17 december 1921 – 8 juli 2013

Nadezhda Popova

Op haar zestiende maakte Nadezhda Popova haar eerste solovlucht. Ze werd een van de beste Russische pilotes tijdens de Tweede Wereldoorlog. Altijd wist ze aan de Duitsers te ontkomen.

Nachthexen noemden de nazi’s hen, nacht­heksen. Omdat de vliegtuigen van multiplex en canvas waar ze in vlogen een suizend geluid maakten dat hen deed denken aan het geluid van een heks op een bezemsteel. Duitse piloten die zo’n heks wisten neer te schieten werden stante pede beloond met een ijzeren kruis.

Ondanks hun mythische naam, die een geduchte reputatie verraadt, zijn de vrouwelijke Russische piloten die dienden in het Rode Leger nu goeddeels vergeten. Stalin wilde aanvankelijk niets weten van vrouwelijke soldaten. Maar toen het sovjetleger in 1941 grote verliezen had geleden begon hij massale campagnes om vrouwen te verleiden dienst te nemen. Eind van dat jaar richtte hij drie vrouwelijke luchtmachteenheden op, na een succesvolle lobby van Marina Raskova, een pilote die verschillende luchtvaart­records had gebroken. In de vier jaar die volgden voerden die regimenten dertigduizend gevechtsvluchten uit. De pilotes waren jong, vaak zelfs nog geen twintig jaar oud, ze dienden vrijwillig en waren buitengewoon moedig.

Om te beginnen vlogen ze in de dubbel­dekker Polikarpov Po-2, een verouderd toestel uit de jaren twintig dat zo licht was dat ze zonder parachute, geschut, radio en radar op weg gingen. Ze hadden slechts de beschikking over kaart en kompas, en twee bommen, die onder de vleugels waren bevestigd – meer was te zwaar – waardoor ze meerdere keren op en neer moesten vliegen. Hun uniformen waren afdankertjes van mannelijke piloten. Ze gingen eropuit in het donker, de Po-2’s waren rank en vlogen laag, waardoor ze niet gesignaleerd werden door radars. De tactiek was de motoren vlak voor het doelwit uit te zetten; het vliegtuig gleed dan stil door de nacht en de bommen werden gedropt. Het was vaak ­ijskoud, de gezichten van de pilotes bevroren in de open cockpit en hun tenen voelden als ijsblokjes.

De traagheid van de Po-2’s was tegelijkertijd hun kracht: de snellere Duitse Messerschmitts konden ze maar moeilijk raken, ook omdat de Po-2 extreem wendbaar was. Bovendien ­voerden de pilotes hun missies uit in een formatie van drie. Twee vliegtuigen fungeerden als ­lokaas, probeerden de aandacht van de ­zoeklichten te vangen en vlogen dan in tegengestelde ­richting weg. Het derde glipte er in het donker ­tussendoor en wierp zijn bommen. Daarna werd er van rol gewisseld, tot iedereen de bommen had gelost. Je had stalen zenuwen nodig om lokaas te zijn. De Duitsers verspreidden het gerucht dat de pilotes speciale injecties en pillen kregen om ze ‘een katachtig zicht in de nacht’ te geven.

Nadezhda Popova was een van de beste nachtheksen. Ze werd in 1921 geboren in de Oekraïne, haar vader werkte bij de spoorwegen. Ze hield als adolescente van zingen en dansen en droomde ervan actrice te worden. Totdat er een vliegtuig vlak bij het ouderlijk huis landde en er een piloot uitstapte. ‘Ik dacht: mijn god, hij is een gewone man’, zei ze daar later over. ‘We raakten de vleugels van het vliegtuig aan en zijn leren jack… en ik dacht dat ze van een soort Hercules waren. En toen dacht ik: het zou geweldig zijn als ik kon vliegen als een vogel.’ Ze meldde zich aan bij een vliegvereniging – er waren er maar liefst honderdvijftig in die jaren in de Sovjet-Unie – en in 1937, ze was toen zestien jaar, maakte ze haar eerste parachutesprong en haar eerste solovlucht. Ze werd al snel vlieginstructrice.

Ze meldde zich bij het 588ste regiment van nachtbombardementen toen de oorlog haar zelf raakte, uit wraak. Haar broer sneuvelde aan het front bij de Duitse invasie. ‘Hij was twintig en had nog nooit een meisje gekust’, herinnerde ze zich. ‘Mijn moeder huilde: “Die vervloekte Hitler.” Ik zag hoe de Duitse luchtmacht langs wegen vloog waarop mensen op de vlucht waren en hoe ze op hen schoten met hun machine­geweren.’ De ‘lachende gezichten van de nazi­piloten’, die op onschuldige vrouwen en kinderen richtten, raakten in haar geheugen gegrift. En toen werd het ouderlijk huis ook nog geconfisqueerd door de Gestapo.

Popova ging 852 keer op missie, in Rusland, Polen en Berlijn. De eerste keer dat ze uitvloog werden twee vriendinnen neergeschoten. ‘Ik moest meteen daarna op een andere missie’, vertelde ze aan een Russische journalist in 2003. ‘Het was de beste manier om te zorgen dat ik er niet steeds aan moest denken.’ Ze sprak ook over een andere gruwelijke missie, toen ze werd gevangen in de zoeklichten: ‘Ik manoeuvreerde en zag dat ze zich plotseling verplaatsten naar een ander vliegtuig dat achter me vloog. Vijandige vliegtuigen schoten erop, het vloog in brand en viel neer. Dat was één. Toen draaide ik m’n hoofd om en zag een tweede vliegtuig in vlammen opgaan en toen een derde dat de hemel verlichtte als een vallende fakkel. Tegen de tijd dat ik terug was, waren vier van onze vliegtuigen verdwenen en waren acht van onze meisjes levend verbrand.’

Verschillende keren werd ook haar vliegtuig geraakt, maar ze wist altijd te ontkomen. Toen ze in juli 1942 werd neergeschoten sloot ze zich aan bij troepen van de landmacht die zich terugtrokken. In de menigte bevond zich nog een piloot, een man, Semyon Kharlamov. Alleen zijn ogen waren door het verband om zijn hoofd zichtbaar, maar ze raakten al snel in gesprek over literatuur – hij las een epische roman van Mikhail ­Sholokhov en zij citeerde poëzie – en hij maakte haar aan het lachen. Ze zagen elkaar nog een aantal keer tijdens de oorlog en ontmoetten elkaar aan het eind ervan bij de Reichstag in Berlijn, waar ze hun namen op de muur krabbelden. Kort daarna trouwden ze.

Na de oorlog werd ze weer vlieginstructeur. Ze kreeg, onder meer, de sovjetmedaille van eer, de Orde van Lenin en de Orde van de Rode Ster. In 2010 blikte ze nog een keer terug: ‘Soms staar ik in het duister en doe mijn ogen dicht. Ik kan mezelf dan nog steeds voorstellen als jong meisje, hoog in de lucht met mijn kleine bommenvliegtuig. En dan vraag ik mezelf af: “Nadia, hoe deed je dat allemaal?”’