Naar een marxistische boekenweek

Nietzsche schreef al dat het wezen van het bestaan is gebaseerd op de eeuwige terugkeer van hetzelfde. Maar zelfs hij had niet kunnen voorspellen dat zijn werk honderd jaar na dato nog eens tot voorpaginanieuws van de Volkskrant zou worden gerecycled. ‘Apostel Paulus was stichter christendom’, kopt de Volkskrant van 10 maart jl. op de voorpagina. In het bericht lezen we dat Paulus, ‘een Griekssprekende jood die Jezus nooit heeft gekend’, de leer van Christus ‘heeft verdraaid en verraden’: ‘Jezus zelf zou nooit een wereldgodsdienst hebben willen stichten. Zonder Paulus zou het door het christendom overgenomen culturele erfgoed nooit buiten de grenzen van het jodendom zijn gekomen.’

Een en ander meldt de krant op gezag van Andrew Wilson, de Britse society-journalist die onlangs het boek Paul: The Mind of the Apostle het licht heeft doen zien.
De verslaggever had er goed aan gedaan Nietzsches Antichrist even op te slaan, want daar stond Paulus’ grote historische retoucheertruc ook al keurig in beschreven, net zoals in het werk van talloze epigonen nadien. Als argeloze lezer houd je je hart vast voor wat volgen gaat. Valt er straks een krant op de deurmat met in koeieletters ‘E=MC(su2(!’ op de voorpagina, gevolgd door het bericht over een spectaculaire trouvaille van een natuurkundestudent uit Ermelo (commentaar van de gelukkige: 'Voorlopig noem ik het de relativiteitstheorie’)? Wint Mellie Uyldert straks de Nobelprijs voor haar ontdekking van de heilzame werking van schimmelvarianten bij hoge koorts?
Een en ander is typerend voor de huidige God-hype. Bijna twee millennia theologische twist - van Augustinus tot de Hoeksche en Kabeljauwsche twisten - lijken met een enkele druk op de delete-knop uit het geheugen van de postmoderne homo informaticus gewist en fris van de lever begint men weer helemaal opnieuw met het samenstellen van rudimentaire godsbewijzen dan wel -ontkenningen. De ijver waarmee dit jaar het thema van de Boekenweek is aangegrepen voor een publiciteitsoffensief met totalitaire trekjes is bijna angstaanjagend.
Wie dacht dat ons gewezen domineesland inmiddels al lang was omgevormd tot een hedonistisch consumptieparadijs van xtc-slikkende funshoppers die de zondagsrust op grove wijze ontwijden tijdens beach-parties in hun sm-kelders, kwam bedrogen uit. Juist onder het commando van het eerste gedeconfessionaliseerde landsbestuur sinds mensenheugenis is Nederland drukker in de weer met God dan ooit tevoren. Iedereen is ermee bezig. Tot in de kolommen van het damesblad Marie Claire, tot voor kort primair gewijd aan aardse zaken tussen man en vrouw, weerklinkt de lokroep naar hogere sferen.
Iedere Nederlandse letterkundige blijkt opeens in het diepst van zijn gedachten een theoloog te zijn. Als op hol geslagen hagepredikers vallen ze over elkaar heen in hun boutades dan wel liefdesverklaringen aan het Grote Opperwezen. Jarenlang in stand gehouden monopolies op God, zorgvuldig geëxploiteerd door Andries Knevels Evangelische Omroep, worden in één klap doorbroken. God is van iedereen! God ligt op straat!
Naar aard en wezen van deze onverhoedse religieuze revival blijft het gissen. Is dit nu de gebruikelijke eindtijdkoorts die pleegt uit te breken bij het naderen van een millenniumwisseling? Wordt het heidense paarse kabinet van transcendent contragewicht voorzien nu Enneüs Heerma en Jaap de Hoop Scheffer het zo schromelijk laten afweten? Hunkeren wij allen in onze hypergeïndividualiseerde hokjes toch stiekem naar het Grotere Verband? Zijn wij eigenlijk stikjaloers op het familiale stamverband van de door Pim Fortuyn zo vermaledijde moslims? Zijn we stiekem bezig aan een sociaal-psychologische Echternachse processie, terug naar de beschermende armen van een allesoverziende moederkerk, die van Antoine Bodar of desnoods die van Oibibio’s Ronald-Jan Heijn? Verlangen wij als de volgevreten decadente inwoners van het oude Rome dan toch naar de strenge vermaningen van een over-ascetische God?
Of zit het allemaal veel simpeler in elkaar en is het zo dat Nederland sinds de jaren zestig helemaal niet zo ontkerkelijkt is als het dramatisch toegenomen aantal lege kerkbankjes suggereert? Waren de afgelopen drie decennia van moeizame individuele strijd tegen de bedilzucht der ouderlingen (Wolkers, ’t Hart) slechts een illusoire pauze-act?
Hoe het ook zij, de huidige God-hausse voorspelt weinig goeds voor het discours over lagerbijdegrondse zaken als het minimunloon, tandheelkundige zorg, arbeidstijdverkorting en verbetering van het kantoorklimaat. Want als God één ding heeft bewezen tijdens zijn lange, moeizame loopbaan, dan is het wel dat de zorg voor de positie van de gewone sterveling danig op de tocht komt te staan zodra Hij voor het voetlicht treedt.
Het is daarom te hopen dat de voorspelling van de jonge Nederlandse auteur René Huigen, het onbegrepen genie der Nederlandse letteren, zal worden bewaarheid. Daags na het Boekenbal sprak ik de schrijver van meesterwerken als Paleis in de jus en Dood is ook een leven in zijn stamcafé (alwaar een collega van hem pronkte met een buitgemaakte Carmiggelt-kop onder de uitroep 'Volgend jaar neem ik die van Mulisch mee!’). 'Het zal zo'n vaart niet lopen met God’, zo stelde Huigen mij gerust. 'Het is gewoon een golfbeweging in trends, meer heeft het niet om het lijf. Ik weet zeker dat de Boekenweek volgend jaar of het jaar daarna gewijd zal zijn aan het communisme. Dan zie je overal Karl Marx op de cover. Dat kan nooit lang meer duren.’
Nu dient hier vermeld dat Huigen is gezegend met een groot voorspellend vermogen. Recent wetenschappelijk onderzoek in Amerika wees uit dat een donorhart inderdaad curieuze persoonlijkheidswisselingen teweeg kan brengen bij de tweede gebruiker, precies zoals Huigen al geheel op eigen kracht had beschreven in zijn in 1994 verschenen roman De horlogemaker).
Kortom: het loopt helemaal niet zo'n vaart met God als men dacht te moeten vrezen. Hij is dood en reanimatie zit er niet in. Binnenkort zal ook de Volkskrant dat op zijn voorpagina melden.