Naar rome

Ze hebben wel iets van elkaar. Donker, eigenzinnig haar. Slimme spleetogen, met een geestrijke twinkeling. Een mond waar altijd een lachje om speelt.

Maar wat zijn die lachjes verschillend. Antoine Bodar heeft het lachje van de zelfgenoegzame estheet. Breed, bezadigd en minzaam. De wereld vergaat van lelijkheid, zegt dat lachje, maar mij deert het niet, ik weet beter, ik weet waar de muze woont.
Rick van der Ploeg daarentegen heeft het lachje van de hedendaagse ironicus. Lippen die aan de hoeken krullen, uitdagend en alert. Hij beziet de muze met afstand, weet waar ze woont, maar kent ook haar prijs, en dan weet hij genoeg.
Beiden komen uit Amsterdam. De een heeft zojuist emplooi gevonden in Rome, de ander in Den Haag. In Rome gaat Antoine Bodar bewijzen dat de r.-k. liturgie de hoogste vorm van kunst is. In Den Haag gaat Rick van der Ploeg bewijzen dat popmuziek eenzelfde status toekomt.
Werelden apart.
Van Rick van der Ploeg zullen we de komende jaren nog veel horen. Van Bodar vernemen we de komende twee jaar niets. Die zit in een cel in het Vaticaan te zwoegen op zijn monografie. De uiterste rechtervleugel van de reactionaire factie van het conservatieve deel van de Nederlandse rk-kerk zal het even zonder intellectuele roerganger moeten stellen.
Opdat we hem niet vergeten laat Bodar ons een bundel cultuurhistorische geschriften na: Weten waar de muze woont (vers van de pers van uitgeverij Heuff). Een keuze uit zijn werk van de laatste twintig jaar. Essays, toespraken en interviews van, met en door de heilige Antoine.
Wat is het toch iedere keer weer een deceptie om Bodar te lezen. Okee, zijn kennis van zaken is groot. Erudiet, erudiet, erudiet. Maar wat heb je aan al die boekenwijsheid wanneer die in zinnen wordt geperst die knersen en piepen van de lelijkheid? Nederlands is geen geweldig mooie taal, maar wanneer je er de Latijnse grammatica op loslaat, haal je alle lelijkheid eruit naar boven.
Bodar over de liturgie: ‘De liturgie geeft vorm aan de eredienst. De muzikale vorm van koor en wisselzang gaat samen met de kunst van het woord - het reciteren, het zeggen van woorden en zinnen, waarvan de betekenis gewordt door de vorm van de voordracht die immers vorm aan de inhoud geeft, vormend ten aanzien daarvan optreedt. Hoe kostbaar een dergelijke vormende vorm die de liturgie voor de ingewijden ook is, voor de niet-wetende buitenstaander kan de vorm verworden tot een formule die leeg is en star.’
Potjes-Nederlands heet dat. Wat er staat is dit: 'In de liturgie ontleent het woord zijn betekenis aan de voordracht.’ Een evidentie.
Hoe durft iemand die zich estheet noemt zulk proza aan de openbaarheid prijs te geven? Bodar mag dan weten waar de muze woont, het wordt hoog tijd dat hij er eens langs gaat.
Maar wat klaag ik. De komende twee jaar blijven we verschoond van Bodars getrappel op het arme Nederlands. Draai de speakers maar open, Rick!