Op het Indiase platteland is onderwijs niet vanzelfsprekend

‘Naar school? Ik moet werken’

Corrupte leraren, te moeilijke lesboeken en vervalste diploma’s: de kwaliteit van het onderwijs in India is ondermaats. Toch heeft het land ambitieuze plannen met zijn jonge bevolking, die straks massaal aan de universiteit moet kunnen studeren.

Medium anp 27010779

Kaman Ghar – Shijam Naram gaat rechtop zitten op de verweerde, plat liggende boomstam die als bankje dient. Naast hem zitten drie andere kinderen. Ze kijken hem vol achting aan. Achter hem staan de eerste hutjes van het dorp. ‘Nomadenhutten’, noemen welgestelde Indiërs de huisjes, opgetrokken uit hard geworden modder vermengd met stenen. De daken zijn gemaakt van gevlochten palmbladeren. Shijam zet grote ogen op, terwijl een groepje mannen om hem heen hem aanmoedigt. ‘Kom op’, zegt zijn vader. ‘Je kunt het, je deed het nog gisteren, thuis.’ Dan begint Shijam op hoge snelheid cijfers te spuien, terwijl zijn vaders borst zwelt van trots. Het is de tafel van twee, die leerlingen in Nederland op hun zevende leren. Shijam is de enige uit zijn klas van 28 leerlingen die hem uit zijn hoofd kent. Hij is bijna elf.

India heeft een snel groeiende, jonge bevolking. 41 procent van de Indiërs is jonger dan achttien jaar. In 2020 zal India waarschijnlijk de jongste bevolking ter wereld hebben. Dat biedt kansen: het land met de op één na grootste bevolking ter wereld (1,2 miljard mensen) meet zich graag met het rijkst bevolkte land: China. Daar slaat de veroudering toe. India hoopt binnen afzienbare tijd met een hoogopgeleide, jonge bevolking China, de sterkste economie in Azië, de kroon uit handen te kunnen nemen. Er zijn ambitieuze plannen voor hoger onderwijs. 2010-2020 is uitgeroepen tot ‘het decennium van innovatie’. Daartoe wil het land in 2020 dertig procent van de Indiase jongeren een plaats kunnen bieden op zijn universiteiten en technologische instituten, waarvan het er nu al ruim 650 heeft. Maar er zullen er nog honderden bij moeten komen om de doelstelling te halen.

Bovendien blijkt keer op keer uit nationale onderzoeken dat het fundament van het gebouw niet op orde is. India’s systeem van lager, middelbaar en voortgezet onderwijs vertoont gaten in de kwaliteit, ondanks grote investeringen door de centrale overheid. Dat geldt vooral voor de plattelandsscholen, waar zo’n tachtig procent van alle Indiase leerlingen wordt opgeleid.

Uit een onderzoek dat vorig jaar werd gepubliceerd door de Wharton University in Pennsylvania, bleek dat het probleem met name schuilt in de conservatieve lesmethoden. Dhir Jhingran, een hoge beambte binnen India’s elitaire Indian Administrative Service, zag die methoden in zijn twintigjarige ervaring binnen het elementair onderwijs nauwelijks verbeteren. ‘Vooral op het platteland moeten leraren lesgeven in meerdere klassen van verschillend niveau. Veel lesboeken zijn te moeilijk voor de leerlingen, en in elke afzonderlijke klas lopen de niveaus van de leerlingen sterk uiteen. Op het platteland geven leraren kinderen leesles door ze teksten keer op keer te laten opdreunen en overschrijven. Vaak leggen ze niet uit wat de betekenis van een tekst is, waardoor kinderen vaak nauwelijks begrijpend leren lezen.’ Hij maakte mee hoe leerlingen op een plattelandsschool uit de tweede en derde klas (van ongeveer zeven en acht jaar oud) worstelden om losse woorden te ontcijferen, terwijl ze perfect hele alinea’s uit hun standaard lesboekjes konden overschrijven in hun schriftjes. ‘Alsof ze plaatjes aan het natekenen waren.’

Privé-scholen zijn in India aan een opmars bezig. Net als in Groot-Brittannië heten ze public schools. Zo’n tachtig procent van alle scholen wordt gerund door de overheid, maar dat percentage daalt langzaam. Nu al gaat ongeveer dertig procent van alle kinderen naar een privé-school. In de steden betreft het meer dan de helft van alle kinderen. Op het platteland was het percentage vorig jaar ruim 25. Vaak is de kwaliteit van privé-scholen nauwelijks beter dan die van de overheidsscholen. Maar met name op het platteland zijn de leraren, die vaak per lesdag worden betaald, er minder vaak afwezig dan op de overheidsscholen, waar de leraren een vast salaris krijgen.

