Nachtgedachten

‘Socialisten zijn Heine-liefhebbers’, schreef Peter Verstegen in Socialisme & Democratie, het wetenschappelijk-theoretische maandblad van de Partij van de Arbeid. De redactie, in het besef dat een mens niet bij brood alleen kan leven, had hem, vertaler van beroep, gevraagd een klassiek gedicht (met commentaar) te leveren.

Zijn keuze was gevallen op Heines ‘Nachtgedanken’, een vers dat zo beroemd is dat zelfs de nazi’s het niet uit de schoolboeken konden weren, al plachten zij te beweren dat de 'Dichter unbekannt’ zou zijn. De eerste twee regels van het gedicht luiden: 'Denk ich an Deutschland in der Nacht, dann bin ich um den Schlaf gebracht.’
Tientallen pogingen zijn gedaan om deze regels te vernederlandsen. Even zovele keren zijn deze pogingen mislukt, met als dieptepunt het rijmsel van Gerard den Brabander: 'Denk ik aan Duitsland in ’t alcoof, dan ben ik van den slaap beroofd.’
Verstegen, zo liet hij de lezers van Socialisme & Democratie weten, had voor een andere oplossing gekozen: 'Spookt mij ’s nachts Duitsland door het hoofd, dan ben ik van mijn slaap beroofd.’
Er zijn natuurlijk meerdere mogelijkheden. De vertaler schudde er een dozijn uit de mouw: 'Denk ik aan Duitsland in de nacht, word ik van slapen afgebracht/ …dan is mijn slaap om hals gebracht/ …is slapeloosheid steeds mijn klacht/ …is slapen niet meer in mijn macht/ …slaap ik niet meer, ’t is overmacht/ …is slaap waar ik vergeefs naar smacht./ …dan wordt vergeefs naar slaap gesmacht./ …slaap ik niet meer, hoe ik ook smacht/ …slaap ik niet meer, wat ik ook tracht./ …slaap ik niet meer, hoe ik ook wacht.’
Verstegens collega-vertaler Marko Fondse, om advies gevraagd, suggereerde de volgende variant: 'Denk ik aan Duitsland in de nacht, dan vlucht de slaap en woelend wacht ik op de dag, mijn ogen schroeien en ik laat hete tranen vloeien.’
Tamelijk goed. Verre van volmaakt. Waren, vroeg Verstegen hoopvol, de lezers van Socialisme & Democratie wellicht in staat de ultieme oplossing aan te dragen?
Verstegens veronderstelling bleek juist te zijn: Socialisten zijn Heineliefhebbers.
Karel van Eerd uit Amsterdam suggereerde: 'Omdat ik weer aan Duitsland dacht, heb ik een slapeloze nacht.’
Erik Jurgens uit Amsterdam suggereerde: 'Denk ik aan Duitsland in de nacht, dan ben ik nog niet uitgedacht.’
Han Rietveld uit ’s Hertogenbosch suggereerde: 'Denk ik aan Duitsland in de nacht, rest mij een rusteloze wacht.’
En Peter Jansen uit Den Haag suggereerde: 'Denk ik aan Duitsland in de nacht, dan wijkt de slaap, waar ik op wacht.’
De laatste versie is uiteindelijk tot de meest bevredigende uitgeroepen. Men vindt hem in zowel Verstegens Heine-bundel Denk ik aan Duitsland in de nacht (Bert Bakker, 1988) als in zijn boek Natuur zal kunst nooit blijvend evenaren (Bert Bakker, 1989). Welzeker, traduttore = traditore, vertalen = verraden, maar Verstegen is een van de weinigen die althans een eindweegs in de richting van de sterren reikt. Jammer dat hij al een keer de Nijhoffprijs heeft gekregen (voor de vertaling van Vladimir Nabokovs Pale Fire). Wat is er eigenlijk tegen om hem deze prijs, bij wijze van uitzondering, ten tweeden male te gunnen?