Film

Nachtmerrie in Afrika

Film: Hotel Rwanda van Terry George

Hotel Rwanda is als een nachtmerrie waaruit geen ontsnapping mogelijk is. De belangrijkste troef van de film is de Amerikaanse acteur Don Cheadle, die Paul Rusesabagina speelt, manager van het Mille Collines Hotel in Kigali, waar gedurende de Rwandese genocide van 1994 honderden Tutsi-vluchtelingen onderdak vonden. Cheadle, die al imponeerde in goede, populaire films als Mission to Mars (2000), creëert de perfecte Everyman, iemand die zich in uitzonderlijke omstandigheden weet te transformeren tot een held. Dat lijkt typisch Hollywood, maar op de momenten in het script wanneer het gevaar van goedkoop sentiment dreigt, geeft Cheadle geen millimeter toe. Het gevolg van zijn krachtige acteerwerk is dat hij in deze rol geen Afrikaan speelt, hij is een Afrikaan. Het zal de meeste kijkers niet eens opvallen, maar daartoe heeft Cheadle zich een perfect Zuid-Afrikaans-Engels accent aangemeten, net als enkele andere personages in de film, bijvoorbeeld de Britse actrice Sophie Okonedo, die Tatiana speelt, de vrouw van Paul. De reden hiervoor is dat Hotel Rwanda is opgenomen in de omgeving van Johannesburg. Dat heeft een nogal wrange betekenis: het is een wonder dat Zuid-Afrika, ondanks alle mensenrechtenschendingen van het apartheidsregime, een nachtmerrie van Rwandese proporties be spaard is gebleven.

Hier komt bij dat Hotel Rwanda een schitterende allegorie is van de Afrikaanse tragedie van de late twintigste eeuw: een vergeten continent, waarvoor de Verenigde Naties, Amerika en ook voormalige koloniale machthebbers als België niet bereid waren hun hand in het vuur te steken. Het negeren door de VN en de westerse wereld van de Rwandese genocide is welbekend. Maar door de oorlog in Irak en George’s film komt de kwestie van internationale interventie in een nieuw daglicht te staan: waarom is ingrijpen in Irak fout, terwijl het niet-ingrijpen in Rwanda op zich valt te beschouwen als een misdaad tegen de mensheid?

Deze problematiek komt aan de orde in een meesterlijke monoloog van kolonel Oliver (Nick Nolte), Amerikaans bevelvoerder van een miezerige, in Kigali gestationeerde VN-vredesmacht. In het Mille Collines Hotel zit hij aan de bar. Tegenover hem staat Paul, die hem een whisky serveert. De re den waarom de wereld niet intervenieert, stel Oliver, is omdat jij, Paul, in onze ogen shit bent. Oliver: «Jij bent niet eens een nigger, jij bent zwart.» Met racisme heeft het dus niets te maken. Wel met eigenbelang – daar draait alles om. Derhalve is Irak een oorlog waard, compleet met coalities, terwijl de wereld Rwanda nauwelijks honderd VN-soldaten gunt. Ondertussen moorden de Interahamwe (Hutu-milities) huizenvol kinderen uit in een waanzinnige poging een heel volk van de aardbol weg te vagen. Dat is de nachtmerrie van Afrika: niemand die het kan schelen, behalve de Afrikanen zelf. Daarom is het be langrijk dat Don Cheadle een echt Afrikaans accent heeft aangeleerd voor deze rol. Wij identi ficeren ons zo met hem; net zoals hij een Afrikaan is, worden wij een Afrikaan tijdens het kijken naar de film. Cheadle/Paul sleept de wes terse kijker tot midden in een werkelijkheid die hij liever niet wil zien: kapmessen op dunne, weerloze nekken, verkrachte vrou wen die als dieren leven in hokken, duizenden kinderen, geestelijk verwoest door de geweldspsychose. En een miljoen lijken in honderd dagen. Dat was Afrika aan het einde van de twintigste eeuw.

Te zien vanaf 17 maart