwetendheid regelmatig de vrije loop. Net als zijn ergernis over de verengelsing van de IJslandse taal, kennelijk ook daar een alledaagse plaag. Tussen nationale trots en verongelijktheid in schrijft Indridason: een gevaarlijk mengsel als de politiek correcte agenda van zijn boeken niet zo vlekkeloos was geweest.
Té vlekkeloos misschien. De sociale thema’s van zijn boeken lijken het maatschappelijk debat van het moment direct te weerspiegelen. Vreemdelingenhaat, drugsgebruik en ontspoorde jeugd, huiselijk geweld. Dat alles beschreven volgens de vaststaande sociale rolverdeling en haar clichés.
Die maatschappijkritiek verbaast niet meer, sinds in de jaren zeventig het schrijversechtpaar Sjöwall & Wahlöö de politieroman een nieuwe wending gaf. Maar er is een duidelijk verschil tussen Indridason en zijn Zweedse voorgangers. De lof van de jaren zestig en zeventig, met hun zonnige toekomstverwachting en ideologie van vrijheid-blijheid, heeft plaatsgemaakt voor een zorgelijke ontgoocheling.
De seksuele vrijheid heeft geleid tot een inflatie van de huwelijkse duurzaamheid waarvan Erlendur de belichaming is. Ooit verliet hij zijn vrouw met twee jonge kinderen. Nu wordt hij door de eerste gehaat en door beide anderen boek na boek aan zijn verraad herinnerd. Hij is een sjofele man van meer dan middelbare leeftijd geworden, levend op instantmaaltijden en koffie. Zijn dochter is een junkie die niet echt wil afkicken, zijn zoon een ex-alcoholist die tenminste af en toe een baan heeft.
Neem daartegenover Martin Beck, de hoofdfiguur van Sjöwall & Wahlöö. Ook zijn huwelijk is slecht, maar daar staat de belofte tegenover van geïnteresseerde rijpe vrouwen en de aantrekkelijke gedachte van een scheiding. Het leven was prettig in de Zweedse jaren zeventig, wanneer een even redelijke als hedonistische levensvisie zich het bestaan maar niet liet zuur maken door tradities, gewoonten en verplichtingen.
Hooggeplaatsten stonden bij voorbaat in de geur van ijdelheid en loze ambitie; politieagenten plooiden zich óf naar de nieuwe gezagsondermijnende mores óf waren oliedom. Zolang een meisje maar de pil gebruikte kon er niets gebeuren. En in hun laatste roman uit de reeks betoonden S&W zelfs sympathie voor de terroristen die het staatshoofd vermoordden.
Indridason beschrijft de bittere vruchten van wat ook in die tijd al een tamelijk dwaas soort utopisme leek. Vernieuwend was het wel en van S&W viel ontegenzeglijk te smullen. Hun optimisme had de humor aan zijn zijde en precies díe lijkt niet de sterkste IJslandse karaktertrek. Zwaarmoedigheid is een woord dat veelvuldig valt wanneer Indridasons politiemensen weer eens speculeren over een geval van zelfmoord: wél een IJslandse specialiteit. In hun geval meestal ten onrechte, want van een zelfmoord valt moeilijk een politieroman te maken.
Zo leert de thriller wat de reisgids zelden beschrijft: niet alleen de historie van het land gezien door de bril van een voorzichtig nationalisme, maar ook de gevoeligheden en trauma’s die onder de welvarende werkelijkheid van het land schuilgaan. En meer nog leert hij de les van de recente decennia in hun gestage ontgoocheling. Sjöwall & Wahlöö lezen nu als de stem van een andere beschaving: gelukkiger misschien, maar ook onwijzer en met een zware afstraffing in het vooruitzicht. Erlendur Sveinsson is de Martin Beck van deze tijd.