Laika/Falstaff

Naar de sterren

Het Holland Festival is interessant en wonderschoon begonnen. Interessant was de wereldpremière van Laika, de opera van componist Martijn Padding, schrijver P.F. Thomése en beeldend kunstenaar Aernout Mik over een televisiepresentator die er de brui aan geeft, terugkeert naar zijn jeugd en naar de toekomst die hij zich toen droomde: als ruimtevaarder tussen de sterren.

Medium toneel

De ideeën zijn intrigerend en ik ben er nog niet over uitgedacht: een man kan niet meer tegen zijn eigen oppervlakkigheid, hij zoekt een nieuwe toekomst in zijn verleden, waar hij z’n moeder wilde ontvluchten door de ruimte in te gaan, naar het hondje Laika. Het toneel draait rond, maar ook de tijd loopt in cirkels, mooi beeld in deze tijd waarin niemand meer in vooruitgang gelooft en het verleden gestolde toekomst is.

Padding heeft sprankelende, levendige, genuanceerde muziek geschreven voor het Asko/Schönberg Orkest, onder dirigent Etienne Siebens voortreffelijk gespeeld. Maar hij heeft niet zulke overtuigende muziek gevonden voor de zangers, waardoor ik me met niemand kon identificeren, behalve met het hondje Laika, stralend gezongen door de kindersopraan Leonie Meijer. Ook de andere, louter Nederlandse zangers waren heel goed, maar hun personages houden je op een afstand: bariton Thomas Oliemans is een ijdele presentator, tenor Marcel Beekman een nog ijdeler tv-kok, alt Helena Rasker een ijselijke moeder en zelfs Claron McFadden is niet zo innemend als anders als een tv-producente die het alleen maar om de kijkcijfers gaat. Ze zijn prachtig in de draaiende ruimte gezet door Aernout Mik, die ook op de vele filmschermen schitterende beelden liet zien, waarbij de handeling soms wordt stilgezet of vertraagd weergegeven.

Een wonderschone topvoorstelling blijkt de opera Falstaff, de laatste en allermooiste van Verdi, een coproductie met de grootste operahuizen: Scala in Milaan, Metropolitan in New York en de Royal Opera in Londen. Hier in Amsterdam ook nog eens met een van de beste orkesten ter wereld: het Koninklijk Concertgebouworkest, en met het koor van de Nationale Opera. De Italiaanse dirigent Daniele Gatti haalt de vele schitterende nuances uit de partituur naar boven en alle zangers zijn heel erg goed, voorop Ambrogio Maestri als een prachtig dikke, nu eens deerniswekkende en dan weer waardige en triomfantelijke Falstaff. Maar ook de vele kwinkelerende trio’s en kwartetten van de vrouwen die hij het hof maakt, klinken verrukkelijk.

De Canadese regisseur Robert Carsen heeft het verhaal van de pochende ridder die wordt vernederd, maar zelf ook de anderen voor de gek houdt, geplaatst in het zeer Engelse Windsor van de jaren vijftig van de vorige eeuw en dat past bijzonder goed. Metershoge houten lambriseringen met allerlei openingen en variaties vormen het decor. Een keer een enorme Pastoe-keuken (decor: Paul Steinberg) en aan het einde een sterrenhemel. Er wordt net iets te overdreven gespeeld en er zijn steeds goed overdachte details en verrassingen. Vooral Fiorenza Cedolins als Mrs. Alice Ford, die iedereen bedriegt, inclusief haar eigen man, weet een monumentale jaren-vijftigsfeer op te roepen.

Verdi bekijkt dezelfde lege, oppervlakkige wereld van mensen die elkaar bedriegen en benijden als Padding en Thomése. Maar de tachtigjarige Verdi amuseert zich met dat bedrog en die intriges en hij hoeft daarom ook niet helemaal naar de sterren toe. Hij vindt de zin van het leven in deze wereld en laat ons dat zien en horen.


Falstaff, t/m 30 juni. Tip: Orlando van Händel, t/m 13 juni in regie van Pierre Audi met de beroemde countertenor Bejun Mehta als een wanhopige held die gek wordt van verliefdheid.

Beeld: Falstaff (Catherine Ashmore/Royal Opera)