Nachtmerrie

De aantrekkingskracht van het fascisme voorstelbaar maken, dat stelden de Britse kunstenaars Richard Wolfons en Andy Saunders zich ten doel in de voorstelling Kaddish. Daar zijn ze niet in geslaagd, gezien het vele boegeroep na afloop in het Amsterdamse Muziektheater. Niet het geposeerde boegeroep waar operaregisseurs doorgaans op worden getrakteerd, maar een oprecht ‘boe’ van afkeer en teleurstelling.

Dat is wel een beetje terecht. Kaddish is een weinig subtiele voorstelling. Sterker nog, muziek en beeld worden als een blok graniet de zaal in geslingerd. Alles is hard en overdonderend. Anderhalf uur lang wordt het publiek gebombardeerd met confronterende beelden en knetterende rockmuziek, bijna zonder een moment van stilte of reflectie.
Towering Inferno, de naam waaronder de groep opereert, geeft in Kaddish een nogal associatieve interpretatie van de holocaust. Oud filmmateriaal, dat op drie grote schermen wordt vertoond, wordt nieuw leven ingeblazen met live muziek. Zeven musici begeleiden beelden van onder meer natuurgeweld, dat wordt voorgesteld als krachten waartegen niet op te boksen valt: water dat op de rotsen slaat en een vlammenzee alsof de aarde in brand staat.
Symbolen uit nazi-Duitsland passeren de revue: blozende arische koppen, een reusachtige adelaar die de vleugels uitslaat, rondtollende swastika’s. Het filmmateriaal is verre van gepolijst. Niet alleen is er vaak sprake van een schokkerige cameravoering, groezelig verschoten beeld en veel ruis, ook de montage is grof. Maar wel effectief. Zo wordt herhaalde malen het beeld getoond van twee deuren die zich openen, waarachter een vuurzee is gemonteerd.
Zo doemt een waar inferno op.
De filmfragmenten creëren een sfeer van angst en geweld die wordt versterkt door de muziek. De gitaren gieren, ondersteund door twee drummers, door de zaal. De viool snerpt van ellende, terwijl via drumsamples krachtige rituele ritmes dreunen. Slechts nu en dan klinkt een weemoedig lied, prachtig gezongen door Marta Sebestyén uit het beroemde vrouwenkoor Les Mystères des Voix Bulgares. En natuurlijk kan een melodieuze klarinetsolo, het hart van de klezmermuziek, niet ontbreken.
Het hoogtepunt in de voorstelling is een moment van volledige stilte. Dit vormt zo'n contrast met het visuele en akoestische geweld, dat je even je oren niet gelooft. Op het scherm zien we historische beelden van een stoet vluchtelingen, armoedig en angstig.
De eendimensionaliteit van Kaddish ontlokte protest aan de zaal (bovendien waren al behoorlijk wat mensen vertrokken). Toch had de voorstelling bijzondere aspecten, die vooral te maken hadden met de vormgeving. Met behulp van het licht werden de zeven musici op het podium op een organische manier in het filmbeeld betrokken. Soms was er een mooie synthese tussen film en live beeld. Zo vermengde de rook van een toneelmachine zich met de mist van een nevelig bos op het filmdoek.
Maar het belangrijkste was waarschijnlijk nog de gelaagdheid in vertelling. Het bij elkaar brengen van verschillende sferen en geluiden in één moment appelleerde op een mooie manier aan de menselijke verbeelding. Zo was er een passage waarin tegelijkertijd een tekst werd gereciteerd, op de achtergrond een vrouwenkoor zong en het geluid van regen klonk.
In andere gevallen voegde het beeld nog weer nieuwe elementen toe. In die zin is de psychologie van Kaddish sterk: de gelijktijdigheid van die verschillende lagen benadrukt het heden en verleden, hier en daar, het nu en de herinnering. Eigenlijk stond het geheugen centraal. Omdat de hele voorstelling zich in een broeierige duisternis afspeelde, kreeg die herinnering sterk het karakter van een onontwarbare nachtmerrie.