Medium hindi

Shijams dorpje, Kaman Ghar, ligt in Uttar Pradesh, India’s meest bevolkte deelstaat. Volgens de recentste volkstelling, die uit 2011, wonen er bijna tweehonderd miljoen mensen. Dat zijn de bevolkingen van Rusland en Italië bij elkaar opgeteld. Uttar Pradesh is een graadmeter voor de toestand in India op vele terreinen. Een daarvan is het primaire onderwijs.

In Kaman Ghar wonen ongeveer duizend mensen. Ze maken deel uit van de Nishada-vissersgemeenschap, die behoort tot de ‘Other Backward Castes’, de ‘overige kasten’, die samen met de kasteloze Dalits tot de allerarmste groepen van India behoren. De families uit het dorp sturen hun jonge kinderen naar een openbare school in een naburig provinciestadje. In Kaman Ghar is niets. Geen school, geen kliniek, geen winkel, geen verharde straten, geen waterleiding en geen elektriciteit. Er is één waterpomp en boven het centrale pleintje – een kleine zandvlakte met een paar palmbomen en boomstammen als bankjes – hangt één lamp. De stroom daarvoor wordt afgetapt van het centrale stroomnetwerk.

‘Ik wil het liefst dat mijn kinderen leren op school, zodat ze later misschien niet in de situatie terechtkomen waarin ik nu zit’

‘Toen we afgetapte stroom gebruikten voor het hele dorp kwam de politie en sneed alle aansluitingen door. We hopen dat ze niet zullen terugkomen voor die ene lamp boven ons pleintje’, zegt Hukum Chadr Nisad, de lokale administrateur, die als een van de weinige dorpelingen zijn lagere school heeft afgemaakt en aardig kan rekenen.

In Kaman Ghar is alles zand, stof en steen. Het dorp ligt aan een rivier, maar die stroomt enkele tientallen meters lager dan het niveau van de akkers, en er zijn geen irrigatiewerken of pompen. De grond rond het dorp is keihard. De inwoners die ooit iets te investeren hadden, kochten buffels, waarvan ze de melk verkopen en die ze baden in de rivier. ‘Ons land is onbebouwbaar’, zegt Chadr. ‘Wij zijn vissers, maar in de rivier leeft niet veel. De meeste mannen werken in de steden. Als ze werk vinden bij een bouwproject kunnen ze 250 roepie per dag verdienen. Het lukt vrijwel niemand om een vaste baan te vinden.’

Om een gezin te onderhouden, dat in India bestaat uit gemiddeld vijf leden, is dagelijks zo’n tweehonderd roepie nodig – de grens van extreme armoede ligt voor een gemiddeld gezin op het platteland bij ongeveer 150 roepie. Fuld Didi, de enige weduwe van het dorp, heeft zes jonge kinderen. Ze is bezig een touwbed te vlechten van gedroogde grasstrengen. ‘We hebben een afspraak met de landeigenaar. We mogen zijn gras snijden en het gebruiken om bedden mee te maken, die we kunnen verkopen. We betalen hem vijf procent van de opbrengst.’ Op die manier krijgt ze maandelijks ongeveer zevenhonderd roepie bij elkaar.

Ze probeert elk jaar opnieuw te mogen meedoen aan de Mahatma Gandhi National Rural Employment Guarantee Act (mnrega), een sociaal programma waarbij arme boeren honderd dagen per jaar meewerken aan de aanleg van publieke werken, tegen een vaste vergoeding van 150 roepie per dag. ‘Maar ik word niet toegelaten’, zegt ze. ‘Daarvoor moet je een mnrega-kaart hebben, maar die krijg ik maar niet.’ In de dikke opschrijfboeken van de administrateurs in districtshoofdstad Sultanpur staat nog geregistreerd dat haar man een net iets te hoog inkomen heeft om aan het programma te mogen meedoen. ‘Het lukt me maar niet om geregistreerd te krijgen dat hij is overleden’, vertelt ze.

