Na rara komt haha

Terwijl Justitie en BVD nog volop gewikkeld zijn in de slag om de vermeende RaRa-banden van het Amsterdamse journalistencollectief De Opstand, dient zich weer een nieuwe terroristenplaag aan. Het Haagse blad Schijnbeweging, podium voor de residentiele underground, weet in de jongste aflevering te melden dat de ontploffing van een prullenbak in winkelcentrum De Passage van vrijdag 21 oktober jl. en de vier dagen later woedende brand in de Haagse Oranjekerk beide het werk zijn van een nieuwe organisatie, genaamd de Harde Anti-Hedonistische Aktie (HaHa). Schijnbeweging, een blad met goede connecties in alternatieve Haagse centra, ontving naar eigen zeggen een persverklaring van de HaHa, die integraal op de voorpagina werd afgedrukt.

De HaHa profileert zich in die verklaring als ‘een actiegroep die onlangs is opgericht door een groep radicale geestelijken van verschillende gezindten, die verontrust is over de toenemende secularisatie en de daarmee verband houdende verafgoding van de materiele welvaart’. Volgens HaHa heeft 'het verval van de geestelijke waarden in onze samenleving inmiddels zulke schrijnende vormen aangenomen dat harde actie het enig overgebleven middel is om het tij te doen keren’.
De veel publiciteit losmakende aanslag op de Passage, ’s lands oudste winkelcentrum, valt in het kader van het verzet tegen de door minister Wijers van Economische Zaken voorgestelde opheffing van de zondagsrust, zo blijkt nu. HaHa: 'De zondagsrust is een baken van troost en loutering. Een rustpunt, een meditatief medium temidden van een door snelheid en efficiency gedreven maatschappij. Een verworvenheid ook van onze ooit christelijke samenleving. Om de samenleving hierop te wijzen, hebben wij een prullenbak opgeblazen. De prullenbak is immers het symbool van onze wegwerpmaatschappij.’ De brand in de Oranjekerk moet worden gezien als een protest tegen de voorgenomen sloop van tientallen godstempels in de Haagse buitenwijken. 'HaHa hoopt met beide aanslagen de discussie over de zingeving van het leven weer wat nieuw leven te hebben ingeblazen’, zo besluit men, 'want een maatschappij zonder godsbesef, die immateriele waarden ontkent, is een dode maatschappij en kan daarom maar beter worden opgeblazen.’
In een begeleidend schrijven distantieert Schijnbeweging zich nadrukkelijk van de acties en wordt tevens een daderprofiel afgegeven. De redactie van Schijnbeweging: 'Gezien de inhoud van het stuk denken wij dat het hier gaat om geestelijken met een tamelijk hoge opleiding.’
Hack-Tic, vaktijdschrift voor techno-anarchisten, is niet meer. Oprichter, uitgever en hoofdredacteur Rop Gonggrijp ziet de noodzaak van zijn blad niet meer nu de grote hackersgemeenschap in Nederland al onderling via de elektronische snelweg communiceert. Het grote computernetwerk Internet functioneert zo goed dat het onzin is een blad uit te geven voor de alternatieve computerkraker, zo meent hij. Het overlijdensbericht van Hack-Tic kwam dan ook via het Internet-kanaal. 'Hack-Tic heeft een stempel gedrukt op de vroege jaren negentig’, zo stelt Gonggrijp in het bericht. 'Als er technische tekortkomingen waren in het telefoonnet toonden wij dat aan, als politie en justitie techniek misbruikten dan hielpen wij het bewijs leveren. Als het publiek in slaap werd gesust met verhaaltjes over veilige computers en communicatiesystemen, maakten wij de mensen weer wakker. Wat moeten ze in al die directiekamers van ons gebaald hebben. Heren: stel uw feestje nog even uit. Hack-Tic stond aan de wieg van een hele generatie mensen die uw truukjes doorziet. The Spirit lives on!’
Langs gedigitaliseerde weg zal de Hack-Tic- informatie opvraagbaar blijven, garandeert Gonggrijp: 'Er is veel bereikt, maar zolang niet iedereen on line gebruik kan maken van zijn democratische rechten, zo lang de PTT de tarieven blijft verhogen en zo lang de regering encryptie (het via automatische versleuteling ontoegankelijk maken van bestanden - rz) wil verbieden, blijven we zeuren.’ Voor de liefhebbers: op 18 januari 1995 vindt in Paradiso het afscheidsfeest van Hack-Tic plaats.