Interview Charles Kupchan

Naar twee polen

Deze week verschijnt het nieuwste boek van Charles Kupchan in Nederlandse vertaling. Hij ziet Europa als nieuwe supermacht, naast een zich terugtrekkend en wegzinkend Amerika. «De toekomst is niet ‹de west tegen de rest›, maar Amerika tegen Europa.»

WASHINGTON — «Natuurlijk is het niet prettig dat er landgenoten sneuvelen, maar voor het publieke debat in Amerika zijn de huidige moeilijkheden in Irak een zegen.» Charles A. Kupchan, hoogleraar internationale betrekkingen aan Georgetown University en senior fellow bij de Council on Foreign Relations, is als Amerikaans deskundige op het gebied van de buitenlandse politiek een vreemde eend in de bijt. Als adviseur van Clinton genoot hij groot aanzien, vooral in Democratische kringen.

Dat veranderde snel toen hij zich uitsprak tegen een preventieve invasie van Irak. «Iedereen was voor die oorlog», zegt Kupchan, «ook de meeste democraten en zelfs het merendeel van mijn collega’s hier bij het Council. Ik had geen goede tijd bij het koffiezetapparaat. En je had de e-mails moeten zien die hier binnenkwamen. Ik kon de belangrijke mails nauwelijks meer terugvinden tussen de honderden haatmails. ‹Verrader› en ‹lafaard› waren verreweg de fatsoenlijkste scheldwoorden.»

De zichzelf «vaderlandslievend» noemende brievenschrijvers wisten Kupchan te vinden omdat hij zich met grote regelmaat buiten de ivoren toren manifesteert, onder andere bij CNN, de publieke televisie, maar ook bij het bombastisch rechtse televisiekanaal Fox. Hij fungeert steevast als tegenstem.

Kupchan: «Achter al die woede schuilt vooral het verwijt dat ik niet ideologisch bevlogen genoeg ben. Door de moeizame oorlog in Irak wordt het debat eindelijk weer wat pragmatischer. Toegegeven, dat is niet terug te zien in de speeches van de president. Maar die dienen slechts om de mislukking te verhullen: er zijn geen wapens gevonden, geen juichende Irakezen aangetroffen en er is geen bewijs voor een verband tussen Hoessein en al-Qaeda boven water gekomen. Het enige wat dan rest, is beweren dat de vrijheid en de democratie je zoveel waard zijn dat je er mensenoffers voor wilt brengen. Alle gevaren die het Amerikaanse buitenlandse beleid heeft voor de stabiliteit van de internationale rechtsorde, worden dan op de koop toe genomen.»

In zijn laatste boek, The End of the American Era (2002), beweert Kupchan dat de terugkeer naar een «multipolaire» wereld onvermijdelijk is. Eén supermacht zal door arrogantie en onverschilligheid altijd een reactie uitlokken en door het negeren van internationale verdragen en instellingen legitimiteit verliezen. Dat leert de geschiedenis. Bovendien «streven grote naties van nature naar het primaat». Concreet betekent dat voor de wereld van vandaag dat Amerika tegenwicht zal krijgen. Dat proces wordt nog eens versneld door de relatieve economische neergang die Kupchan in Amerika waarneemt en de afnemende bereidheid zich nog met de rest van de wereld te bemoeien.

Het meest opvallende aan Kupchans voorspelling is dat niet China of een andere Aziatische grootmacht de concurrentie met Amerika zal aangaan, maar Europa. Terwijl de leiders van de oude wereld bakkeleien over het stabiliteitspact, hun nationale belangen verdedigen in de Raad en er ogenschijnlijk eindeloos over doen een Europese grondwet op te stellen, dicht Kupchan het verenigd Europa een nieuwe status als supermacht toe. «De toekomst is niet ‹de west tegen de rest›, maar Amerika tegen Europa.»

