Wu Tsang, Wildness, 2012. Video (still) © bruikleen van de kunstenaar / Galerie Isabella Bortolozzi, Berlijn

In een nietszeggend gebouw op de hoek van een doorgaande weg in een buitenwijk van Los Angeles gaan de rolluiken nooit omhoog. Het is een lege plek in een drukke straat die talloze voorbijgangers weliswaar passeren, met stoplichten voor de deur en een trottoir dat langs de luiken de hoek om slingert, maar waar niemand voor stilstaat. Als ’s avonds de tl-verlichting aan springt en het ijzeren hekwerk piepend voor de entree verdwijnt, is dat niet heel anders, maar een enkeling glipt dan naar binnen. Het is zo’n plek die je maar net moet weten, maar voor wie ernaar zoekt, of nergens anders terecht kan, is het een place to be.

In de film Wildness van kunstenaar Wu Tsang kan het gebouw praten, het spreekt Spaans en het zegt: ‘Ze noemen mij Silver Platter. Ik dien al een halve eeuw op deze hoek. Duizenden kinderen zijn me komen zoeken. Ik hou ze in veiligheid als een zilver kogelvrij vest, tegen de onwetendheid, angst en haat van de buitenwereld. Ik geef hen leven en het leven moet geleefd worden.’

De jonge Wu Tsang is een van de kinderen van Silver Platter, een bar die al een halve eeuw de kwetsbare lokale lhbt-latino-gemeenschap dient als zij er door een toevallige ontmoeting terechtkomt en in korte tijd zodanig thuis raakt dat ze er een speciale avond met optredens kan organiseren. Dinsdag wordt Wildness-avond en in de gelijknamige kunstfilm, een documentaire met elementen van fictie, volgt Tsang het verloop van haar feest en het lot van de gasten. Het nieuwe publiek dat op de feesten in Silver Platter af komt, met onder hen veel kunstenaars, is niet minder vrijdenkend, niet minder trans of queer, en toch wezenlijk ánders dan de lokale clientèle, die zich in een hoek gedreven voelt. Een safe space staat op scherp.

Elke video gaat over de kracht en kwetsbaarheid van het dansende collectief

Wildness doet denken aan Paris Is Burning (1990), de documentairefilm over de vogue-scene in New York in de jaren tachtig en de gemeenschappen die daarbij betrokken waren, maar gemaakt in 2012, aan de andere kant van de Verenigde Staten, trekt de film nieuwe registers open. Hier geen hoofdrol voor aids, hoewel de oorspronkelijke eigenaar van Silver Platter eraan overleed, maar een even dodelijke haat voor ‘vreemdelingen’ en de sluimerende dreiging van gentrificatie.

Tien jaar en een pandemie later is de film niet minder relevant: golven van geweld teisteren de lhbt-uitgaanscultuur, de eenzaamheid onder jongeren is ongekend hoog. De tentoonstelling The Rhythm of the Night, in het Frans Hals Museum ‘locatie Hal’, de plek op de Grote Markt die voorheen bekend stond als De Hallen Haarlem, biedt een zeldzame kans om Wildness op een groot scherm, op een pluche bank, te bekijken. Op de zolderverdieping vormt het werk de apotheose van zes video’s over het nachtleven, zalen met aanstekelijke muziek en opzwepende beelden. Uit de collectie draait The Krazyhouse, de film die Rineke Dijkstra maakte in een studio op de dansvloer van club The Krazyhouse in Liverpool. Tegen een witte achtergrond dansen Megan, Simon, Nicky, Philip en Dee op hun favoriete muziek, ombeurten en alleen, levensgroot voor de toekijkende bezoeker. Ze laten dansen zien als een even extraverte als introverte bezigheid, de dans als een even tijdloos als tijdgebonden fenomeen. Wanneer een jonge vrouw in spijkerbroek met brede riem voor de camera van Dijkstra opgaat in When Love Takes Over, de grote David Guetta-hit, weet je dat het 2009 is. De zwiepende plooien van lange rokken en bewegende vouwen in gestreken pantalons in de heerlijke video van Matt Stokes blijken juist een eigentijdse ode aan de oude Northern Soul, Afro-Amerikaanse soulmuziek die in de jaren zestig voet aan de grond kreeg in Engeland.

Elke video gaat op een of andere manier wel over de kracht en kwetsbaarheid van het dansende collectief, nergens zo radicaal als in de gabbervideo van Tianzhuo Chen die een slopende dansperformance van twaalf uur organiseerde die mentaal ‘bevrijdend’ moest werken. In de nachtclub gaat de danser graag op in de massa op zoek naar individuele extase, maar een onopvallende bar op de hoek van een straat in Los Angeles was juist de bestemming voor degenen die buiten de groep vallen, die de vrijheid niet hebben om in een massa op te gaan.

Wildness laat zien wat er gebeurt met een underground scene die boven komt. Het gerucht van goede feestjes verspreidt zich, een krantenartikel munt Silver Platter als ‘best tranny bar’ (‘Tits and dicks are always on the menu at the Silver Platter’). Als er rijen voor de deur staan, is niemand meer veilig. 

The Rhythm of the Night, t/m 10 april in het Frans Hals Museum, locatie Hal op de Grote Markt in Haarlem. De tentoonstelling is op 20 en 21 januari onderdeel van Boring Festival Haarlem, wanneer er ’s nachts daadwerkelijk gedanst kan worden