Popmuziek: The Chromatics

Nachtritmuziek

Dat Drive een van de beste films van vorig jaar was, had vele redenen. Het lag aan regisseur Nicolas Winding Refn, die met Pusher en Bronson al had bewezen uit te blinken in sluimerend geweld. Het lag aan het spel, van de hele cast, maar in het bijzonder van hoofdrolspeler Ryan Gosling, die met een minimum aan tekst (samen met de regisseur had hij het verhaal uit het boek van James Sallis verder uitgebeend, en van zo veel mogelijk duiding, achtergrond en verklaring ontdaan) en met een ijzingwekkende coolness zijn naamloos personage (‘driver’, meldde de aftiteling) een iconische zeggingskracht gaf.

En het lag aan de werkelijk briljante soundtrack, grotendeels verzorgd door Cliff Martinez, maar op enkele cruciale momenten voorzien van een paar elektronische popnummers met een wave-achtergrond. Een opvallend nummer zat in het begin van de film, het moment waarop de hoofdpersoon zijn geheime bijverdienste uitvoert: het in veiligheid brengen van overvallers. Op zijn achterbank zitten twee gespannen criminelen, en Ryan Gosling, hier de 21ste-eeuwse James Dean, zit zwijgend achter zijn stuur, een tandenstoker tussen zijn lippen, terwijl hij de politieauto’s en -helikopters afschudt. Het enige geluid dat we horen zijn de brommende acht cilinders van zijn motor, en een monotoon nummer dat er opeens is, dan weer langzaam wegsterft, en weer opkomt, zonder van karakter, richting of dynamiek te veranderen. Het was het nummer Tick of the Clock, een nummer uit 2007 van The Chromatics, een viertal uit de op afstand meest linkse en alternatieve stad van de Verenigde Staten: Portland, Oregon.

Bandleider Johnny Jewel was gevraagd de volledige soundtrack te verzorgen, maar omstandigheden die zich laten samenvatten tot het woord ‘gedoe’ voorkwamen dit. Het nieuwe album van zijn band, in de VS al maanden uit maar afgelopen week gelukkig eindelijk ook in Nederland verschenen, is evenwel eveneens een soundtrack, maar dan bij een niet verschenen film, een zelfverzonnen genre waar het Nederlandse duo Arling Cameron zich jaren met succes op toelegde. Opener Into the Black zet meteen de toon: het is een dromerige, ­ingehouden cover van Neil Youngs klassieker Hey Hey, My My (met als volgende regel ‘Rock and roll will never die’). De zanglijn is niet aan­gepast, er klinkt ook een gitaar, maar het nummer heeft door de ingehouden zang van Ruth Radelet en het subtiele laagje synthesizers een volledig andere lading gekregen, zonder dat het ook maar een moment doet denken aan dat uit niets dan ironie opgetrokken Nouvelle Vague, het Franse project dat jarenlang strand­tenten en grand cafés teisterde met de bewerking van alternatieve popklassiekers door onnozele meisjes­zang.

Niet ironie is de basis van The ­Chromatics, maar suggestie. Veelzeggend in dat verband is de zeven minuten korte tourvideo die de ­Italiaanse regisseur Alberto Rossini van de band maakte, en die online is te vinden. De video bestaat ­grotendeels uit voorbijtrekkend ­landschap, bandleden die uit het raampje van hun ­treincoupé staren, ruitenwissers die de snelheid van de vallende regen nauwelijks bijhouden, en beelden van al weer een nieuwe stad. Maar daaronder klinkt het nummer The Gemini, en de muziek tilt de beelden hier ver boven ­zichzelf uit. Door de muziek worden de beelden spannend gemaakt. Zo werkt ook hun nieuwe album, dat zich daardoor bij uitstek leent als de soundtrack bij nachtelijke autoritten. Al voeren ze slechts langs de pompstations van de A2, het zullen memorabele ritten worden.

The Chromatics, Kill for Love, label: Pias. The Chromatics spelen dit weekend op Lowlands