Amerikaanse collega’s als Mearsheimer, Kagan, Kennedy, Kaplan en Huntington geloven er weinig van. Zijn Europese vakbroeders zijn bijkans nog sceptischer. Op bijeenkomsten in Europa werd Kupchan soms zelfs weggehoond door de zaal. De laatste maanden lijkt Kupchans ongelijk ook van de voorpagina’s te spatten: de Amerikaanse economie groeide met bijna acht procent; het land heeft zich niet teruggetrokken uit de wereld, maar stuurde zelfs tienduizenden soldaten naar een vreemd land om het te bezetten; en Europa is verdeelder dan ooit.

Toch verschijnt deze week een Nederlandse vertaling van Kupchans boek. Daarin is niet de nieuwe inleiding opgenomen die Kupchan schreef voor de tweede druk van de Engelse editie, die enkele weken geleden in Amerika op de markt kwam. De hoogleraar duidt in deze inleiding de recente ontwikkelingen in de wereld niet als weerlegging van zijn voorspelling, maar juist als bevestiging ervan.

Ook in zijn kantoorkamer in het politieke hart van Washington geeft Kupchan er blijk van niet onder de indruk te zijn van de euroscepsis van Europeanen. «Irak heeft Europa juist de noodzaak tot integratie ingepeperd. De verdeeldheid is schijn, iedereen in Europa begrijpt nu dat het stom is achter Amerika aan te lopen ten koste van Europa. Ook groeit het besef dat Amerika niet altijd meer te hulp zal schieten, zoals op de Balkan nog wel is gebeurd. De landen die Amerika in deze oorlog hebben gesteund, deden dat — met uitzondering van Engeland — om Amerika in Europa te houden, niet omdat ze het eens waren met de beslissing een regimeverandering in Bagdad voor elkaar te krijgen. En ook Engeland zal uiteindelijk inzien dat de Europese integratie belangrijker is dan een goede relatie met Amerika. Blair heeft zijn nek uitgestoken voor Bush en nu wordt zijn hoofd eraf gehakt. En voor zijn goede gedrag krijgt hij weinig tot niets terug van Amerika. De Britse politiek ziet nu langzaam aan in dat Engeland meer invloed krijgt in de wereld als leidende EU-lidstaat dan als slaafse poedel van de Amerikaanse regering.

Kijk, de Polen hebben echt een vergissing gemaakt. Die hebben een slechte investering in hun toekomst gedaan. Ik was afgelopen weekeinde in Warschau en ze blijken daar te denken dat ze internationaal iets voorstellen omdat ze in Amerika een sterke bondgenoot hebben gevonden. Het deed me bijna pijn om het ze te vertellen, maar van dat bondgenootschap moeten ze zich niets voorstellen. Amerika zal ze er niets voor teruggeven en de relatie met Frankrijk en Duitsland is verstoord.

Begrijp me niet verkeerd, militair gezien duurt het nog heel lang voordat Europa een serieuze rivaal wordt van de VS. Maar economisch, politiek en cultureel wordt Europa wel het tweede centrum van de macht, binnen afzienbare tijd. Eén markt, één munt, geen paspoortcontroles, discussies over gezamenlijk defensiebeleid… Goed, het is nog geen federatie, maar om een belangrijke speler — op het wereldpodium — te worden, hoeft het dat misschien ook niet te zijn. De enige weg in internationale politiek ging tot voor kort door Washington. Dat is nu al niet meer zo. Er ontstaat een tweede weg, nog niet volledig geasfalteerd en wellicht zonder straatverlichting, maar een begaanbare weg, die meandert door Europa, langs verschillende hoofdsteden.»

Kupchan schuwt de voorspellingen niet. Hij is ook niet te beroerd om de zaken die hij in zijn boek aanroert, nog verder te specificeren. «In 2010 bevinden we ons nog niet in een bipolaire wereld, maar wel in een anderhalf-polaire wereld. In 2020-2025 bestaan er waarschijnlijk drie machtscentra: Amerika, Europa, Noordoost-Azië. China kan dan ook echt een militaire grootmacht zijn.

