Chasing Asylum

Naakt leven

Chasing Asylum brengt het asielbeleid van Australië huiveringwekkend scherp in beeld. Mensenrechten worden structureel geschonden om te voorkomen dat asielzoekers voet aan de grond zetten.

Medium 12819321 1758276254391156 7368155351293765253 o 1 1w7iw9v
Chasing Asylum, regie Eva Orner © Nerdy Girl Films

‘Australiërs worden er ziek van om de les gelezen te krijgen door de Verenigde Naties.’ Aan het woord is een man in onberispelijk wit overhemd. Naast hem staat, half in beeld, een andere, nette, blanke man. Beiden hebben een blauwe stropdas om. Hij spreekt ferm, hij is boos en herhaalt de zin tweemaal, en zegt dan met nadrukkelijke dictie: ‘In het bijzonder, in het bijzonder, vanwege het feit dat we de boten hebben tegengehouden.’

Het is een kort fragment, vermoedelijk geknipt uit een journaal in 2015. Aanleiding is een rapport van de Human Rights Council van de Verenigde Naties waarin het Australische asielbeleid streng wordt veroordeeld. Sinds 2013 is het niet langer mogelijk om een succesvol asielverzoek in te dienen in Australië als je per boot komt. Een asielzoeker die per boot uit Indonesië komt en bijvoorbeeld via Christmas Island probeert binnen te reizen, wordt daar opgewacht en onmiddellijk een vliegtuig in gedwongen. Die vlucht gaat niet naar Indonesië, noch terug naar het land van herkomst, laat staan naar het Australische vasteland. De reis gaat naar Manus Island, een eiland behorend bij Papoea Nieuw-Guinea, of naar Nauru, een piepklein eiland zo’n drieduizend kilometer ten noordoosten van Australië. Daar worden de asielzoekers gevangen gezet, voor onbepaalde tijd en in erbarmelijke omstandigheden. De man die in het fragment aan het woord is, heet Tony Abbott. Hij is op dat moment premier van Australië.

Chasing Asylum brengt het Australische asielbeleid huiveringwekkend scherp in beeld. De film begint met opnamen uit het kamp in Nauru, stiekem gemaakt door een van de vrijwilligers van het Leger des Heils. We zien tenten, hoge hekken, mannen en vrouwen die op bedden liggen, veel bewaking. Mensen doen dagenlang niets, hebben geen idee wanneer ze weg kunnen. In het kamp zijn ook kinderen. De beelden uit het kamp op Manus Island zijn geschoten door een voormalige beveiliger van G4S, een internationaal beveiligingsbedrijf dat ook in Nederland bewaking in vreemdelingenbewaring op zich neemt. Waar de asielzoekers op Nauru op veldbedden in witte tenten liggen, worden ze op Manus Island opgevangen in een hangar uit de Tweede Wereldoorlog. Op een betonnen vloer staan eindeloze rijen stapelbedden. De omstandigheden zijn nog slechter, zo lijkt het: smerige toiletten, hitte, stank, drukte.

Verhalen uit het kamp komen van een beveiliger, van medewerkers van het Leger des Heils en een oud-medewerker van het centrum. Mensen zijn depressief, verminken zichzelf, ontwikkelen allerlei stoornissen. Bewakers krijgen instructies hoe ze met een mes een touw moeten doorsnijden als iemand zich verhangt. Mannen hebben hun mond of oogleden dichtgenaaid. Kinderen schrijven niet hun naam onder een tekening, maar hun persoonsnummer. Er is sprake van seksueel misbruik van vrouwen en kinderen en er zijn geweldsincidenten. Met aangiftes wordt weinig tot niets gedaan. Een man die een eenvoudige wond aan zijn voet heeft, wordt niet behandeld, waarna hij aan een bloedvergiftiging sterft. Tijdens een grote opstand vallen een dode en vele gewonden.

