‘naar verlossing, hoepla’

Nanne Tepper, De eeuwige jachtvelden. Uitgeverij Contact, 316 blz.,f39,90
MET EEN onbevangen blik of elegant gebaar de literatuur binnenstappen, dat is in dit tijdsgewricht van technische reproduceerbaarheid nauwelijks meer mogelijk. De betere debutanten weten dat. Ze zijn er zich maar al te zeer van bewust dat ze, temidden van de honderden boeken die ieder jaar weer om aandacht vragen, moeten opboksen tegen een duizelingwekkend aantal geschreven verhalen, fantasieen, droombeelden en metaforen. Een loden last die op hen drukt, of ze dat willen of niet. Het best is eraan te ontkomen door die hele bibliotheek spontaan voor eigen gebruik aan te wenden, als een magazijn van de verbeelding. Inderdaad doen veel jonge auteurs dat ook. Met een aanstekelijk plezier spelen ze de kleptomaan, jatten stijlen, gappen thema’s of pasticheren idiomen dat het een lieve lust is. Schrijfdrift zou je die houding kunnen noemen.

Zulk profijtelijk lezen is, zo leert de literatuurgeschiedenis, overigens niet van vandaag of gisteren. Achter al dat citeren en herschrijven gaat trouwens nog iets anders schuil: de gemaakte keuzen leggen eveneens literaire affiniteiten bloot.
NANNE TEPPER IS zo'n omnivore nieuwkomer, zo blijkt uit zijn even voortreffelijke als hoogst intrigerende debuut De eeuwige jachtvelden. Achterin de roman heeft hij een verantwoording opgenomen met daarin deze mededeling: ‘Alle overeenkomsten van scenes en sores in deze roman met die in andere levende en dode kunstwerken berusten op louter toeval, behalve daar waar de schrijver een verwijzing ambieert.’ De zin verraadt literair zelfbewustzijn. Ironisch bedoeld of niet, de strekking ervan lijkt me duidelijk en wordt dat al lezend des te meer.
Dan blijkt dat de auteur nogal eens wenst te citeren. Zelfs de inhoudsopgave doet mee. Een roman die voor een belanrijk deel op het platteland speelt, in een geisoleerde familie waarin broer en zus een obsessieve genegenheid voor elkaar opvatten, doet uiteraard aan Hugo Claus’ romandebuut De Metsiers (1958) denken, of aan Nobokovs familieroman Ada (1969) - Tepper noemt de laatste ook expliciet, en de parallellen zijn wezenlijker.
Die thematisering van het incestueuze is allerminst van vandaag of gisteren, ze heeft haar wortels in een mythisch verleden. Ze is sindsdien regelmatig het middelpunt van dichterlijke belangstelling geweest en heeft in ontelbare variaties en vermommingen stof geleverd voor verhalen en gedichten. Met name de romantici, de artistieke tegenhangers van het verlichtingsdenken, waren erdoor gefascineerd. Chateaubriand bijvoorbeeld, en Baudelaire, die in de moderne kunst een essentieel demonische tendens onderkende. Vermoedelijk daarom leverde hij met enkele regels uit Les fleurs du mal waarin op incest wordt gezinspeeld, het motto van het Teppers boek.
Het verhaal in De eeuwige jachtvelden is opgebouwd uit vier, in structuur onderling nogal van elkaar verschillende hoofdstukken. De titels daarvan blijken rechtstreeks afkomstig uit Der Titan, het eerste grote romantische muziekstuk van Gustav Mahler. De roman presenteert zich derhalve als de partituur van een symphonie. Vergelijkbaar met de symphonie varieert hij traditionele thema’s en laat ze opnieuw klinken. In de geest van Mahlers Eerste gaat het daarbij om een toonzetting waarin afwisselend uitgelaten en desperaat op het bestaan wordt gereageerd. Even geisoleerd en eenzaam als de held uit dat muziekstuk in het leven staat, zijn Victor en de twee jaar jongere Lisa Prins, de twee hoofdpersonen uit De eeuwige jachtvelden.
Het zijn trouwens niet de enige artistieke grootheden die tussen de regels opduiken. Demonstreren dat je de klassieken kent is een ding, belangrijker is dat Tepper er zich tegelijkertijd van heeft losgemaakt en zijn eigen sfeer weet te creeren. Daarin toont hij zich een gedreven verteller, begiftigd met een puntgaaf taalgevoel en een perfecte timing. Het is precies deze combinatie van kwaliteiten die van De eeuwige jachtvelden zo'n opmerkelijk debuut maakt.
