Hoofdcommentaar: Midden-Oosten

Naar vrede moorden

Na veertien dagen geweld is het moeilijk nog in een voortzetting van het vredesproces in het Midden-Oosten te geloven. Of het nu een mini-oorlog is tussen de Palestijnen en Israel, die gemakkelijk in een grote oorlog tussen Israel en z'n buurlanden kan omslaan, of een Tweede Intifada, een opstand, niet alleen tegen Israel maar ook tegen Arafat die met Israel onderhandelt, de gevolgen zijn afschuwelijk. Honderd doden, bijna allemaal aan de kant van de Palestijnen. Een draconisch optreden van het Israelische leger, dat voor de ogen van de hele wereld schiet op — grotendeels — ongewapende jonge mannen en kinderen. Een kloof van wantrouwen tussen de Israelische Arabieren die het onrecht niet langer kunnen harden, en hun joodse landgenoten. Dreigende taal van de Israelische premier Barak tegenover Libanon en Syrië, en een onbezonnen ultimatum aan Arafat, dat Barak gelukkig moest inslikken.

Alle wereldleiders spoeden zich nu naar het Midden-Oosten of proberen op een andere manier het gesprek weer op gang te krijgen. Het lijkt een hopeloze zaak, maar misschien is het goed in gedachten veertien dagen terug te gaan. Het is allemaal niet begonnen met het bezoek van de Israelische houwdegen en Likoed-leider Sharon aan de Tempelberg/Al Sharif. Het begon met iets heel anders: de aankondiging van premier Barak dat hij bereid was te aanvaarden dat het tot dan toe «ondeelbare Jeruzalem, dat eeuwig onder Israelische soevereiniteit zou blijven» gesplitst wordt in West-Jeruzalem dat de hoofdstad zal zijn van Israel, en Al-Quods (de Arabische naam voor de stad) als hoofdstad van de nieuwe staat Palestina.

Natuurlijk was dat niet meer dan een begin van een mogelijke oplossing. Het zou alleen aanvaardbaar zijn als de Palestijnen ook werkelijk Oost-Jeruzalem kunnen beheren, als er normale verbindingen mogelijk zijn tussen Jeruzalem en de rest van de Westelijke Jordaanoever, als er een regeling komt voor de Oude Stad (misschien internationaal beheer of controle?) en als de voor joden en moslims heilige Tempelberg/Al Sharif een oplossing wordt gevonden. Onmogelijk is dat niet. Door een gelukkig toeval vereren de joden alleen maar een stuk westelijke muur van het complex (de Klaagmuur) en hebben de moslims hun gouden Rotskoepel en Al Asqua-moskee er boven op. Zolang er geen Palestijnse jongeren stenen gooien naar biddende joden daar beneden en zolang er geen fanatieke joden dreigen de moslim-heiligdommen op te blazen om hun mythische Derde Tempel te bouwen, zit niemand elkaar in de weg.

Barak wees wel degelijk de weg naar een oplossing. En aangezien men in Camp David naar het schijnt al dicht bij een akkoord was gekomen over de stichting van een Palestijnse staat (met grenscorrecties, die een aantal dichtbevolkte nederzettingen bij Israel zouden voegen en Palestina wat meer ademruimte bij Gaza zou geven) en het probleem van de Palestijnse vluchtelingen (enige tienduizenden zouden in het kader van gezinshereniging naar Israel kunnen terugkeren, de overigen zouden tandenknarsend financiële schadevergoeding moeten accepteren), was nu juist Jeruzalem het grootste struikelblok voor een definitief akkoord.

Er is al vaker gewaarschuwd dat het geweld pas goed zou losbarsten als het vredesakkoord in zicht was. De rechtse oppositieleider Sharon, een van de felste Israelische tegenstanders van de vrede, heeft het moment voor zijn provocerende bezoek aan de Tempelberg goed uitgezocht. Hij gooide de bom die door Palestijnse actievoerders tot ontploffing werd gebracht. Een mengsel van wilde geruchten, terechte grieven, wantrouwen tegenover hun eigen leiders en het gevoel bij een vredesakkoord niet meer dan een van Israel afhankelijk ministaatje te verkrijgen leidde tot een spontane opstand, waarop Israel helaas niet reageerde door misverstanden uit de weg te ruimen en te luisteren naar de klachten, maar alleen maar door meedogenloos geweld.

Wat voor resultaat heeft al dat geweld, al die duizenden gewonden en tientallen doden? De jongeren van Arafats eigen Al Fatach hebben laten zien dat ze te slappe compromissen niet willen accepteren. Barak daarentegen dreigt een coalitieregering aan te gaan met dezelfde Sharon die alles doet om het vredesproces te ontregelen. Uiteindelijk zal het vredeakkoord er nauwelijks anders door uitvallen. Beide partijen hebben getoond tot het uiterste te willen gaan. Beide partijen kunnen aan den lijve voelen wat een uitbreiding van de oorlog aan nog veel grotere ellende zal uitrichten.

Er is geen alternatief voor het vredesproces, hoe onvolmaakt en onbevredigend het ook — vooral voor de Palestijnen — mag zijn. De onstabiele tussenperiode waarin zij nu verkeren, kan niet langer duren. Ik wens Arafat en Barak, hun bevolkingen en hun bondgenoten, de wereldleiders en ons allemaal in de komende dagen heel veel wijsheid.