Ger Groot

Naar Mars

Had ik er de leeftijd voor gehad, dan zou ik in 1957 gefascineerd geluisterd hebben naar de sf-hoorspelserie Mars slaat toe. Maar ik was pas drie – en toen mijn begeestering voor toekomstverhalen haar hoogtepunt bereikte, werd de sf beheerst door Stanley Kubricks overweldigende film 2001: A Space Odyssey uit 1968.

Pas veertig jaar later zou ik de inmiddels belegen toekomstdromen van Mars slaat toe te horen krijgen. De twintig afleveringen ervan werden onlangs op cd uitgebracht door uitgeverij Rubinstein, die eerder al de daaraan voorafgaande hoorspelreeks Het marsmysterie uit de mottenballen haalde. Het beluisteren ervan was als een verwarrende reis door de tijd.

Want Mars slaat toe speelt in 1972: de toekomst van toen is het verleden van nu. En precies in dat midden bevindt zich mijn eigen diepste sf-ervaring. 1972 is vermoedelijk het jaar waarin ik 2001 zag, een inmiddels ook al verleden geworden toekomstdatum. Het opvallendst is dat de werkelijkheid van beide jaren niet in de verste verte lijkt op wat de toekomstdromen voorspelden. In 1972 zou er volgens de hoorspelreeks op de maan al een flinke basis operationeel zijn, van waaruit verdere ontdekkingsreizen werden ondernomen. Nodig waren die geworden omdat het gevaar dreigde van een invasie van marsbewoners. Om dat te onderzoeken werd kapitein Jeff Morgan er met een kleine bemanning op uit gestuurd naar de rode planeet. Hun avonturen vormen de plot van Mars slaat toe.

In werkelijkheid was er in dat jaar van enige maanbasis in de verste verte geen sprake. De eerste mens had er net drie jaar eerder voet op de bodem gezet, wat rondgelopen en was weer vertrokken. Van tijd tot tijd kwam er een nieuwe astronaut, om min of meer hetzelfde te doen.

Toch had Charles Chilton, de schrijver van het hoorspel, de datum van de eerste maanlanding in een eerdere reeks vrij nauwkeurig voorspeld. In Operatie Luna (door de BBC uitgezonden in 1953, door de KRO twee jaar later) liet hij Jeff Morgan er in 1965 aankomen: een redelijke foutmarge van vier jaar. Maar in plaats van een springplank te worden voor een ambitieuze ruimte-exploratie vegeteerde het ruimteprogramma daarna in werkelijkheid lusteloos weg in zijn eigen succes.

Ook in Kubricks film is de maan een druk werkterrein geworden – weliswaar bijna 35 jaar later, maar rond 1972 leek dat helemaal niet implausibel. Toen puntje bij paaltje kwam, bleek er in 2001 op de maan echter helemaal niets te zijn ondernomen. De gedachte aan een expeditie naar Jupiter was even ondenkbaar als die naar Mars in 1972 was geweest.

Zo visionair als de voorspellingen van deze sciencefiction op kleinschalig technologisch gebied soms mogen zijn geweest, ten aanzien van de belangrijkste toekomstdroom sloegen zij de plank gevoelig mis. Het waren dan ook geen technische redenen waarom het met de ruimtevaart kwakkelen bleef. Uiteindelijk waren de motieven politiek van aard. De ruimtevaart gaf aanzien en beloofde op den duur een machtsoverwicht. Daarom hielden de VS en de USSR elkaar bij de les. Zodra het met hun rivaliteit voorbij was, was ook in de ruimtevaart de rek eruit.

Opmerkelijk genoeg gaan beide sf-producties juist van een dergelijke vreedzaamheid uit. In 1972 ‘heeft de wereld al tien jaar lang geen oorlog meer gekend’, zo horen we in Mars slaat toe. En in 2001 koesteren West en Oost nog wel enig wantrouwen, maar gaan zij in het gigantische ruimtestation dat Kubrick rond de aarde laat cirkelen niettemin zeer wellevend met elkaar om.

Dat niet technisch kunnen of wetenschappelijke belangstelling, maar politieke spanning en ideologische rivaliteit de belangrijkste motoren zijn van de grote nationale inspanningen wil er bij geen van beide producties in. Hoe zonnig hun kijk op de mensheid is, blijkt wanneer we hun toekomstdata vergelijken met de werkelijkheid ervan. Want memorabel werden die wel degelijk – zij het om veel omineuzer redenen dan de fictie had voorzien. 1972 werd het afscheidsjaar van het elan van ’68, ironisch genoeg zelf in belangrijke mate schatplichtig aan de oorlog in Vietnam. Intussen kondigde zich in het Midden-Oosten een burgeroorlog aan die in 2001 mondiaal werd: een nieuwe conflictsoort waarvan de regels even onduidelijk zijn als de afloop.

Is het de dystopische vervulling van die laatste droomdatum geweest die het ruimtevaartprogramma sinds kort lijkt te hebben vlotgetrokken? Dat de Amerikaanse president de Nasa onlangs nieuw leven inblies, vindt opnieuw zijn reden in het dreigende prestigeverlies van een land dat het overal ter wereld verkorven heeft. Het nationale blazoen moet opnieuw gaan schitteren dankzij een spectaculaire ruimte-expeditie. Deze keer wél naar Mars.