Haar kinderen gaan alleen naar school als er voldoende geld is om het weer een tijdje te redden. ‘Ik heb ze meestal nodig om bedden te vlechten’, zegt Fuld Didi. Telkens is het weer een dilemma: op school krijgen haar kinderen een gratis lunch. Houdt ze hen thuis, dan kunnen ze weliswaar meewerken, maar dat moet dan zoveel opbrengen dat ze er hun voeding van kan betalen. ‘Kleine klusjes laat ik aan me voorbijgaan’, zegt ze. ‘Ik wil het liefst dat mijn kinderen leren op school, zodat ze later misschien niet in de situatie terechtkomen waarin ik nu zit.’

De mannen uit Kaman Ghar kunnen zich maar één jongen uit het dorp herinneren die de lagere en de middelbare school afmaakte. ‘Hij kon naar college, maar dat kost 250 roepie per dag. Zijn ouders konden dat niet opbrengen. Nu is hij visser in de omgeving van Mumbai, India’s grootste stad, waarvan de agglomeratie ruim twintig miljoen inwoners telt, grotendeels bestaande uit immigranten als de leergierige jongen uit Kaman Ghar.

Onderwijs is een fundamenteel recht volgens de Indiase constitutie. Het is verplicht tussen het zesde en veertiende levensjaar. Bovendien is het, als het overheidsscholen betreft, gratis. Na tien jaar elementair onderwijs – vergelijkbaar met ons lager onderwijs, waarbij de laatste drie jaar vergelijkbaar zijn met onze middelbare school – volgen twee jaar high school. Aan het einde daarvan heeft een leerling de twaalfde klas bereikt, en is hij ongeveer achttien jaar. Wie aan het einde van de twaalfde klas het higher secondary examination haalt, kan terecht op een college, waar in twee jaar een bachelors-graad kan worden behaald die toegang geeft tot universiteiten en technologische instituten. Veel leerlingen haken af na klas 12. Colleges kosten geld, en op het platteland geld je in India op je achttiende als iemand die zo langzamerhand zelf de kost dient te gaan verdienen. Vaak ter ondersteuning van het magere gezinsinkomen.

Medium p1010349
‘Ze verkopen het voedsel dat bedoeld is voor de schoollunches van onze kinderen. Ze zijn corrupt’

In het dorp Medauli Kalat, ongeveer tweehonderd kilometer ten westen van Kaman Ghar, is 65 procent van de 2700 inwoners moslim. De overige bewoners zijn hindoe. De gemeenschappen gaan vredig met elkaar om, vertellen islamitische dorpelingen. Maar, benadrukt de leraar van de plaatselijke madrassa, waar jongetjes islamonderwijs krijgen en leren reciteren uit de koran, de twee gemeenschappen zullen nooit helemaal integreren. ‘Wij laten onze dochters niet met hindoes trouwen, want dan moeten ze hun geloof afzweren en dat is voor ons heiligschennis. Hun dochters mogen trouwen met onze zoons als ze islamitisch worden. Ik heb nog nooit meegemaakt dat een hindoefamilie dat toestond.’

In het dorp is een openbare lagere school. Het gebouw is vrij nieuw en ziet er goed onderhouden uit. Maar er komen maar heel weinig kinderen, vertelt Mujammin Hussain (30). ‘Niet meer dan tien, twaalf van onze kinderen gaan erheen.’ Een belangrijke reden is het ontbreken van de verplichte gratis lunch, die in Kaman Ghar wel wordt verstrekt. De gratis lunch is verplicht op alle openbare scholen. De centrale overheid in hoofdstad Delhi heeft die ingesteld om ervoor te zorgen dat meer kinderen uit arme gezinnen naar school zouden komen, en om de voedselvoorziening voor de jongsten te verbeteren.

In Medauli Kalat is de grond minder uitgedroogd dan in Kaman Ghar. Maar vrijwel niemand heeft er grond in bezit. De meeste families pachten een landje van een van de grootgrondbezitters in de streek. ‘Als je eigen grond hebt, heb je het hier goed’, zegt Hussain. ‘Maar dat geldt slechts voor weinigen.’ Een van de manieren om aan de armoede te ontkomen, is werken in het buitenland. Zo’n vijftien procent van de volwassen bevolking uit het dorp werkt in het emiraat Dubai, aan de andere kant van de Arabische Zee. Van het geld dat ze naar huis sturen, is onder meer een imposante moskee gebouwd, een paar kilometer buiten het dorp.

