Nachtkaars

Personen, personages. Van Gennep, 139 blz., 329,902
Deelgenoten is een nieuw Nederlands toneelstuk over het historische bezoek van koningin Wilhelmina aan koningin Victoria in 1895. Het verhaal wordt verteld in vijf bedrijven, op vijf locaties, in de periode van één maand. In het vierde bedrijf vraagt de oude koningin haar jonge gaste waarmee ze haar een plezier kan doen. De vervulling van Wilhelmina’s wens is vervolgens de vijfde akte, die met een theatraal sloteffect een einde aan het stuk moet maken.

Ilse, die de oude Victoria speelt, heeft haar laatste tekst gesproken: ‘Komt u eens terug naar Londen. Wanneer zie ik u weer?’ Mirjam, als Wilhelmina, antwoordt: 'Ik weet het niet…’ Dan moet een donkerslag volgen, en zal Mirjam zich bliksemsnel op het zijtoneel verkleden. Ze moet een radicale metamorfose ondergaan en dan vlug weer op.
'De rest is aan de inspiciënten. Die dienen, nu het stuk met dit vijfde bedrijf Kamer qua locatie op het nauwste punt is aanbeland en niet verder kan worden ingedikt, de tijd te verdichten, de tijd naar twee kanten te laten imploderen met een sprong van een halve eeuw, om precies halverwege 1895 en 1995 uit te komen, in suizende vaart vanaf deze tijdsoever Bosnië, Vietnam, Hongarije en zo meer, vanaf gene zijde de Boer War, de Eerste Wereldoorlog, de Russische Revolutie en wat niet al opslokkend in één centrifugerend zwart gat om van daaruit - in dit 50ste herdenkingsjaar - die Nederlandse kroongetuige van de Oorlog der Oorlogen te vangen in een eenvoudig, verstild beeld dat, na de donkerslag, via de spiegel in Victoria’s kleedvertrek de nu lege Troonzaal in zal worden geprojecteerd: het karakteristieke silhouet van een plotseling vijftig jaar oudere Wilhelmina, opnieuw in Londen, ditmaal in soepjurk en met vos voor de microfoon van Radio Oranje.’
Maar zover komt het niet.
Op Ilses laatste zin komt geen antwoord. Tijd, plaats en handeling stagneren. Niets gebeurt. Het gaat mis. Kleedster Noor, acteur Alexander, actrice Mirjam en souffleur Roel verstijven. Dan ontlaadt zich de spanning en beginnen ze allevier zacht te huilen. 'Zonder echt te weten waarom. Ieder voor zich, het lot voor hen allen.’ Gelukkig was het maar een repetitie. Volgende keer beter…
In zijn roman Personen, personages wil Laurens Spoor net zo'n effect bereiken. Hij vertelt een verhaal waarin twee tijden, twee geschiedenissen moeten samenvallen. Dat doet hij door vier personages te volgen: Noor, Alexander, Mirjam en Roel. Het vertelstandpunt wisselt telkens, zodat de hoofdpersonen in de loop van de geschiedenis stukje bij beetje meer gestalte moeten krijgen. Allen worden ze, zonder het te weten, naar het punt gestuwd waarop 'tijdsoevers’ moeten 'versmelten’ en 'de scheidslijn verdwijnt tussen personen en personages’.
Daartoe gebruikt de auteur een zeer doordachte structuur. Om tijd en ruimte min of meer 'taps te laten toelopen’, verloopt het verhaal van Landen via Steden, Gebouw en Zaal naar Kamer. De lezer moet net als de hoofdpersonen naar dat ene laatste punt worden gedreven waar allerhande grenzen vervagen.
Deze aandacht voor de compositie is ten koste gegaan van veel andere dingen. Mede door de magere omvang van 139 pagina’s blijven de personages uiterst vlak. Hun beslommeringen worden nergens invoelbaar, en de gebeurtenissen die Spoor ons voorschotelt zijn nimmer boeiend. De stijl waarin de roman is geschreven, is hortend en stug. In combinatie met een aantal vergissingen in focalisatie en verteltechniek, heeft dat als resultaat dat Personen, personages hetzelfde lot ondergaat als het toneelstuk Deelgenoten: niets gebeurt. Het gaat mis. Het geplande sloteffect blijft uit. En jammer genoeg is dit geen repetitie. Bij een roman bestaat er geen 'volgende keer beter…’