Toni Morrison, Liefde

Nachtmerrie met lipstick

Toni Morrison

Liefde

Vertaald door Gert Jan de Vries

Bert Bakker, 211 blz., € 16,95

Wie een roman van Nobelprijswinnares Toni Morrison leest, weet dat er achter elk verhaal dat zij vertelt een monster schuilgaat. Als dat geheimzinnige gedrocht met menselijke contouren in haar roman Liefde een roofzuchtige en krolse kater is, wekt het geen bevreemding dat dit boek negen hoofdstukken telt: een kat heeft immers negen levens, negen gezichten, negen kenmerken. Hij blijft een vreemde en blijkt een vriend, hij is weldoener en geliefde, acteert als echtgenoot en voogd, waant zich vader en spookt als geest rond in het hoofd van anderen die een fotoportret van hem koesteren. Het gaat om de tegendraadse Bill Cosey, die een vervallen club aan de Amerikaanse oostkust in de jaren dertig weet om te toveren tot het voor kleurlingen bruisende Cosey’s Hotel en Resort: «Hij wilde een speelterrein voor mensen die er net zo over dachten als hij, die zochten naar manieren om de geschiedenis tegen te spreken.» Het zijn de vrouwen om hem heen die hun verhouding met hem reconstrueren, tot er een portret ontstaat dat raadselachtig blijft. Er blijkt geen sluitend verhaal te bestaan. Sterker nog, misschien is het Morrison-monster wel een vrouw. «Niemand kon de sprongen van de grijsogige kat voorspellen.»

In Paradise (1997) schiep Morrison een vergelijkbare geïsoleerde setting (een plattelandsklooster in Oklahoma) waar een turbulente vrouwengemeenschap het opneemt tegen allerlei vormen van pater nalisme. Ook die roman is een reconstructie in negen delen en nog meer perspectieven die aan de last van de Amerikaanse historie van slavenhandel en segregatie wil ontkomen en niets wil weten van goed-en-kwaad schematisme of zwart-witdenken.

De verteller van Liefde is een even intrigerende persoonlijkheid als de mysterieuze stadsstem die Morrisons roman Jazz zo laat swingen. Ze heet L, trad als veertienjarige als kokkin in dienst van Bill Cosey, herstelde op cruciale momenten de «orde» en vertrok na zijn dood in 1971. Ze beweert dat de zee haar echtgenoot is en houdt de vrouwen rond haar vroegere werkgever nauwlettend in de gaten. Later in het boek wordt onthuld dat de verteller, die het eerste en het laatste woord heeft, dood is. Ze woont in haar moeders hutje aan de oceaan waarboven zich soms donkere wolken (die op politiehoofden lijken) samenpakken. Aan het slot verwijst L zelf naar 1 Corinthiërs 13. Hoe heet de verteller? Wie dat korte hoofdstuk in het Nieuwe Testament raadpleegt, komt te weten dat de liefde lankmoedig, goedertieren en niet praalzuchtig is, en voor het drietal geloof, hoop en liefde geldt: «De meeste van deze is de liefde». De L staat voor Liefde, en L is haar woordvoerster, die van Liefde Literatuur maakt: «Mijn menu werkte prima. Geef ze een reden om met elkaar contact te houden en misschien te ontdekken hoe waardevol de tong is.» Tongen verstommen (1 Corinthiërs 13) maar de liefde «vergaat nimmermeer».

Man en minnaar, «pappie» en portret Bill Cosey is overal en nergens in Morrisons roman. Alleen de duivel zou hem kunnen verzinnen. Maar het is de duivel niet die deze legendarische dode al pratend tot leven wekt, het zijn de vrouwen die hem van a tot z verzinnen, tot er een intrigerend schilderij van woorden ontstaat rond het geheim dat hij is.

