Nader tot u

Van de boom waarop ik uitkijk, zijn op enkele na haast alle bladeren afgevallen. Het is immers herfst. Een enkel blad trotseert nog de najaarsstorm. Dat zijn de bladeren waar mijn hart naar uitgaat. Het zijn volhouders, doorzetters, doorbijters, net als ik.

Het laatste blad sta ik jaarlijks met een vlindernetje op te wachten, posterend onder de stam. Wanneer ook hij tenslotte moegestreden naar beneden dwarrelt, ren ik hem achterna totdat ik hem mijn bezit mag noemen. Eenmaal gedroogd gaat hij het herbarium in, het boek waarin ook zijn voorgangers rusten.
Ik heb me nog niet eens voorgesteld, u kent mijn naam noch mijn beroep. En toch kent u mij al veel beter dan de mensen uit mijn directe omgeving, die geen oog hebben voor de wijze waarop ik in het leven sta en uitsluitend belangstelling hebben voor mijn geld en mijn succes. Trouwens, terwijl ik deze notities maak zijn er alweer miljarden bladeren over de gehele wereld aan de boomtakken ontrukt. Duizenden mensen zijn geboren, duizenden mensen zijn gestorven. Ja, het vinden van een verwante ziel is en blijft een mirakel.
Maar als wij niet bereid zijn om door middel van ontboezemingen - zoals de mijne - onze ziel voor elkander bloot te leggen, is het vinden van zo'n verwante ziel een onmogelijkheid. Vandaar dat ik heb besloten met ingang van herfst 1996 uitsluitend nog uitspraken te doen over hetgeen mij wezenlijk bezig houdt. Als iedereen mijn voorbeeld volgt (en daar reken ik op), leidt dit tot een kettingreactie - en dan valt binnenkort over de gehele wereld een diepe stilte. Het is de stilte voor de storm van maximale openhartigheid. Wedden?