Toneel De Theatertroep op avontuur

Naastenliefde in de verhuur

Kun je genegenheid inhuren? Of naastenliefde uit een magazijn halen? Het jongste toneelcollectief van Amsterdam en schrijver Judith Herzberg slaan de handen ineen. Resultaat: twee toneelnovellen.

Medium dscf5668

Gesprek in het kleine kantoortje van Piet. Piet verhuurt vervangende aandacht intermenselijke gevoelsbindingen. Maar dan nagespeeld. En toch echt. Echt echt. Bert is klant.

Bert Waar ik voor kwam – Uw slogan sprak me aan: de leemtes, in de emotionele leemtes –

Piet In de emotionele leemtes te voorzien, op te heffen –

Bert Ik zoek namelijk iemand voor mijn vader

Piet U zoekt een vader

Bert Nee, ik heb een vader

Piet U bent hem kwijt

Bert Nee, ik zoek iemand voor mijn vader

Piet Een dame?

Bert Nee

Piet Is er iets mis met hem?

Bert Nee, ik wil hem niet alleen laten

Piet Dan moet U niet weggaan.

De dialoog komt uit Hoe echt is echt echt, een door tien twintigers van Amsterdams jongste toneelcollectief De Theatertroep en dichter/toneelschrijver Judith Herzberg (1934) samen geschreven toneelnovelle. De troep bestaat nu ruim vijf jaar. In 2011 werden ze in het kerstnummer van De Groene geïntroduceerd als ‘jonge toneelhonden’. Er is in die vier jaar een hoop gebeurd. Ze zijn nu met een harde kern van tien spelers. Ze doen nog altijd alles zelf. Iedereen is klaar met een studie. Ze zijn huisgezelschap van Theater Frascati in de Amsterdamse Nes. Ze runnen daar ook een theaterkroeg (De Richel) en een winkel in tweedehands toneelboeken (Sternheim), van waaruit ook radio wordt gemaakt. Ze spelen ondertussen niet meer alleen in Amsterdam maar ook landelijk, tot in Antwerpen. Ze worden serieus genomen (‘Nou ja, serieuzer in ieder geval’). En de samenwerking met Herzberg, die in 2011 al hoog op hun verlanglijst stond, is nu een feit. Haar gedicht Trilogie uit de bundel Het vrolijkt (2008) was vier jaar geleden voor de ‘troepers’ een motto, een soort dramaturgisch manifest. Dat gedicht gaat zo.

Trilogie

Deel één; plaats, tijd, handeling

compact. Klassiek. Te vatten.

Deel twee loopt uit de hand.

Personen worden personages en

raken uit elkaar, tijd

uit de voegen. Rages vervangen

onstuitbaar, eigen onstuimigheid.

Drie zou weer ingetogen

moeten zijn. Vanwege

symmetrie. Maar die

laat zich niet temmen;

drie waaiert venijniger

‘Het is zoals voetbal. Je oefent nooit de daadwerkelijke wedstrijd, je oefent alle of bijna alle denkbare opties’

en pijnlijker en verder uit,

zoals echt in het echt.

Is dit het eind

of is het pauze?

Applaus. Gefluit. Applaus.

Het gedicht viel op een goeie plek, zoals het spreekwoordelijke muntje op een juist moment kan vallen. Het produceerde destijds een glimlach van herkenning, dit vrolijke advies om radicaal eigen impulsen te volgen in plaats van iets braafs op een toneel neer te zetten. Herzberg is ondertussen in het collectief opgenomen. De Theatertroep blijft wat ze met z’n allen al geruime tijd zijn: Ten minds with one single thought: toneel!

Ze praten, net als in 2011, nog altijd veel en graag door elkaar heen. Op de tast zoekend naar die ene scherpe formulering waarmee de kern van hun toneel, van hun manier van werken, van henzelf kan worden aangeraakt. Ze praten zoals ze werken. Zoals een van hen het samenvat: ‘We kunnen geen voorstelling maken als we niet met z’n allen zijn.’ Het gesprek wordt gevoerd in hun eigen café. Nu even zonder Herzberg, die vooral schrijft en zich niet met de verdere gang van zaken van De Theatertroep in laat.

