Naaiclub

Nederland kan van IJsland leren. Door de bevolking te betrekken bij belangrijke wetsontwerpen kan de kloof tussen burger en politiek wellicht verkleind worden.

Over enkele weken mogen de IJslanders naar de stembus. Deze vervroegde verkiezingen zijn een direct gevolg van de Panama Papers, waaruit bleek dat de IJslandse premier een groot financieel belang in een bedrijf geheim had gehouden. Dat bedrijf had vervolgens weer een belang in IJslandse banken. De bevolking, nog getraumatiseerd door de verwoestende bankencrisis – denk aan Icesave – uit 2008, was daar woedend over en de premier zag zich gedwongen af te treden. In de peilingen staat de Piratenpartij aan kop. Het mag duidelijk zijn dat dat geen gevestigde politieke partij is. De Piraten zitten pas sinds 2013 in het parlement, met drie zetels.

Wat heeft dit met Nederland te maken? De IJslandse Piratenpartij is voorstander van een nieuwe grondwet. Die vernieuwde grondwet ligt al ongeduldig te wachten om aangenomen te worden door het parlement, maar de gevestigde partijen willen er niet aan. Het is niet moeilijk te raden waarom niet: ze zullen er minder machtig door worden. Waar Nederland van zou kunnen leren, is de manier waarop die nieuwe grondwet in IJsland tot stand is gekomen. Laat de Nederlandse staatscommissie Bezinning Parlementair Stelsel er haar voordeel mee doen.

Formeel moet die commissie kijken of ons parlementair stelsel ‘voldoende toekomstbestendig’ is. Dat is Haags jargon om te zeggen dat er zorgen zijn over de ontevredenheid over de politiek in de samenleving en dat er daarom gekeken moet worden naar hoe burgers zich meer betrokken zouden kunnen weten bij de democratie en de besluitvorming. Volgens vvd’er en voormalig burgemeester Paul Scholten is daar een nieuwe, kortere grondwet voor nodig. Vorige week kwam hij alvast met een eigen voorstel, want hij vindt dat de tijd dringt. In zijn grondwet zit onder meer als nieuwigheid landelijke verkiezingen in twee kiesrondes, met in de tweede ronde alleen de zes grootste partijen uit de eerste ronde. Het moet de politieke versplintering tegengaan.

Afgelopen zondag draaide in Den Haag in het kader van het Prinsjesfestival de documentaire Blueberry Soup. Die laat zien hoe de nieuwe grondwet van IJsland tot stand is gekomen. Niet met een staatscommissie van rechtsgeleerden en andere professionals of op voorstel van een oud-burgemeester, maar via een raad waarin 25 gewone IJslanders zaten, at random aangewezen. Omdat bijna alle IJslanders op Facebook zitten, besloot die raad dat via dat medium meegediscussieerd kon worden. E-democracy: volgens sommigen het wondermiddel dat alles goed zal doen komen. Maar uit de documentaire blijkt dat een traditionele, IJslandse vorm van bij elkaar komen net zo goed invloed heeft gehad op die vernieuwde grondwet: de naaiclub.

Je kunt je voorstellen dat in een land met maanden van duisternis samenkomen onder het mom van breien en naaien een aangename manier is om de lange avonden door te brengen. De vrouwelijke leden van de raad die de nieuwe grondwet formuleerde, bespraken tijdens menige lange winteravond hun ideeën met de andere leden van hun naaiclub. Die andere leden bespraken die ideeën vervolgens weer thuis, op het werk, op de sportclub of in het café.

Laat de staatscommissie bestaan uit leden van leesclubs

De vijver werd zo steeds groter. Bovendien ontstonden in die naaiclubs discussies die de gedachten scherpten en bleef het niet bij korte opmerkingen zoals op Facebook. Er is ook een voordeel van de naaiclub ten opzichte van ouderwets vergaderen: het zijn kleine groepen zonder hiërarchie of agendadwang. De vrouwen van de naaiclubs nodigden ook mannen uit trouwens.

Toen de nieuwe grondwet klaar was, werd deze voorgelegd aan de IJslandse bevolking. Dat zijn er weliswaar maar driehonderdduizend, maar toch. Thorvaldur Gylfason, lid van de IJslandse raad die de grondwet ontwierp en zondag aanwezig in Den Haag, vertelde dat de opkomst bij het referendum vijftig procent was. Dat vond hij veel, omdat de gevestigde politieke partijen weigerden aandacht te besteden aan het referendum en de kranten – met nauwe banden met die partijen – er ook weinig aan deden. De uitkomst van het referendum: een meerderheid was voor.

Gylfason vertelde ook waarom de politieke partijen die grondwet vervolgens negeerden. IJsland kent nu een kiessysteem waarin boeren het recht hebben twee stemmen uit te brengen. Dat systeem gaat op de helling in de nieuwe grondwet. Die maakt ook een eind aan de macht van de visserijbedrijven, die nu gratis de IJslandse wateren mogen bevissen. Allemaal belangen die door de gevestigde partijen worden behartigd.

Als je dat hoort, denk je: idioot land, IJsland, daarom hoeven wij toch de grondwet niet te wijzigen. Elke bevolking kan daarvoor echter haar eigen redenen hebben, zoals hier mensen voorstander zijn van een Constitutioneel Hof om ongrondwettelijke voorstellen te voorkomen, zoals dat van de pvv om alle moskeeën te sluiten. Om nog een idee te noemen uit de grondwet van vvd’er Scholten.

In Nederland zijn veel leesclubs. Laat de staatscommissie bestaan uit gewone Nederlanders, waaronder leden van die clubs. Maak daarnaast gebruik van moderne media. Houd vervolgens een volksraadpleging over de voorstellen. Is daar een meerderheid voor, behandel die dan in het parlement in plaats van ze in een la te stoppen zoals in IJsland. Want denk niet dat dat laatste hier niet zou gebeuren: het overkwam de voorstellen van het Burgerforum Kiesstelsel uit 2006. De politiek wilde er niet aan. In IJsland is de kans groot dat de oude partijen hun macht alsnog verliezen aan de Piratenpartij. Hier zou de ontevreden kiezer met een stem op de pvv er volgens vvd’er Scholten wel eens voor kunnen zorgen dat de democratie zichzelf opeet.