Naar de natuur

Als je me één ding niet moet vragen, geliefde gemeente, is het of ik in God geloof. Zo'n vraag maakt me horendol. Doorgaans heeft zo'n vraag geen ander doel dan de ondervraagde te stigmatiseren.

En omdat ergens-voor-staan je automatisch buiten spel zet, leven wij vandaag de dag in een wereld zonder idealen. Terug naar de godsvraag. In den beginne was de natuur en die natuur was zo imponerend, dat de mens op de knieën zeeg en zei: dit is zo prachtig, daar moet een God aan te pas zijn gekomen. Toen zijn wij, mensen, met Gods genade, aan het werk gegaan om in een paar duizend jaar diezelfde natuur naar de kloten te helpen. En daarmee dus ook God, beminde gelovigen. Want iets aanbidden dat onder ons is gesteld, daar zijn wij te stom voor, dat gaat ons voorstellingsvermogen te boven. Vandaar dat ik het volgende project heb bedacht. Iedereen die in onze goede gemeente een boom plant krijgt een zegeltje. Als je duizend van die zegeltjes hebt gespaard krijg je een auto. Wanneer jullie, tijdens het planten van die bomen, niet tot inzicht en respect komen, kunnen jullie allemaal de pest krijgen. En nog iets, noem mijn project alstublieft niet Terug naar de Natuur. Er is immers nauwelijks natuur meer over om naar terug te keren. Noem het desnoods, als het werkelijk gestigmatiseerd moet worden: Héén naar de Natuur.