Twee stukken, twee ‘toneelnovellen’ zoals jullie dat noemen, op één avond. Twee voorstellingen die niets met elkaar te maken hebben. Zeggen jullie zelf. Welke van de twee was er het eerst?

‘Op Hoe echt is echt echt kwamen we door een Deense documentaire die Judith als materiaal meebracht. Over een Japanse man die zichzelf als van alles en nog wat laat inhuren, vooral als familie. Van daaruit zijn we scènes gaan bedenken, ook in improvisaties onder leiding van Hans Man in ’t Veld (acteur en speldocent van dat andere, in Nederland wereldberoemde toneelcollectief, Het Werkteater – lz). We speelden vanuit vragen als: kun je iemand je vader laten spelen? In welke situatie kun je je voorstellen dat je iemand inhuurt om een mens uit je omgeving te spelen die je mist in de realiteit van jouw dagelijks leven? Wat voor leemtes kun je spelenderwijs invullen? Dat was ook een vraag die Judith rechtstreeks aan ons stelde. Die vragen hebben over een lange periode van werken, wel een jaar of twee, tot materiaal geleid. Wij zouden oorspronkelijk zelf gaan schrijven, Judith ging ons daarin begeleiden. Ze heeft ook heel lang geen woord op papier gezet. Tot afgelopen najaar, toen we met z’n allen een week in de Ardennen zijn gaan werken.’

Herzberg was afgelopen zomer in Duitsland en had daar gezien hoe de kabbelende werkelijkheid van alledag van het ene op het andere moment door een geheel andere, veel grilliger werkelijkheid werd ingehaald. Daaruit ontstond het idee voor nóg een toneelnovelle, en daaruit is het tweede deel van de toneelavond ontstaan, Zeeziek in het zwembad. Alles bij elkaar is de inhoud van de beide stukken, die nogmaals niets met elkaar te maken hebben, het resultaat van twee jaar praten, denken, improviseren, schrijven, ploeteren en schaven.

‘We hebben met z’n allen een soort snelkookpan gevormd. Vanaf de samenkomsten in de Ardennen is Judith ook veel meer gaan schrijven. Ze gaf ons de opdracht om scènes te bedenken, voorstellen te doen, daarna ging zij ermee aan het werk. Het is een intense vorm van samen schrijven geworden. Judith bedenkt graag teksten en scènes op het lijf en in de taal van specifieke toneelspelers, ze gebruikt eigenheden en vondsten van spelers. Dat is nu in haar verhouding tot ons ook erg aan de hand: zo zouden we het ook kunnen doen of dat houden we erin! is een regelmatig terugkerende tekst van Judith. En ze wil ook dat de absurde toneelmiddelen waar wij graag mee werken de volle ruimte krijgen. Dus moeten er giraffen en olifanten in. Want jullie zijn zo gek en grappig en naïef en juist niet blasé, zegt ze dan. We vinden elkaar ook in een gemeenschappelijk soort humor, absurde grappen, “theater-mopjes”, zoals Judith de scènes noemt.’

klant Een werkster, een goede werkster, een echte

Piet Een echte?

klant Een goede, een betrouwbare

Piet Wat moet ze doen?

klant Werken

Piet En verder?

klant Verder?

Piet Wat nog meer?

klant Werken dus, poetsen, schrobben, af en toe per ongeluk iets.

Piet Echt?

klant Echt

Piet Dat soort werksters hebben we hier niet.

(Uit Hoe echt is echt echt)

De Theatertroep heeft in de voorbije jaren nogal van zich doen spreken. Kijkend naar alleen al het afgelopen seizoen is de productie enorm. Ze werkten intensief mee aan twee samenwerkingsprojecten met ’t Barre Land en Tijdelijke Samenscholing. It is a tale told by an idiot waarin Maeterlincks De blinden werd gecombineerd met Macbeth. Iets later gevolgd door It is another tale told by an idiot, een sterke, moderne herschrijving van Schnitzlers Reigen naar de toneelnachtmerrie Rijen. Zelf bracht De Theatertroep de avond Tussen Russen, een hogedrukpanversie van Gogols Revisor. Ze speelden hun sinterklaasvoorstelling Door de bomen, leverden een bijdrage aan Theater na de Dam/Dodenherdenking en er werd gewerkt aan een samenwerking met De Dansers uit Utrecht in Simpele uitdrukking van een complexe gedachte. In de kelder van hun kroeg spelen ze speciale projecten onder de noemer Sous-sol. De doorlopende voorstelling Vaudeville ten slotte werd hun tweede bijdrage aan De Parade, meteen gelauwerd met de Mus voor de meest karakteristieke Parade-productie.

