Alessandro Baricco, Mr Gwyn

Naaktschrijver

Vorige week was Remco Campert te gast bij Brands met boeken. Halverwege het gesprek werd hem gevraagd of hij wel eens overwoog om, net als Philip Roth, te stoppen met schrijven. Nee, zei de oude meester, en hij vroeg zich hardop af wat hij dán in godsnaam zou moeten doen. Het idee alleen al leek hem een beetje te ontregelen.

Alessandro Baricco, Mr. Gwyn, € 17,90
e-book, € 12,99

Medium baricco mrgwyn

Eerder had hij zich, in zijn column in de Volkskrant, al verbaasd over het besluit van Roth. Opmerkelijk genoeg werd die column binnen drie alinea’s een levenslustige, licht obstinate bespiegeling op de dood. Stoppen met schrijven en de dood liggen voor Campert dicht bij elkaar, en Campert is nog niet dood. ‘Wel steekt magere Hein, ook wel Maarten geheten (zie: de pijp aan), soms ongevraagd zijn kop om de deur’, schreef hij. ‘Ik weiger hem binnen te laten en schrijf verder.’

Dezelfde associatie overvalt de gevierde schrijver Jasper Gwyn, hoofdpersoon van Alessandro Baricco’s roman Mr Gwyn, nadat hij besloten heeft zijn pen neer te leggen. Na drie succesvolle romans vindt hij het mooi geweest en publiceert een stuk in The Guardian waarin hij 52 dingen opsomt die hij nooit meer zal doen, het laatste: boeken schrijven. De eerste tijd verschanst hij zich in Zuid-Spanje, tevreden met zijn koerswijziging, maar wanneer de vraag zich aandient wat hij nu dan moet gaan doen – hij is immers pas 56 – slaat de paniek toe.

Het vooruitzicht nooit meer te schrijven vervult Jasper Gwyn met doodsangst. Bovendien blijkt het maken van zinnen een compulsie voor hem, waarvan hij zich niet zomaar kan bevrijden. Hij mag dan niets meer op papier zetten, in zijn hoofd schrijft hij door: ‘Hij koos woorden, bouwde zinnen op. Het kon voorkomen dat hij dagenlang voortbouwde op een idee, en dan hele bladzijden volschreef vanbinnen’. Schrijven is leven, voor deze Mr. Gwyn, en leven is schrijven.

Geadviseerd door een vinnig vrouwtje met een regenkapje dat hij ontmoet in een dokterswachtkamer kiest Gwyn dan ook voor een nieuw beroep waarin hij zinnen mag maken: hij wordt kopiist. Niet van teksten, maar van mensen. Waarom zou je portretten namelijk wel kunnen schilderen maar niet kunnen schrijven? Met uiterste zorgvuldigheid wijdt Jasper Gwyn zich aan dit experiment; hij huurt een enorm atelier en gaat op zoek naar optimale verlichting, perfecte sfeermuziek en naar iemand die bereid is om voor hem te poseren. Naakt, welteverstaan, want Gwyn voelt instinctief aan dat dat een voorwaarde is voor een geslaagd portret.

Zijn oude vriend en uitgever Tom is totaal sceptisch, maar stelt toch zijn assistente Rebecca beschikbaar als proefpersoon. Wat volgt is Gwyns onderzoek naar een techniek waarmee hij onbekende mensen schrijvend kan portretteren, door ze een maand lang te observeren in het atelier.

Het is een nogal conceptuele opzet voor een roman en het gaat Baricco er duidelijk om iets te zeggen over de zin van het schrijven. Wat datgene precies is, wordt niet direct duidelijk. Het hele proces verloopt enigmatisch; Jasper Gwyn laat zich in zijn keuzes vooral leiden door zijn gevoel. Om obscure redenen wil hij bijvoorbeeld precies achttien handgemaakte lampjes in het atelier, die na exact 32 dagen uitdoven. En zo zijn er veel meer eigenaardigheden. Gwyn slaagt erin een portret op schrift te produceren, waarvan de geportretteerde diep onder de indruk is, maar ook wat daarin precies staat blijft onbekend.

Halverwege verschuift het perspectief naar Rebecca, die in de dertig dagen dat ze zich laat bekijken vooral bezig is met de artiest. Haar persoonlijkheid openbaart zich in hoe ze zich verhoudt tot Gwyn en zijn blik, terwijl hij haar juist gevraagd heeft net te doen alsof hij er niet is. Zo lijkt het even alsof er een soort therapeutische situatie is ontstaan, met een overdrachtsrelatie en doorbraken. Maar daar is het Mr. Gwyn niet om te doen. Wat hij zegt te willen bereiken met zijn portretten is mensen ‘thuisbrengen’. En ja, ook wat hij daarmee nu weer bedoelt is cryptisch, esoterisch bijna.

Mr Gwyn is een feest van lichtzinnige raadsels. Baricco’s stijl is helder, maar wat hij met dit boek probeert te grijpen is dat niet. De speelsheid heeft soms ook iets vrijblijvends. Zoals Gwyn een portret uit woorden wil maken, zo lijkt het alsof Baricco een experimenteel kunstwerk heeft willen schrijven, waarbij hij het uitproberen misschien wel boven het resultaat verheft.

Het boek is, net als het atelier van Gwyn, een laboratorium waarin hij speelt met nabijheid, tijd en de chemie van kijken en bekeken worden.

Wie een stellig antwoord verlangt op de vraag naar de zin van het schrijven kan bij Campert terecht: ‘Als ik schrijf heb ik de tijd in mijn greep en beschik erover naar mijn dunk.’ Zo schreef hij in diezelfde column. Bij Baricco is het diffuser. Maar ook al is niet helemaal duidelijk hoe, Mr. Gwyn komt in de chaos van zijn experimentele verhaal naar voren als iemand die dwangmatig en met veel overgave betekenis en ordening probeert aan te brengen: een schrijver. En misschien wel niet alleen een schrijver.


Alessandro Baricco
Mr Gwyn
Vertaald door ­Manon Smits, De Bezige Bij, 191 blz., € 17,90