Nachtvlinder met veel charisma

BRECHT EVENS
ERGENS WAAR JE NIET WIL ZIJN
Oogachtend, 176 blz., € 24,-

JUDITH VANISTENDAEL
DE MAAGD EN DE NEGER 2, LEENTJE EN SOFIE
Oog&Blik/De Bezige Bij, 80 blz., € 13,50

Ook in stripland zijn er af en toe hypes. Zo was een paar maanden geleden iedereen vol lof over jonge Vlaamse stripauteurs. Dat had niet alleen te maken met de hoge kwaliteit van de boeken. De manier waarop de Vlaamse overheid zich had bemoeid met een infrastructuur voor strips werd alom geprezen en met afgunst bekeken.
In Nederland is men inmiddels ook begonnen met het opzetten van een systeem waarin jonge tekenaars zich kunnen ontwikkelen. Jean-Marc van Tol (Fokke & Sukke) en Hanco Kolk (Gilles de Geus, Meccano) verwoordden hun ideeën over de problemen van de Nederlandse strip in een ingezonden brief in NRC Handelsblad. Vervolgens mochten ze op visite bij minister Plasterk en nog geen jaar later begint ArtEZ Art & Design in Zwolle met een opleiding Comic Design en is er een intendant voor strips aangesteld die de Nederlandse strip een impuls moet geven. Het kan snel gaan, maar voordat er stripboeken uit de drukpers rollen zoals Ergens waar je niet wil zijn en Leentje en Sofie ben je bijna tien jaar verder.
In België, of beter gezegd Vlaanderen, gaf minister Bert Anciaux al in 2000 het startschot voor de operatie Redt de Vlaamse strip. Het Vlaams Fonds voor de Letteren stippelde toen een traject uit, dat inzette op het opleiden, financieel ondersteunen, publiceren en marketen van veelbelovende auteurs. De resultaten van die zorgvuldig geregisseerde, regionale cultuurpolitiek werden op het prestigieuze stripfestival in Angoulême echt duidelijk: een nieuwe generatie auteurs presenteerde zich op de expositie Ceci n’est pas la BD flamande. Dat zorgde voor veel publiciteit en interesse van buitenlandse uitgevers voor Vlaams talent.
De hype die daardoor werd gecreëerd maakt iedereen benieuwd naar die ‘Vlaamse Golf’. Twee recente stripboeken waarvan je je kunt afvragen of ze er zonder die steun zouden zijn, zijn Ergens waar je niet wil zijn en De maagd en de neger 2, Leentje en Sofie. Dat dit soort boeken worden gemaakt door auteurs in een klein taalgebied is bijzonder. De oplagen voor artistiek verantwoorde strips zijn te vergelijken met die van poëziebundels. Het is bijna onmogelijk om daar winst mee te maken, dus is ondersteuning door de overheid broodnodig, net zoals dat bij film, literatuur of beeldende kunst al jaren gewoon is.
Brecht Evens is een van die auteurs aan het begin van zijn carrière, en heeft nu al een interessant oeuvre opgebouwd. Ergens waar je niet wil zijn is zijn nieuwste, verbluffende boek, waarvan de vertalingen in het Frans en Engels al staan gepland.
Het verhaal begint wat somber met een feestje bij iemand thuis. Gert heeft ‘iedereen’ uitgenodigd voor wat een middelbare-schoolreünie lijkt. Het feest komt echter niet van de grond. Mensen zitten in een kringetje, praten over koetjes en kalfjes of roken onder de afzuigkap in de keuken. De belangrijkste vraag van de avond is of Robbie ook zal komen. Gert praat er de hele avond omheen en verzekert de gasten dat deze populaire klasgenoot, die bijna een mythische figuur wordt, hem heeft gebeld en ‘onderweg is’. Dus blijft iedereen hangen bij het feestje van Gert, waarvan duidelijk wordt dat hij juist niet populair is. Evens neemt er de tijd voor om te laten zien hoe groepsprocessen werken. Beleefd zijn tegen de gastheer, die niet bij gesprekken wordt betrokken; alleen blijven omdat Robbie zou kunnen komen. Als die dan definitief afzegt loopt het snel leeg, ondanks Gerts wanhopige poging de stemming erin te houden met een rondje wodka (‘Ik mag geen alcohol’, ‘Het wordt al laat’, ‘Ze neemt medicatie’).
Dan begint het tweede deel van het boek: Gert gaat naar een discotheek waar hij heeft afgesproken met Robbie. Dan wordt duidelijk wat er nu zo bijzonder is aan Robbie. Hij is een nachtvlinder met veel charisma waar iedereen direct verliefd op wordt. De avond in Disco Harem, waar Robbie altijd te vinden is, wordt er een om nooit te vergeten… Op een vlijmscherpe manier brengt Evens sociale verhoudingen van personages in kaart, en bovendien is Ergens waar je niet wil zijn een feest voor het oog. Evens combineert op een vrije manier teken- en schilderwerk tot een wervelend, kleurrijk stripfeest. Zonder kaders en wars van bijna alle conventies die in de strip gelden, wisselt hij sierlijk getekende passages af met paginagrote schilderijen van een discotheek die op zijn grondvesten schudt.
Bijna gelijktijdig met dit indrukwekkend goede stripboek verschijnt de langverwachte opvolger van Judith Vanistendaels debuutstrip De maagd en de neger. Zelden werd een Nederlandstalige strip zo de hemel in geprezen als dat semi-autobiografische boek over een jonge studente die verliefd wordt op een asielzoeker uit Togo en met hem trouwt voor een verblijfsvergunning. In de opvolger pakt Vanistendael de draad een paar jaar later weer op. Hoofdpersoon Sofie heeft inmiddels een dochter, Leentje. Ze ontmoet Abou na jaren weer in het park, waardoor ze gaat graven in het verleden. In deel 1 draaide het verhaal vooral om de reactie van de ouders op Sofie’s nieuwe vriend en de problemen die iemand ontmoet die wacht op een verblijfsvergunning. In Leentje en Sofie gaat Vanistendael dieper in op de gelukkige relatie die ze met Abou had en de reden waarom ze uiteindelijk zijn gescheiden.
De kracht van beide boeken ligt in de manier waarop Vanistendael maatschappelijke problemen soms teder naar een persoonlijk niveau vertaalt. Het gaat wel over de problematiek rondom asielzoekers, maar dan niet om cijfers of discussies over Fort Europa, waarin degene die het hardst schreeuwt altijd gelijk krijgt. Vanistendael laat zien dat asielzoekers ook gevoel voor humor hebben, verliefd kunnen worden, maar ook gekweld worden door nachtmerries over martelingen. Ze tekende het eerste deel op een zwierige, vrije manier die deed denken aan het werk van Craig Thompson (Een deken van sneeuw). In het tweede deel is ze daar nog beter in geworden. Met name als de emoties oplaaien, vallen de tekeningen bijna van de pagina’s af.
Net als Brecht Evens is Judith Vanistendael een Vlaamse striptekenaar die spannende, vernieuwende boeken maakt. Dat heeft weinig met hypes te maken, maar waarschijnlijk alles met slimme overheidssubsidies die ervoor zorgen dat talenten zich kunnen ontwikkelen.