En dan hebben we het nog niet over wat ze nog allemaal naast de reguliere voorstellingen doen. Twee troepers speelden bijvoorbeeld onlangs op een studentenkamer twee eenakters van Tsjechov, in drie rondes, steeds opnieuw diezelfde stukken, voor een (deels) wisselend publiek.‘Er waren er ook die alle stukken drie keer hebben gezien. Die hadden daarna hele verhalen over wat ze mooi vonden en welke passages ze de ene keer beter vonden en waarom, die studenten zaten er helemaal in. Dan speel je Tsjechov voor een publiek dat nooit naar toneel gaat, mensen die opeens zien hoe tof toneel kan zijn. De intimiteit die we daar bereiken met die mensen die er pal bovenop zitten, in een speelstijl die ons eigen is, voor die in principe zeer sceptische studenten die net nog zaten te gamen en die we met ons spel wel mooi mee krijgen, al die ervaringen dragen bij aan ons werk. De werkwijze van De Theatertroep is een effect van wie wij zijn, van hoe we met elkaar omgaan, van hoe we met elkaar praten. Wij zijn niet bij elkaar gezocht, wij zijn al werkend een groep met een grote samenhang geworden.’

Op vragen over het hoe en wat van de twee voorstellingen, en de verbinding met de actualiteit, en de vluchtelingen, en de naastenliefde, gaan ze niet in. ‘Kom maar kijken. De teksten zijn zo goed als klaar. De voorstellingen nog niet. Maar dat is eigenlijk vooral logistiek, een luxe-probleem. Want die teksten, die zitten al heel erg in ons, niet alleen in ons hoofd, we zijn ermee vergroeid.’ Welke artistieke handtekening deze double-bill van voorstellingen gaat dragen? ‘De onze. Wij serveren Shakespeare met Monty Python, Karl Valentin met Koot Bie. Hier brengen we Herzberg met onszelf. We moesten onlangs aan een volstrekte leek uitleggen wat we precies doen, hoe wij ons op de speelvloer verhouden tot elkaar en alles en iedereen om ons heen, inclusief ons publiek. Ons antwoord: wij bereiden ons voor op situaties waarin we ons publiek als tegenspeler beschouwen. Je reageert als toneelspeler voor een publiek altijd in het moment, hier een beetje meer gas geven, daar de zaak een beetje openbreken. Het is zoals voetbaltrainingen. Je oefent nooit de daadwerkelijke wedstrijd, je oefent alle of bijna alle denkbare opties. Om straks zo goed mogelijk te kunnen reageren op wat er gebeurt. We spelen een wedstrijd voor en met het publiek. Trainen en repeteren is jezelf als troep klaarstomen voor alle manieren waarop een voorstelling kan gaan. De rest is avontuur.’

De Theatertroep is: Rosa Asbreuk, Patrick Duijtshoff, Kyrian Esser, Elisabeth ten Have, Timo Huijzendveld, Jordi Möllering, Nicoline Raatgever, Jochum Veenstra, Roos Visser en Jasmijn Vriethoff. Hoe echt is echt echt door De Theatertroep i.s.m. Judith Herzberg en Hans Man in ’t Veld is te zien van 5 t/m 9 en 20 t/m 23 januari 2016 in Frascati Amsterdam. Verder t/m 7 april in Eindhoven, Den Haag, Utrecht, Rotterdam, Haarlem, Antwerpen en Groningen; theatertroep.nl


Beeld: De Theatertroep aan het werk, v.l.n.r.: Kyrian, Patrick, Jochum, Elisabeth, Jasmijn, Nicoline, Rosa, Timo, Jordi, Roos. Foto Jorn Heijdenrijk.