Hoofdcommentaar

Naar Afghanistan? Eén avontuur te veel

Deze week beslist het kabinet over een nieuwe vredesmissie van Nederlandse militairen naar Afghanistan. De provincie Uruzgan vormt het operatiegebied. Minister Kamp van Defensie wil graag «zijn» mannen en vrouwen eropuit zenden.

De missie zou niet de eerste uitzending naar Afghanistan zijn. Al sinds 2002 maakt Nederland er deel uit van Isaf: de Internatonal Stabilisation and Assistance Force. Isaf staat onder Navo-commando. In de relatief veilige provincie Bahlan bemannen Nederlandse militairen een Provinciaal Reconstructie Team (PRT) dat de bevolking veiligheid biedt en helpt bij de wederopbouw van de regio.

De militaire aanwezigheid in Afghanistan heeft echter twee gezichten. De multinationale Isaf-brigade van tienduizend man opereert naast twintigduizend voornamelijk Amerikaanse militairen die oorlog voeren in het kader van Operation Enduring Freedom, een eufemisme voor een harde contraguerrilla tegen Taliban en al-Qaeda. Aan deze oorlog neemt Nederland óók deel. Een special forces task group is gestationeerd in de provincie Kandahar. Alles wat zij doen is geheim. Parlement noch pers wordt over hun acties ingelicht. De uitzending was controversieel. De regering wilde de commando’s aanvankelijk zonder
parlementaire controle uitzenden. Maar uiteindellijk werd toch om
toestemming van de Tweede Kamer gevraagd, om draagvlak te creeeren.

De nieuwe missie heeft een januskop. Het vriendelijke gezicht van Isaf en het grimmige gezicht van Enduring Freedom komen erin samen. Nederland wil zich in Uruzgan inzetten voor wederopbouw (het Isaf-gezicht). Maar daarvoor moet éérst de oorlog worden gewonnen (Enduring Freedom). Voor een zorgvuldige besluitvorming moet deze januskop worden gekliefd. Er is tevens brede parlementaire steun nodig. Het betreft geen geheime eenheden. En er staan mensenlevens op het spel, óók van Nederlandse militairen.

Een heldere afweging is geboden. Maar de missie dreigt inzet te worden van een politiek steekspel. Minister Kamp heeft vorig jaar reeds troepen aangeboden toen daartoe een verzoek kwam van de Navo. De Amerikanen willen een deel van hun eenheden komende lente terugtrekken. Navo-eenheden nemen dan de Amerikaanse posities in Afghanistan over. Toen Kamp al te gretig werd, greep minister Bot van Buitenlandse Zaken in. Hij achtte de tijd niet rijp voor nog een Afghaanse missie. Kamp reageerde boos.

Daar komt sinds vorige week nog een belangrijke politieke positie bij. Minister Bot acht het «regeringsbeleid» dat Nederlandse eenheden niet kunnen worden uitgezonden als onderdeel van missies waarbij mensenrechten en oorlogsrecht worden geschonden. Aanleiding is de kwestie van de geheimzinnige CIA-vluchten. Zij vervoeren vermeende terroristen naar geheime detentiecentra waar ze wellicht worden onderworpen aan marteling, een uitvloeisel van Enduring Freedom. Inmiddels heeft minister Rice van Buitenlandse Zaken toegegeven dat dergelijke vluchten plaatsvinden. Bot heeft daarmee geen genoegen genomen.

Over geheime detentiecentra liet Rice zich niet uit. Wel stelde ze dat de VS niet meewerken aan marteling. Een verklaring die op gespannen voet staat met het relaas van twee ex-gevangenen. De ene werd door de Amerikanen vervoerd naar Egypte, de andere naar Syrië. Beiden werden gemarteld. Onlangs nam de Amerikaanse Senaat een wet aan waarin het Amerikanen werd verboden waar ook ter wereld gevangenen te onderwerpen aan een «gruwelijke, inhumane of vernederende behandeling». Onmiddellijk probeerde vice-president Dick Cheney de CIA daarvan vrij te stellen.

Bots opmerking hangt nog tussen de kamerbankjes, maar lijkt vergeten in de ministerraad. Vorige week toonde premier Balkenende zich positief over uitzending naar Uruzgan. Dat was nadat er vanuit de Navo toezeggingen waren gedaan over militaire bijstand in noodgevallen. Bovendien zou een gevangenis worden gebouwd in de provincie voor «Nederlandse» arrestanten.

Hier lopen twee aspecten door elkaar: de militaire situatie daar en de politieke vraag hier of Nederland wil meewerken aan een beleid dat onder leiding staat van een grootmacht die het in de praktijk minder nauw neemt met mensenrechten dan ze met de mond belijdt.

Eerst de militaire situatie. Uruzgan is een van de gevaarlijkste provincies in Afghanistan. De Amerikanen beschouwen het gebied als een belangrijke uitvalsbasis van de Taliban. Het is de enige provincie die onder bevel valt van het Special Forces Command in Tampa, Florida. Bij een recent bezoek aan Afghanistan probeerde De Groene Amsterdammer te onderzoeken hoe de Amerikanen in dit wellicht toekomstige «Nederlandse» gebied opereerden. Het bleek onmogelijk. In Uruzgan is een PRT gevestigd, maar dat houdt zich niet bezig met weder opbouw. «Er vertrekken alleen gevechtsmissies vandaan», meldde een Amerikaanse kapitein. Vrijwel dagelijks wordt in Uruzgan gevochten. Nederlandse troepen zullen er dus veel strijd moeten leveren voordat ze een begin kunnen maken met wederopbouw. De vraag is of we dat willen en of we dat kúnnen. De Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) stelde een rapport op voor minister Kamp met een negatieve risicoanalyse. Blijkbaar is de situatie in Uruzgan gevaarlijker dan de Nederlandse eenheden aankunnen. De MIVD is zo gesloten als een oester. Toch lekten de bevindingen uit. Wil de dienst voorkomen dat de minister de rapportage naast zich neerlegt?

Dan is er de politieke vraag of Nederland de Amerikanen uit de brand moet willen helpen. Het probleem van de mensenrechtenschendingen wordt niet ondervangen door een speciale gevangenis. Wie gaat de gevangenen bewaken? Volgens de Verenigde Naties wordt door Afghaanse overheidsdienaren nog altijd gemarteld. Wat doen Nederlandse troepen als ze in hun operatiegebied paramilitaire eenheden van de CIA aantreffen, of Amerikaanse special forces op jacht naar terroristen?

Los van de militaire en politieke bezwaren is er nog een reden om de missie naar Uruzgan af te blazen. De Nederlandse krijgsmacht is nauw verbonden met die van de VS. We schaffen de Joint Strike Fighter aan. We rusten twee fregatten uit met conventionele kruisraketten, een besluit dat door minister Kamp tot de laatste snik is verdedigd. Ze kunnen alleen ingezet worden aan de hand van Amerikaanse satellietbeelden. Zo bindt Nederland zich aan Amerikaanse standaarden van oorlogsvoering. Dat deden we al eerder. We bombardeerden Joegoslavië aangestuurd door een Amerikaanse opperbevelhebber en gebruikten daarbij clusterbommen. En we konden ons net op tijd terugtrekken uit het door de VS opgespoten drijfzand van Zuid-Irak.

Niet naar Uruzgan gaan zou de VS een duidelijk signaal geven. De Nederlandse krijgsmacht is géén anderstalige divisie van het Pentagon. Uruzgan is één Amerikaans avontuur te veel.