‘De openbare school functioneert niet’, vertelt Hussain. Het schooltje heeft drie docenten, aangesteld door de regering van Uttar Pradesh. ‘Ze verkopen het voedsel dat bedoeld is voor de schoollunches van onze kinderen. Ze zijn corrupt. Als je wilt dat je kind op de school wordt toegelaten, moet je smeergeld betalen’, zegt Hussain, die als enige jongere in het dorp twaalf jaar naar school is geweest. College was onbetaalbaar. Nu runt hij een winkeltje in huishoudelijke artikelen.

We zitten op plastic stoeltjes voor het koranschooltje. Het is het einde van de middag. De dalende zon werpt een warme gloed over de velden, waar bossen gerooid samengebonden graan klaarliggen om door vrouwen en een enkele man op het hoofd naar het erf te worden gedragen, waar het zal worden gedorst. Gaandeweg komen steeds meer mensen om ons heen staan. Onder hen veel jongeren. De meeste van hen gaan naar een privé-school in een naburig dorp, vertellen ze. Wie de eerste tien jaar erop heeft zitten en naar de high school mag, moet twintig kilometer reizen. Dat is te ver voor veel van hen – op de slechte wegen van Uttar Pradesh rijden bussen niet harder dan dertig kilometer per uur, en na schooltijd eisen ouders van hun kinderen alle tijd op om mee te werken op het land. Zeker nu, tijdens de graanoogst.

Vooral op colleges, na de high school, komt veel omkoping voor, vertelt Hussain. ‘Het is moeilijk om een goed vervalst college-diploma te krijgen, daarmee val je vaak door de mand’, zegt hij. Maar er zijn andere manieren. Hij vertelt hoe je college kunt doorkomen als je genoeg geld neertelt en een corrupte administrateur weet te vinden die een talentvolle student, die je eveneens dient te betalen, inschrijft onder jouw naam. ‘Zo haal je goede cijfers zonder dat je ooit naar college bent geweest. Daarmee maak je het corrupte beambten wat makkelijker om je tegen onderhandse betaling een overheidsbaantje te bezorgen. Veel mensen bij de spoorwegen, de belastingdienst en ook leraren in het publiek onderwijs komen zo aan hun baan’, beweert hij.

De jongeren, die inmiddels een kring hebben gevormd rond onze stoeltjes, kennen de omkopingsverhalen, maar zeggen niet te weten wat de actuele prijzen zijn. ‘Meer dan wij kunnen betalen, denk ik’, zegt een van hen met een lachje. ‘Ik zou trouwens niet weten hoe ik ooit op college zou moeten komen. Ik ben gestopt met school na vijf jaar, om voor mijn ouders te werken.’

Omdat de openbare school nauwelijks functioneert, sturen de meeste inwoners van Medauli Kalat hun kinderen naar een privé-school in een naburig dorp. Veel gezinnen moeten krom liggen voor het schoolgeld van vijftig roepie per kind per maand. De docenten zijn nog in opleiding, of wachten op een aanstelling bij een staatsschool, waar ze veel meer kunnen verdienen. ‘Gemotiveerd zijn ze in elk geval niet’, zegt Hussain bitter. Ze verdienen slechts tweeduizend roepie per maand, minder dan een tiende van wat een docent in overheidsdienst kan verdienen.

Hussain, die graag religieuze teksten leest ‘en af en toe een verantwoorde roman’, vertelt dat hij geklaagd heeft bij de districtsadministratie over het niet-functioneren van de openbare school in zijn dorp. Dat liep uit op een handgemeen, waarbij de dorpelingen die hij had meegenomen geweld gebruikten. ‘Ik was heel boos, omdat ik erachter kwam dat een van de docenten die zelden opdaagt dertigduizend roepie per maand verdient. De andere twee hebben hun aanstelling minder lang, en verdienen ruim twintigduizend roepie. Het maakte me woedend dat ze voor zo’n goed salaris hun werk niet uitoefenen. Wij zijn moslims, we zijn een minderheid in dit land. Dat maakt ons kwetsbaar.’ Hussain werd opgepakt als aanstichter en veertien dagen opgesloten. ‘Weet je wat ik het ergste vond aan de gevangenis? Ik kreeg niets te lezen.’


Beeld: (1) Overheidsschool in het Baghpat-disctrict, Uttar Pradesh (Sajjad Hussain/AFP/ANP). (2) Weduwe Fuld Didi in Kaman Ghar op haar touwbed, met een dochtertje en een dorpsgenoot (Joeri Boom).