Naar de geest

Zelf gehoord, met mijn eigen oren. LE:

Het was in Soest. Ik was uit de trein gestapt op station Soestdijk, dat was dus vlak bij de koningin. In de bomenrijke lanen liepen mensen op leeftijd. Ze probeerden een beetje te schrijden: ze bewogen alsof ze Hare Majesteit zouden kunnen tegenkomen die ze mee op de thee ging vragen. Soest. Hier woonde veel oud geld, zoals dat heet. Verderop was een winkelstraat. Tussen bijna-chique en net-niet smaakvolle kledingwinkels en matte kapperijen zat een Ako. En een Etos. En een Bart Smit. En een Multivlaai. En een Blokker. Gelukkig, ook hier was de verlelijking van Alles ingezet. Vóór mij liep een stel. Zij met platinageblondeerd toupeerhaar, zwartstrakke stretsleggingbroek en klakkende hakken; hij ruig met haarmat in de nek en wijdgecoyboyde krachtsportbenen. Een echtpaar op leeftijd kwam tegemoet. Bij de aanblik van het vlotte paar dat voor me liep, zwegen ze besmuikt in Algemeen Beschaafd Soests. Nieuw geld, zag je ze denken. Tsss… Ik kon het niet helpen. Ik moest achter ze aan. Een winkel in. Dag mevrouw. Dag slager. Wat mag het zijn? Mag ik een onsje raude ham? De slager ging ergens in snijden. Leek het maar zo of hoorde ik bij het weggaan echt: ‘Nee, Patries is tegenwoordig heel leuk aan het beeldhouden’? Leukste aller taalgeneugten: de hypercorrecsje. Omdat mensen aandoenlijk proberen netjes te zijn, maar dat oorverdovend duidelijk niet zijn. Of er nog garantsje zit op de fiets? Want we gaan op vakantsje. Naar de koeden kijken. Ook leuk: als we ongemerkt zeggen dat iemand zo onverwacht binnenkwam dat we ons letterlijk een hoedje zijn geschrokken. Ik schrok me letterlijk een hoedje. Zij niet, zij was niet bang. Zij is verwaand. Zij loopt letterlijk naast haar schoenen van verwaandheid. Toen ze dat in de gaten kreeg, ging ze letterlijk door de grond van schaamte. Een voorbijganger lachte zich letterlijk een breuk. Toen begon het te plenzen, het regende letterlijk pijpestelen. De slager holde naar binnen, hij rende zich letterlijk de benen uit zijn lijf. Binnen was de sportschool, daar zat de slagersvrouw letterlijk peentjes te zweten. De slagersvrouw viel letterlijk van haar stokje bij de aanblik van haar echtgenoot zonder benen. En ze stierf letterlijk duizend doden.