DE PRIJS VAN BEHEERSING

Naar een beter mens

Nieuwe toepassingen van technologie hebben een impact op ons dagelijks leven die verder reikt dan alleen privacy. Nadat de maakbaarheid ten grave is gedragen, zoeken we het nu in beheersing met inzet van technologie.

KINDEREN, ASIELZOEKERS en patiënten – niemand lijkt te ontkomen aan een elektronisch dossier. Voor het aanpakken van maatschappelijke problemen grijpen we met grote voortvarendheid naar nieuwe toepassingen van technologieën. Voetbalsupporters worden al langer in de tang genomen met irisscans en biomedische gezichtscontrole. En om de vergrijzing op te vangen vertrouwen we op ambient technology, slimme sensoren waarmee apparaten in huis op de wensen van ouderen reageren. Een koelkast die zichzelf vult en een matras dat waarschuwt dat het nog geen tijd is om op te staan kunnen een gang naar het verpleeghuis voorkomen.
Publieke discussies over zulke nieuwe technologieën gaan meestal over privacy. Privacy verdeelt ons dan in twee kampen: degenen die zich zorgen maken over de bedreiging daarvan en de mensen voor wie andere belangen zoals veiligheid zwaarder tellen. Maar deze discussies schieten ernstig te kort als we echt willen begrijpen welke invloed nieuwe technologieën hebben op ons dagelijks leven. Daarbij draait het vooral om het verlangen naar beheersing.
We grijpen naar nieuwe technologieën om eeuwenoude problemen op te lossen. Zowel het lichaam als de samenleving willen we beter beheersen. Het maakbaarheidsdenken van de twintigste eeuw mag dan failliet zijn verklaard, de verleiding van nieuwe technologieën of combinaties van oude technologieën is levensgroot. Ook al kunnen we daar sociale problemen niet helemaal mee oplossen, we kunnen er in ieder geval mee voorkomen dat ze verder uit de klauwen lopen. De Mosquito, het doosje met die hinderlijke pieptoon, verandert weliswaar niet het irritante gedrag van jongeren, ze gaan wel ergens anders staan. En met slimme thuistechnologie valt dementie niet te genezen, maar je voorkomt wel ongelukken.
De inzet van technologie om sociale problemen of lastige groepen te temmen heeft omvattender gevolgen dan de privacydiscussie doet voorkomen. In die discussie gaat het vooral over individuele rechten van burgers en plichten van de overheid. Terwijl de effecten van nieuwe technologieën vaak collectief zijn en de overheid het lang niet altijd voor het zeggen heeft.
Neem het Elektronisch Kinddossier en de talrijke lokale initiatieven om kinderen in elektronische kaartenbakken te stoppen. Duizenden jongeren worden op die manier op basis van heel persoonlijke kenmerken ‘geadministreerd’. Waarna er, heel onpersoonlijk, aan de hand van kenmerken categorieën worden gemaakt. Een treffend voorbeeld van de tomeloze ambities is de ‘Signalering en interventie 12-minners’ van de politie Midden-Gelderland. In deze regio worden duizenden kinderen die om wat voor reden dan ook in het politiesysteem zijn beland – dierenmishandeling, spijbelen – in risicocategorieën ingedeeld. Ook kinderen die ooit getuige zijn geweest van een geweldsmisdrijf komen erin omdat zij later een grotere kans hebben om onhandelbaar te worden. Met behulp van datamining (het verbinden van gegevens om patronen te destilleren) worden kinderen dan in categorieën opgedeeld. Op deze manier zijn er nu in Midden-Gelderland achttienhonderd kinderen geïdentificeerd met een verhoogd risico. Als het aan de minister van Binnenlandse Zaken ligt, krijgt het project landelijk navolging.
Daarmee krijgen grote groepen kinderen een sticker op hun hoofd geplakt. Het categoriseren leidt tot typen jongeren: een bepaald type probleemjongere of risicojongere. Etnische kenmerken worden daarbij niet geschuwd. Daar verandert het afblazen van de landelijke Verwijsindex Antillianen niets aan. Antillianen blijven herkenbaar omdat ze gewoon eerder en op basis van minder ernstige criteria in de algemene Verwijsindex Risicojongeren komen.
Voetbalsupporters weten al wat het betekent om met datamining en een netwerkanalyse van hun sociale contacten te worden gestigmatiseerd. Categorieën maken voor beleid overstijgt de individuele rechtsbescherming waar het bij het privacydebat om draait. Het heeft bovendien niet alleen gevolgen voor die bewuste groepen maar ook voor hoe we collectief naar jongeren kijken en voor wat we nog van ze accepteren. Een kind dat ooit getuige was van een geweldsmisdrijf heeft voor zijn leven een vlekje.