Je moet je geen zand in de ogen laten strooien door de acht procent economische groei hier in Amerika. Behalve dat geen Europeaan de Amerikaanse meetmethoden serieus zou moeten nemen, is die groei voornamelijk veroorzaakt door drieste belastingkorting gecombineerd met een verhoging van de overheidsuitgaven. Behalve groei, creëren we daarmee een torenhoge schuld. Op de langere termijn zal dit bijdragen aan de economische stilstand die ik heb voorspeld.»

Is hij nooit bang dat hij er uiteindelijk toch faliekant naast blijkt te zitten? «Intellectuele angst is de dood in de pot. Europese denkers durven minder, dat valt me op. Door de gigantische macht van hun regering voelen Amerikanen ook meer dan Europeanen de verplichting om zich over de grote vragen van de wereld te buigen. Amerika heeft meer macht dan welk land ook in de geschiedenis van de mensheid, waardoor hier een gevoel van urgentie bestaat onder kenners van de buitenlandse politiek dat bijvoorbeeld een land als Nederland totaal ontbeert.

Overigens heeft het ook te maken met de breedte en de diepte van de intellectuele gemeenschap in Amerika op het gebied van de internationale betrekkingen. Gek genoeg bestaat dat niet in belangrijke Europese landen als Frankrijk en Duitsland. In Noordwest-Europa is het beter, daar heb je enkele serieuze instituten, hoewel ik begrijp dat sociale wetenschappers in jullie land zich de laatste jaren voornamelijk buigen over de nationale identiteit en de opvang en integratie van buitenlanders. Dat is wellicht heel interessant voor jullie, maar niet van groot belang voor de geopolitieke ontwikkelingen in de wereld.»

Kupchan doet het niet voor minder dan de grote vragen van de wereld. Maar is zijn boek werkelijk een voorspelling, of meer een suggestie om het beleid om te gooien? Net als het rapport van Rome, dat achteraf gezien meer een waarschuwing bleek dan een accurate voorspelling, blijkt het boek van Kupchan het onvermijdelijke («history has its own momentum») te koppelen aan de gedachte dat het nog niet te laat is om er wat aan te doen. Wat, bijvoorbeeld, als er een Democratische regering komt?

Kupchan: «Dat maakt uit, zeker. Dan zal er weer meer multilaterale samenwerking ontstaan en zal Europa minder hard worden gebruuskeerd dan door deze regering gebeurt. Toch zal ook een Democratische regering mijn profetie niet doorkruisen, misschien enigszins vertragen. Bovendien schat ik de kansen op een Democratische regering in de nabije toekomst niet erg groot. Mensen, zeker in Europa, zien Bush graag als een freak, een zeloot, maar dat is hij niet. Hij spreekt een groot deel van het Amerikaanse publiek aan, juist in de staten die de demografie aan hun kant hebben.

Wie er ook wordt gekozen, er is geen weg meer terug naar de goede oude tijd. Rivaliteit komt in het spel wanneer je van één pool naar twee gaat. Altijd. Dat zijn de lessen van de mensheid. En ik verschil van mening met een realist als Mearsheimer, omdat ik meen dat moordende concurrentie niet noodzakelijkerwijs uit die rivaliteit voortkomt. Dat hebben jullie bijvoorbeeld bewezen in Europa, met de vorming van de Europese Gemeenschap. En de koloniën bewezen het hier, met de stichting van de Verenigde Staten van Amerika. Ik weet wel dat integratie knap moeilijk is, maar niet onmogelijk. En alhoewel onze beleidsmakers het ontkennen, vraagt ook de buitenlandse politiek van Amerika om tegenwicht.»

Charles A. Kupchan

Het einde van het Amerikaanse tijdperk

Vertaald door Jan Hamminga

Byblos boeken, 320 blz., € 24,-