Dat geheim heeft alles te maken met chantage (geldleningen die Cosey met handen en voeten binden) en het onduidelijke testament dat de pater familias ergens in de jaren vijftig op een menukaart heeft gekrabbeld. Wie mag aanspraken maken? Tientallen jaren na zijn dood strijden nog immer twee ex-vriendinnen, Heed en Christine, om zijn materiële en geestelijke nalatenschap. Half analfabete Heed heeft een jonge vrouw, Junior («hooggehakte slang»), als een soort secretaresse aangesteld om via geplande valsheid in geschrifte de erfenis veilig te stellen. Zoals altijd in een Morrison-vertelling komt de informatie rond deze ragfijne en hecht gecomponeerde intrige in schoksgewijze flarden. Waar ging het hotel aan te gronde? Aan te veel vrijheid? Of was er een ordinairdere aanleiding? Alle vrouwen die in Liefde een stem krijgen, weten wat het is om in een benauwde omgeving op te groeien. Ze beseffen dat het soms nodig is om uit te breken omdat er overal gevangenissen opdoemen. Iedereen is op de een of andere wijze ontworteld. Roots is geen begrip, maar een probleem als je nergens geworteld raakt. Cosey’s Hotel en Resort «was een school en een toevluchtsoord waar werd gediscussieerd over doodgaan in de stad, moord in Mississippi, en wat ze van plan waren eraan te doen…»

De turbulente geschiedenis rond de Civil Rights Movement is nooit ver weg in een Morrison-roman. Maar dat gewelddadige verhaal blijft ver van een opgelegde moraal. Mensen kennen is moeilijk. Waaraan is Bill Cosey bezweken? Aan syfilis, hartzeer of aan een hartkwaal? Wat bewoog hem echt? Waarom gaan «zijn» vrouwen nog zo in hem op? Draait alles om het libido, de liefde, hebzucht, afgunst, zelfopoffering, of om een ingewikkeld mengsel daarvan? Hoe meer de lezer te weten komt over Bill Cosey én over de vrouwen die hem proberen te portretteren, des te minder portret er zichtbaar lijkt. Iedereen speelt wisselende rollen en soms is het verrassend welke tekst men in de mond neemt, hoe de tong een eigen leven lijkt te leiden. Liefhebben vergt intelligentie, maar, zo filosofeert L, «de wereld is zo’n theater; misschien proberen de mensen haar daarom de baas te worden, brengen ze alles wat ze voelen over het voetlicht enkel en alleen om te bewijzen dat ze ook iets kunnen bedenken: fijne enge dingen als gevechten op leven en dood, overspel, lakens in brand steken. Het lukt ze natuurlijk niet. De wereld is hen telkens weer de baas.»

Deze vertellerszinnen zijn een accurate samenvatting van waar het in Liefde om gaat. Het heeft geen zin de verschuivende verhoudingen in Liefde na te vertellen. De vertelling moet het hebben van oude knellende banden, duistere conflicten, seksuele escapades en evenzoveel zelfbevestigingen en «pathetische overwinningen». De één verovert de ander, die ander vlucht en komt weer terug. Het is een golfbeweging vol emotie die het hotel meesleurt. Uiteindelijk verdwijnt het hotel als het ware onder de golven en wordt een zeespookhuis waar de protagonist Heed (kindbruidje van Bill Cosey en «onnozele versie van Scarlett O’Hara» in Gejaagd door de wind) een laatste worstelpartij met haar vriendin en vijand Christine beleeft.

In iedere familie is een «dark» nodig, want de wereld kan alleen vooruitgaan dankzij verraders. Deze tegendraads-priesterlijke woorden van verteller L zijn op iedereen in Liefde van toepassing. Goed en kwaad zijn ongrijpbare fenomenen die in één persoon kunnen huishouden. Een droom, seksueel of niet, «is niets anders dan een nachtmerrie met lipstick». Eén personage, de veertienjarige barmhartige Samaritaan Romen die klusjes opknapt rond en in het huis van Heed en Christine, komt tot de verbijsterende ontdekking dat hij, bij verleidster Junior, tot sadistisch genot in staat is én tot daden die anderen «bevrijden» of verlossen van een drukkend verleden.

De uit persoonlijke noodzaak leugenach ti ge Junior heeft alles wat vroeger heet (het paternalistische geweld dat haar voet verminkte) van zich afgeschud: «Junior had geen verleden, geen geschiedenis, behalve een persoonlijke. De dingen waarvan ze niks afwist, nooit van had gehoord, vormden een universum op zich.» Misschien is dat een doel waar alle Morrison-personages naar streven zodat ze niet meer met hun rug naar de toekomst hoeven te staan. Wat een opluchting zou dat zijn, wat een denk- en voelruimte zou dat geven. Dan gaan we misschien niet meer kopje onder. Morrisons Liefde is een literaire verademing omdat de schrijfster weet dat zendingsdrang een vertelling doet verdrinken.