De Gabber Opera, Urland © Julian Maiwald

Midden in coronatijd, tussen de theatersluitingen door, kwam performancecollectief Urland met De Gabber Opera. Groots muziektheater, vrijelijk citerend uit De Bacchanten van Euripides, met als hoofdpersonen kaalgeschoren figuren in kleurige Aussi-trainingspakken. Vertegenwoordigers van een oer-Nederlandse clubcultuur in het begin van de jaren tachtig: de gabberhouse.

Het was een perfect moment om deze eerste productie van Urland terug te halen, ruim tien jaar geleden gemaakt op de Maastrichtse Toneelacademie waar het collectief werd opgericht. Als een ode aan de roes van het opgeheven nachtleven. Maar de remake, een coproductie met Theater Rotterdam, was daar maar een paar dagen te zien, in de stad die gabberhouse groot maakte.

Nu is er gelukkig een herneming, die aantoont hoe majestueus en trefzeker de vier Urland-mannen, deze keer aangevuld met performer/filmmaker Karel van Laere, inmiddels het mixen beheersen van hoge cultuur met fenomenen uit de massamedia. Gezongen wordt er niet door de gabbers. Maar verwacht bij De Gabber Opera ook weer geen non-stop techno-herrie van tweehonderd beats per minuut. Opwindend aan de muziekscore van Urlander Jimi Zoet is juist hoe de energie-uitspatting wordt uitgesteld: lange tijd domineren de operaklanken en koralen van componiste en zangeres Annelinde Bruijs, waar de gabberhouse als een verre echo doorheen zindert.

De Gabber Opera, Urland © Julian Maiwald

Uitstel tekent ook de handeling. In vol gabber-ornaat beginnen de vier protagonisten als doelloze antihelden, die opgesloten in een glazen huisje verstild en onderhuids rusteloos een chill-routine stug herhalen. Met een sopje, een zeem en een stofzuiger ruimen ze de rommel van hun opengetrokken biertjes netjes op. Intussen is het huisje omhuld met een magisch landschap van zinderend licht en lyrische muziek die de komst aankondigt van de ‘machtige Schokker’ Dionysus, de god van de wijn en de extase. Hier is dat oppergabber Thomas Dudkiewicz, een machtige gestalte die spreekt met een bovenwereldse stem. Hij brengt de mannen verlossing uit hun lege bestaan: in een geweldig duister filmpje zien we hoe ze zich uitgelaten opfokken voor hun entree in de wereld. Vooralsnog binnenskamers; het filmpje wordt in het glazen huisje geprojecteerd.

Als Dionysus het huisje betreedt om de mannen te komen halen, probeert een van hen zich nog tegen hen te verzetten, als Pentheus in de oud-Griekse mythe, maar hij gaat ten onder aan de groepsdwang. En dan pas gaat het los, in een dansfeest vol manische pasjes, waarbij de dreunende beats de overhand nemen en een gedragen stierenkop de suggestie oproept van een drankovergoten slachting. Het is een historische terugblik op een al weer vergeten rage die heel wat jonge mensen de koppen deed kaalscheren, en een universeel verhaal over ‘de tijdloze hang van de mens naar verdoving en extase’. En wat vooral overtuigt is het samenspel tussen beeld, muziek en iconische taferelen, met een grote rol voor het lichtontwerp van Varja Klosse in samenwerking met Urlander Marijn Alexander de Jong en Karel van Laere. ‘Urland wil Gesamtkunst’, stellen de makers in hun beginselverklaring. Dat is De Gabber Opera.

Op 1 en 2 september op het Theaterfestival in Amsterdam, tournee vanaf januari 2023. urland.nl