Naarmate ik ouder word

Naarmate ik ouder word, wens ik steeds meer verbodsbepalingen. Ik wil dat het rustig is in cafés, ik wil dat jongens mijn dochter met rust laten, ik wil dat mensen die te hard rijden waardoor andere mensen sterven, onmiddellijk de doodstraf krijgen, ook al rijd ik zelf vaak te hard.
Naarmate ik ouder word, durf ik steeds minder als het gaat om vocabulaire, maar steeds meer als het gaat om oordelen. Tussen mijn dertigste en veertigste werd ik mild - na mijn veertigste komt er andere agressie terug. Het is gek hoe gefrustreerd je kan zijn om niets.
Nu doet zich een totaal ander fenomeen voor: naarmate ik ouder word, blijk ik ook steeds meer vrouwen aantrekkelijk te vinden. Dat is lastig, heel lastig zelfs. Want naarmate ik ouder word zijn er steeds meer dingen die ik niet durf. Op mooie vrouwen afstappen, bijvoorbeeld. Of naar de hoeren gaan. Dat heb ik eerlijk gezegd nooit gedurfd. Maar als ik naar de hoeren zou zijn gegaan, zou ik dat rustig aan iedereen vertellen. Ik durf ook niet te schrijven op een advertentie van een aantr. jng. vr. (27) die dito man zoekt. Ik durf evenmin te bellen naar ‘Vrouwen, vrouwen, vrouwen’ die alles met me willen doen, voor maar een euro per minuut. Ik weet niet hoe dat komt.
Ik heb bijvoorbeeld ook grote moeite om wc-rollen te kopen bij de Albert Heijn. Ik doe dat wel, ik moet wel, maar ik vind het zeer onprettig om met zo'n enorm pak over straat te lopen.
Condooms kopen gaat weer wel.
Ook vervelend vind ik het kopen van schoenen die afgeprijsd zijn. Ik vind het gênant om afgeprijsde schoenen te passen. Sowieso koop ik niet graag kleren in de uitverkoop, tenzij ik er iets bij kan kopen dat nieuw is.
Er zijn ook zinnen die ik niet durf op te schrijven.
Ik durf nooit te schrijven dat ik van die of die een stijve krijg. Ik durf weer wel op te schrijven dat ik erg geil kan worden van Astrid Joosten. Maar ik durf bijvoorbeeld Astrid Joosten weer niet te bellen om te vragen met mij te gaan eten. Als ik het nummer van Guikje Roethof zou weten, die ik even mooi vind als Astrid, dan zou ik die zo bellen.
Oké, ik slik geen prozac meer, want ik ben hartstikke gelukkig. ’s Ochtends alleen nog wat bisolvon en de ventolinspray wegens 'de ziekte van Multatuli’, daarna wat vezeltabletten, gevolgd door vitamine B-complex, en verder wat temesta en aspirine. Alles verkrijgbaar bij de drogist (op de ventolin na) dus zo erg kan het allemaal niet zijn. En ik voel me gelukkig, hoewel ik ouder word. De vraag 'hoe lang nog?’ stel ik mezelf helemaal niet. Hoe mijn hart klopt, wil ik niet weten. En overlijdensadvertenties bekijk ik ook niet - ik krijg die zwartomrande enveloppen tegenwoordig gewoon in de bus. En het zijn altijd de verkeerden. (De goeden moeten altijd onder de kwaden lijden.)
Naarmate ik ouder word, word mijn wereld kleiner. Ik maak me druk om een slecht boek, of een lelijk schilderij, maar dat is het dan ook. En dus word ik een angstige kluizenaar. Een hypocriet. Die iets anders zegt - voor de microfoon en in de krant - dan hij werkelijk meent.