Hesiodos, De geboorte van de goden

Naakt ploegen

Hesiodos

De geboorte van de goden: Werken en dagen

Vertaald door Wolther Kassies

Uitg. Athenaeum-Polak & Van Gennep,

204 blz., € 32,95

Wanneer Homeros en Hesiodos een wedstrijd houden om te kunnen vaststellen wie van hen beiden de grootste dichter is, citeert eerstgenoemde een ronkende passage uit de Ilias, waarin krijgslustige troepen met blinkende bronzen helmen de Trojaanse vijand weerstaan. Hoe schitterend Homeros het slagveld ook beschrijft, Hesiodos wint de prijs omdat zijn gedicht over de landbouw oproept tot noeste arbeid in vredestijd: «naakt moet je zijn als je zaait en naakt bij het ploegen en ook weer/ naakt bij de oogst, als voor alles de juiste tijd is gekomen». De anekdote komt uit een obscuur werkje uit de late oudheid, dat vermoedelijk teruggaat op een niet bewaard gebleven boekje uit de vierde eeuw voor Christus, getiteld De wedstrijd tussen Homeros en Hesiodos.

Van Hesiodos is niet veel meer bekend dan wat hij zelf in zijn leerdicht Werken en dagen vertelt, maar dat is voldoende om te veronderstellen dat hij in de achtste eeuw voor Christus leefde, zodat zijn werk ouder is dan dat van Homeros. Werken en dagen behelst een nuchtere instructie voor de eenvoudige landbouwer, compleet met voorschriften voor het ploegen, trouwen en urineren, maar Hesiodos begint het gedicht met een persoonlijke tirade tegen zijn inhalige broer, die hem een groot deel van de erfenis van hun vader afhandig had gemaakt. Anders dan Homeros is Hesiodos geïnteresseerd in het harde leven van de gewone boer, een leven zoals hij zelf leidde. Dit onevenwichtige leerdicht is een fascinerend document dat in zijn verrassende veelheid aan praktische adviezen nog het meest lijkt op een kruising tussen het bijbelboek Deuteronomium en de Enkhuizer Almanak.

Verhevener van toon is de Theogonie (geboorte van de goden), die aanvangt met een relaas over de wijze waarop Hesiodos met de Muzen in aanraking is gekomen. Tijdens het weiden van zijn schapen op de berg Helikon was de dichter door deze godinnen aangesproken. Zij overhandigden hem plechtig een lauriertak, die voortaan het waarheidsgehalte van zijn gedichten zou garanderen. Op deze episode volgt een in duizelingwekkende vaart afgehandelde kosmologie en genealogie van de godenwereld, waaruit met name één aspect steeds opnieuw naar voren komt: de eeuwige strijd tussen opeenvolgende geslachten. Iedereen kent het verhaal van de Titaan Kronos die zijn vader Ouranos (de Hemel) castreerde, om op zijn beurt door zijn jongste zoon Zeus van de troon gestoten te worden. De strijd tussen de jonge Olympische goden en de duistere oerkrachten die de Titanen waren, wordt in het voordeel van de Olympiërs beslist, maar helemaal gerust is Hesiodos er niet op. Dit in tegenstelling tot zijn jongere tijdgenoot Homeros, die het rechtvaardige bewind van Zeus als een gegeven beschouwt. Het wereldbeeld van Hesiodos staat dus niet alleen dichter bij dat van de «kleine luyden», het is ook woester en primitiever dan dat van Homeros. Cesare Pavese heeft in zijn Gesprekken met Leuco (1947), waarin de mythische wortels van ons denken worden blootgelegd, dan ook dankbaar uit Hesiodos’ werk geput.

Wolther Kassies, die eerder de Argonautika van Apollonios van Rhodos vertaalde, tekent voor de eerste complete versie van Hesiodos’ werken in het Nederlands, met als toegift de Wedstrijd tussen Homeros en Hesiodos. Hoewel de beide leerdichten in het Grieks hetzelfde metrum hebben, heeft Kassies ervoor gekozen de homerisch getinte Theogonie in hexameters en het wat meer proletarische Werken en dagen in jamben te vertalen. Hier baart Moeder Aarde haar echtgenoot: «Gaia bracht Ouranos voort, die zo groot als zijzelf was, als eerste,/ Ouranos, hemel vol sterren, die haar geheel moest omvatten.» Maar dit zijn adviezen waar je tenminste wat aan hebt: «Een tong die spaarzaam is beschouwt men onder mensen/ als grootste schat; haar sieraad is gematigdheid.» En: «Trouw liefst een vrouw dicht uit de buurt, zodat je alles/ van alle kanten diepgaand onderzoeken kunt,/ want anders brengt dat trouwen buren leedvermaak.»