Mensenrechtenorganisaties veroordelen het Australische beleid. Nadat de film was verschenen, kwam The Guardian met nog meer onthullingen over grove mensenrechtenschendingen in deze kampen. En dan zegt de premier: ‘We worden er ziek van om de les gelezen te krijgen. We hebben de boten toch gestopt?’ Australië beschouwt het internationale recht kennelijk als een hinderlijke vlieg die het van zijn colbertje slaat naar believen. Als het Australische beleid kennelijk niet gestuurd of zelfs gehinderd wordt door internationale mensenrechtennormen, waardoor wordt het dan wél gestuurd? En hoe verhouden de kampen zich dan nog tot het recht?

In de film stellen juridische experts dat het Australische beleid in strijd is met het Vluchtelingenverdrag. Er worden foto’s van de oprichters van het verdrag getoond, en we zien zwart-witbeelden van vluchtelingen lopend over een spoorlijn en op een groot stoomschip. Australië heeft dit verdrag ondertekend en heeft zich verplicht mensen die het grondgebied per boot bereiken te ontvangen en bescherming te bieden, zo stellen ze.

Juridisch gezien ligt het ook weer niet zó eenvoudig, denk ik. Het Vluchtelingenverdrag biedt weliswaar het recht op bescherming tegen vervolging, maar niet het recht om een grondgebied te betreden of te bereiken om daar bescherming te vragen. Laat staan het recht om dit per boot te doen. Bovendien is de vraag wie er verantwoordelijk is voor een asielaanvraag die wordt gedaan in internationale wateren tamelijk complex. Maar duidelijk is dat het terugzenden van asielzoekers die vervolging vrezen in hun land van herkomst in strijd is met het Vluchtelingenverdrag. Los van de vraag of deze mensen bescherming verdienen als vluchteling moge het duidelijk zijn dat ze internationaalrechtelijk gezien in de kampen niet onderworpen zouden mogen worden aan mensenrechtenschendingen. En dat daarvan sprake is op Nauru en Manus Island werd vastgesteld door de Human Rights Council.

Maar ik denk eigenlijk dat de situatie nog veel ernstiger is. Hoewel internationale instanties een land kunnen veroordelen voor mensenrechtenschendingen ligt de bescherming uiteindelijk in de handen van nationale lidstaten. Dat is ook in Europa zo. Het mensenrechtenhof in Straatsburg heeft weliswaar veel invloed op de situatie in de lidstaten van de Raad van Europa, maar als de lidstaten het beleid niet aanpassen, dan verandert er niets. Natuurlijk is een veroordeling niet betekenisloos, niet-naleving kan allerlei politieke en diplomatieke gevolgen hebben. Maar als een regering doof is voor de juridische vermaningen, dan gebeurt er uiteindelijk niets. En dat zien we in Australië. Mensenrechten zijn gezeur. De Human Rights Council wordt weggezet als een oude schoolmeester, die maar blijft emmeren over grammatica, terwijl iedereen zou moeten zien dat dat geen twenty first century skill is.

De bootmigranten wacht in Australië een situatie die erger is dan waar ze vandaan komen

Maar als de mensenrechten niet de basisstructuur zijn voor de behandeling van asielzoekers, hoe verhouden deze mensen zich dan nog tot het recht? De belangrijkste verdienste van Chasing Asylum is dat hij overtuigend laat zien dat de kampen op Nauru en Manus Island niet zozeer bedoeld zijn voor detentie van asielzoekers, maar vooral ter afschrikking van toekomstige bootmigranten. Mensenrechten worden door Australië geschonden als middel om te voorkomen dat asielzoekers daar voet aan de grond kunnen zetten. Met posters en filmpjes wordt campagne gevoerd om nieuwkomers duidelijk te maken dat ze geen schijn van kans hebben op bescherming.

Niet alleen wordt het ze onmogelijk gemaakt om voet aan de grond te zetten in Australië, hun wacht ook een situatie die erger is dan waar ze vandaan komen, zo lijkt de gedachte. En met kennelijk succes: het aantal bootmigranten dat naar Australië komt is drastisch afgenomen. Het punt is dat mensenrechten niet af en toe worden geschonden, maar dat het Australische beleid goed beschouwd gebaseerd is op de permanente buiten werking stelling ervan.