ONDERWERP VAN de roman is de familie Prins. Vader was arts en is al een tijdlang stevig aan de drank, de zoon begint zijn voorbeeld al aardig te volgen. Als hoofd van het gezin zou hij de wet moeten stellen, maar daartoe is hij niet (meer) in staat. Moeder is ooit een bindend element in de roedel geweest maar heeft die positie opgegeven. Een scheiding tussen het ouderpaar is onvermijdelijk.
Het gezin was ooit een vitale inplant in het wegkwijnende Oostgroningse gat Oud Huizen. Hoe los de banden in het vijftal - er is nog een jonger dochtertje Anna - ook dreigen te worden, desintegreren doet het niet. Dat heeft te maken met een uitzonderlijk soort cohesie, een in de loop der jaren gegroeide raadselachtige binding tussen de bloedverwanten. Die maakt allerlei extremiteiten mogelijk. Extremiteiten in de omgang met elkaar en al evenzeer in hun omgangstaal die een talige variant van patatje oorlog lijkt. Flemen, temen, provoceren, de onderlinge gesprekken zijn een bizarre mengelmoes van liefdesblijken, woede, sarcasme of melancholie.
Als in een Griekse tragedie ontstaat tussen Victor en Lisa een krachtenveld van passie, zuiverheidsdrang, lust, berekening en verlangen naar verlossing uit een loom makende leegte, dat de huiveringwekkende intimiteit van bloedschande mogelijk maakt. Geinspireerd door haar schrijvende broer, maar radicaler en aardser in haar denken dan hij, is Lisa er bewust op uit een natuurwet te schenden. Niet eens zozeer om daarmee morele grenzen te verleggen, eerder om een band te bezegelen die tegen eenzaamheid bestand is.
Nu hij die ban heeft verbroken en naar Parijs is gevlucht - waar hij aan een boek over Kerouac werkt - schrijft ze hem in een brief: 'Jij hebt me aan mijn haren door trotse boeken gesleept, jij hebt me voorgehouden dat men zijn nest moet haten en liefhebben: de enige kans op ontwikkeling, op zuivering, op evolutie. Ja ja, op papier. Goed hoor. Stel je voor zeg. Wij zouden hoop ontwikkelen, wij zouden ergens naar toe gaan. Naar verlossing. Hoepla. Verlossing, meneertje, is ’s ochtends eens lekker schijten. Dat je dat nog eens uit mijn mond mag vernemen, he? Voor de zoveelste keer: verlossing, zoals dat in jouw boeken staat geschreven, is een sprookje. Dit leven is voetje voor voetje. En als jij mij bij de hand neemt, dan neem ik jou bij de hand (ik weet het, dit klinkt als een liedje); doen we dit niet dan wankelen we gewoon wat meer.’
De dubbele ervaring van verbod en overtreding krijgt in Teppers roman stukje bij beetje realiteit. Ze wordt voorbereid in de beschrijving van de plek die een vluchtoord was voor hun kinderdromen, de zolder van het ouderlijk huis en krijgt een vervolg in het eerste, idyllische verhaal dat Victor speciaal voor Lisa’s zestiende verjaardag schrijft. 'Duizelingen’ heet dat heel toepasselijk. Het beschrijft behalve gezinsgeluk Liesjes eerste menstruatie en de bosschages waar beiden thuis waren 'zoals indianen hun jachtvelden kennen’.
Daarna zullen ze zich schaamteloos verliezen in de edelkitsch van de kasteelroman, hij door onder te duiken in de figuur van Ludwig van Beieren, zij door zich met Sissi van Oostenrijk te associeren. Operette-romantiek en zwarte romantiek stuiten op elkaar. Ten slotte gaan ze studeren in de stad. Ze delen dezelfde ruimte en integreren nauwelijks in het studentenleven omdat ze hun uitzonderlijke pastorale wensen te continuereren, zo niet verhevigen. Met als uiteindelijke uitkomst de met rituele spankracht geladen ontmaagding van de dan eenentwintigjarige Lisa.
ZOALS IN ELK goed boek zijn het niet allereerst de psychologische of sociologische verklaringen die het verhaal geloofwaardig maken. Waar is in de literatuur niet wat waar is gebeurd of gebeurd had kunnen zijn - waar is wat in woorden wordt waargemaakt. Wat dat betreft is Nanne Tepper een taalvirtuoos. Natuurlijk zijn er kanttekeningen te plaatsen bij zijn debuut. Vooral het eerste deel van het boek getuigt van nogal wat mooischrijverij - 'Een vage glimlach trippelde over haar gezicht en viel ervan af’ en cliches - 'zwiepende borsten’. Verder hadden de eerste twee hoofdstukken iets gecomprimeerder gekund. Maar dat zijn slechts kanttekeningen bij een debuut dat er zijn mag en dat veel doet verwachten voor de toekomst. Want Nanne Tepper is behalve een getalenteerd stilist, een authentiek verteller.