Naar een dubbele gezondheidszorg

Het wordt met de dag duidelijker waarom de staatssecretaris voor Volksgezondheid, Hans Simons, eind vorig jaar besloot zijn politieke biezen te pakken. Na lezing van de voor zijn terrein uiterst mistige verkiezingsprogramma’s voelde Simons aan dat zijn plan tot herstructurering van de gezondheidszorg niet - zoals CDA en PvdA altijd beweerden - ‘over de verkiezingen was heengetild’, maar definitief naar de geschiedenisboeken was verwezen. De gebeurtenissen na 3 mei geven aan dat zijn inschatting juist was.

Ruim voor de verkiezingen overigens had de gezondheidszorgman van het CDA, de Nijmeegse ziekenhuisdirecteur Werner, in een interview met Het Financieele Dagblad het scenario van de komende kabinetsperiode al met een bijna profetische nauwkeurigheid uit de doeken gedaan. De AWBZ, zo meldde hij, moet weer gewoon een door de overheid geregeld instrument worden voor onverzekerbare risico’s, zoals verzorging, psychiatrische behandeling en zwakzinnigenzorg. Daar betaalt ieder zijn inkomensafhankelijke deel aan. De medicijnenkosten, die door Simons als opmaat voor een volskverzekering naar de AWBZ waren overgeheveld, moeten weer terug naar het domein waar de zorgverzekeraars het voor het zeggen hebben: ziekenfondspakketten en particuliere ziektekostenverzekeringen. De basispakketten hiervan moeten wel beperkter worden, zodat er een groter deel wordt ondergebracht bij vrijwillige aanvullende verzekeringen waar de zorgverzekeraars elkaar op kunnen beconcurreren. Dat betekent een kleiner basispakket, voor particulier verzekerden en ziekenfonds- verzekerden, waarbij deze laatsten ook nog eens tot een eigen risico worden verplicht.
Zo wilde althans het CDA het en zo werd het bijna letterlijk door de onderhandelaars van een paars regeerakkoord aan het papier toevertrouwd. WVC-minister Ritzen nam daar vorige week al een voorschot op door - geheel in lijn met de opmerkingen van Werner - aan te kondigen dat er scherp zal worden gesneden in de ziekenfondsvergoedingen voor de tandarts en de fysiotherapeut.
Daarmee is niet alleen het door de PvdA zo innig gekoesterde droombeeld van een volksverzekering voor iedereen naar het rijk der fabelen verbannen, belangrijker is wellicht dat een poging om een door de politiek geregisseerde vorm van kostenbeheersing van de gezondheidszorg definitief is opgegeven. Vanaf het komende kabinet geldt het primaat van de kostenverschuiving - voor zowel de gezondheidszorg als de gehele collectief gefinancierde sociale sector. De collectieve lasten moeten omlaag, maar de onvermijdelijke prijs daarvoor is dat de individuele lasten drastisch omhoog gaan, vooral ook omdat er in de bloeiende verzekeringsbranche het nodige aan de strijkstok moet blijven hangen.
De politiek is hiermee een weg ingeslagen die het tegenovergestelde is van de weg die Simons voor ogen had: de route naar een dubbele gezondheidszorg. Een minimale voor laagstbetaalden, een maximale voor beter gesitueerden die dan wel veel duurder uit zijn.
Simons heeft zich inmiddels bij het illustere gezelschap gefrustreerde staatssecretarissen gevoegd dat zich op de gezondheidszorg heeft stukgelopen. De kans dat ook zijn opvolger over vier jaar een illusie armer is, is met deze paarse CDA-plannen zeer gering. Alleen zal de gezondheidszorg er niet beter van worden.