Dat is althans de boude stelling van de Italiaanse filosoof Giorgio Agamben, die in zijn Homo Sacer: De soevereine macht en het naakte leven de verhouding tussen recht, politiek en het (concentratie)kamp onderzocht. Een van zijn belangrijkste stellingen is dat met het kamp de uitzonderingstoestand normaal wordt. Om die cryptische zin te begrijpen moet men voor ogen hebben dat een juridische uitzonderingstoestand klassiek gezien de opheffing van de normale regels is, vanwege een acute noodsituatie. In het geval van oorlog of een terroristische aanslag wordt het normale juridische bestel tijdelijk gepauzeerd, en kan er van de bestaande regels en waarborgen worden afgeweken.

Agambens provocatieve stelling is nu dat het kamp het teken is van het permanent worden van deze uitzonderingssituatie. Of het nu gaat om de campos de concentraciones die de Spanjaarden in 1896 op Cuba hadden gecreëerd om de opstand van de bevolking in hun kolonie te smoren, om de concentration camps waarin de Engelsen begin twintigste eeuw de Zuid-Afrikaanse boeren bijeendreven, of de vernietigingskampen van de nazi’s – de structuur is volgens Agamben telkens hetzelfde. Zulke kampen zijn niet een reactie op een noodsituatie, maar vormen de ruimte die ontstaat wanneer de uitzonderingstoestand regel begint te worden.

In zo’n uitzonderingstoestand vervalt het klassieke onderscheid tussen regel en feit. Regels worden niet langer simpelweg toegepast op de feiten om te bepalen wat juridisch gezien mag, en wat niet. Van regels gaat in zo’n situatie geen dwingende of voorspellende werking meer uit, het enige wat nog telt is het beteugelen van het gevaar. In het geval van een terroristische dreiging is dit het voorkomen van een aanslag, in een oorlogssituatie de strijd tegen de vijand. Het overheidshandelen is puur gericht op dat doel, en alles moet wijken om dat te bereiken, regels staan niet langer in de weg. Dit heeft grote gevolgen. Mensen zijn in zo’n uitzonderingstoestand geen dragers van rechten, ze zijn ‘naakt leven’ waarover de staat vrijelijk kan beschikken. Hun schil van politieke, burgerlijke en mensenrechten is van ze af gevallen.

Voor veel mensen gaat Agambens analyse te ver. En het geeft inderdaad geen pas om de situatie op Nauru en Manus Island te vergelijken met Auschwitz. Toch is naar mijn idee zijn denken behulpzaam voor een antwoord op de vraag hoe de Australische kampen zich verhouden tot het recht. Het laat zien dat het hier niet gaat om een situatie waarin de mensenrechten ineffectief zijn, of niet goed worden toegepast. Voor deze asielzoekers hebben mensenrechten geen enkele betekenis. Het is juist het feit dat zij ontdaan zijn van hun mensenrechten dat maakt dat de staat ultieme controle over ze kan uitoefenen. En niet alleen over deze mensen zelf, hun lichamen zijn onderdeel van een algeheel schrikbewind dat de ultieme controle over de grens mogelijk moet maken.

Het is goed denkbaar dat deze uitzonderingstoestand de nieuwe norm is in de bejegening van asielzoekers. Ook in Europa zien we dat politici van links tot rechts gegrepen zijn door de droom van absolute controle over de buitengrenzen. En ook in Europa sneuvelen nogal eens mensenrechtelijke waarborgen ten behoeve van de grenscontrole. Men hoeft maar te denken aan de situaties in de zogeheten ‘hotspots’ in Griekenland, het geweld aan de grenzen van Hongarije en Bulgarije en de dubieuze rol van Europa in de situatie in Turkije, om te weten dat ook hier meer aan de hand is. Hoewel de soep niet zo heet wordt gegeten als in Australië lijkt ook hier de uitzonderingssituatie permanent te worden. Zo ondenkbaar is het niet dat ook hier een blanke man, met wit overhemd en blauwe stropdas, eens zegt: wij Nederlanders worden er gek van om de les gelezen te krijgen door al die internationale instanties. In het bijzonder, in het bijzonder, omdat het eindelijk gelukt is om de eindeloze stroom van asielzoekers te stoppen!


Martijn Stronks is jurist en filosoof en werkt bij de sectie migratierecht van de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Chasing Asylum draait op zaterdag 28 januari om 20.00 uur in De Balie