Het verlangen naar beheersing met nieuwe technologieën verandert niet alleen onze tolerantiegrens ten aanzien van ‘moeilijke’ groepen. Een ander collectief gevolg – en dus ook een dat het privacydebat overstijgt – is dat ons denken over autonomie verandert. Ouderen die met hulp van ambient technology langer thuis kunnen wonen, worden in eerste instantie autonomer. Lichtjes en piepjes die je eraan herinneren medicijnen in te nemen of dat je de deur open hebt laten staan, maken onafhankelijker van medisch personeel. Daar staat natuurlijk meer afhankelijkheid van apparaten tegenover. En hoe autonoom ben je nog wanneer je slimme matras je met zachte dwang ‘adviseert’ om nog even te blijven liggen omdat je nachtrust onvoldoende zou zijn geweest? Daar komt bij dat wanneer het de norm wordt om dankzij technologie langer thuis te blijven wonen je die technologie wel moet toelaten.
Autonomie, en meer nog eigen verantwoordelijkheid, zijn ook in het geding bij allerhande ‘mensverbeterende’ technologieën – variërend van geheugenpilletjes tot de full body scan (‘de apk-test voor het lichaam’). Het inzetten van medische technieken zonder medische noodzaak lijkt in eerste instantie een kwestie van individuele, vrije keuzen. Maar die hebben bij elkaar wel een forse collectieve impact. Als mensen massaal hun lichaam gaan verbeteren, dan wordt het eerder je eigen schuld wanneer je ongezond bent. Zo veranderen onze opvattingen over pech en eigen verantwoordelijkheid. Het ligt dan voor de hand dat de verzekeringspremie voor ‘mensverbeteraars’ lager wordt. Dat is geen technofobe zwartkijkerij. Filosoof Huub Dijstelbloem ontwaart in de beijveraars voor human enhancement een heuse sociale beweging, ‘een door technologie, kapitaal, en dromen, heel veel dromen, gemotiveerde club mensen die zich organiseren via websites, farmaceutische inkoop en juridische motiveringen aan het adres van de staat om hun bewegingsruimte te vergroten’.
Beheerszuchtige technologie heeft tot slot ingrijpende gevolgen voor de hulpverlener, verzorger of andere verantwoordelijke professional. Databanken die gegevens koppelen maken een risicoanalyse, op basis waarvan de professional moet beslissen of ingrijpen. Dat is ironisch, juist in een tijd dat alle politieke partijen die professional zo graag willen verlossen van de registratiedruk en de manager. Databases als het Elektronisch Kinddossier gaan daar dwars tegenin. Omdat wordt beoogd een antwoord te geven op de handelingsverlegenheid (nooit meer Savannah) van de sociale professional vervangt de technologie het deskundige oordeel van de jeugdzorger. Of in het geval van de database voor migranten, dat van de immigratieambtenaar. Die heeft anders dan voorheen geen ruimte meer om het persoonlijke vluchtverhaal van de asielzoeker te wegen. Met één druk op de knop beslist het systeem: ingrijpen of niet, uitwijzen of toelaten.
De verantwoordelijkheid van de professional blijft intussen wel even groot. De jeugdzorger blijft aanspreekbaar voor de indicatiestelling. En wanneer de verpleegkundige de oudere niet heeft geholpen omdat de computer dat niet aangaf, zullen we toch de verpleegkundige op het matje roepen. Met technologie krijgt de professional dus meer verantwoordelijkheid maar minder handelingsvrijheid.

Technologie heeft al met al grote gevolgen voor onze opvattingen over probleemgroepen, voor onze autonomie en voor de vrijheid van de professional. Dat gaat veel verder dan de bedreiging van privacy. De overheid aanspreken op haar verantwoordelijkheid om onze individuele rechten te beschermen is belangrijk, maar schiet te kort. Want die overheid heeft het al lang niet meer alleen voor het zeggen. Private bedrijven, particulieren, andere overheden en ook de technologieën zelf zijn concurrenten geworden die allemaal een beetje controle uitoefenen. Zie bijvoorbeeld de wildgroei aan databanken in de jeugdzorg ontwikkeld door private bedrijven. En zie alle spelers die betrokken zijn bij de veiligheid rond het voetbalstadion, zoals clubs, private beveiligingsbedrijven en bedrijven die gespecialiseerd zijn in dataopslag.
Dat wil niet zeggen dat we technologie moeten heroverwegen om onze ‘oude’ vormen van autonomie terug te winnen of omdat we terugdeinzen voor de collectieve gevolgen. Dat is ook zinloos. Technologie kent een eigen ontwikkeling en de geschiedenis laat zien dat die zich maar moeilijk laat sturen. De stoomtrein, televisie en internet hadden hun eigen dynamiek. Daarbij is het de vraag of het allemaal kommer en kwel is met die nieuwe toepassingen. Al is het maar omdat een oudere of kind op individueel niveau zoveel baat kan hebben bij de inzet van technologie.
Wél is het de vraag in hoeverre we ons willen laten beheersen. Want daar hebben we zelf invloed op: in welke mate we de keuzen van onze ouderen, kinderen en professionals overeind houden. Daarbij is het verstandig de geschiedenis van het maakbaarheidsdenken in gedachten te houden. Ook beheersing van sociale problemen zou wel eens ingewikkelder en nadeliger kunnen zijn dan nu vaak gedacht. In gemeenten als Rotterdam, Gouda en Almere die sinds 2007 meedoen aan de proeftuin van het Elektronisch Kinddossier werden tot en met afgelopen zomer 43.000 risicomeldingen in het systeem gebracht. Over meer dan zesduizend jongeren werden twee of meer meldingen gedaan. Gaan daar allemaal hulpverleners op af? Dan moeten er nog heel wat blikken opengetrokken worden. En staat bij de achttienhonderd kinderen met een hoger risico om te ontsporen in Midden-Gelderland binnenkort een jeugdzorger op de stoep?
In elk geval heeft ook beheersing een prijs. En die betreft niet zozeer de bedreiging van onze privacy. Elke burger en consument krijgt te maken met nieuwe normen, belangen, beïnvloeding en gezichtspunten. Daar kunnen we beter maar eens goed bij stilstaan.

Marguerite van den Berg is socioloog en Marcel Ham hoofdredacteur van TSS, het tijdschrift voor sociale vraagstukken. Onlangs verscheen mede onder hun redactie het boek In de greep van de technologie, nieuwe toepassingen en het gedrag van de burger (Van Gennep)