Nagelaten bekentenis

Jannetje Koelewijn, De hemel bestaat niet, euro 19,95
Jannetje Koelewijn, De hemel bestaat niet, euro 15,95 (e-book)

De journaliste Jannetje Koelewijn (1959), ze is redacteur bij NRC Handelsblad, heeft een indrukwekkend boek geschreven over haar ouders. Zeggen wat zo indrukwekkend is aan De hemel bestaat niet is niet zo moeilijk.
Maar eerst iets over de achtergrond. Jannetje komt uit een gezin van zes kinderen, wat voor die tijd al veel was. Haar ouders waren, of zijn, want in het boek dat drie maanden geleden uitkwam leven ze nog, beiden afkomstig uit een gereformeerd milieu, van vaderskant is dat Spakenburg, van moederskant Friesland. Maar haar ouders groeiden daar niet op. Hún ouders waren er al weggetrokken, naar Amsterdam-Noord, of daar in de buurt, en Jannetje zou daar ook opgroeien.
Een boek schrijven over je opa of je oma komt vaker voor; een boek over je ouders, zeker als die nog leven, is andere koek. Waarom heeft Jannetje Koelewijn dat gedaan? Het antwoord op die vraag staat eigenlijk al direct in het eerste hoofdstuk. Of beter: het staat indirect in dat eerste hoofdstuk.
Voor haar moeder, die begint te dementeren, hoeft het allemaal niet. Ze is er ook niet echt op tegen, eigenlijk interesseert het haar niet. ‘Wat heeft een mens er nou aan in het verleden te leven?’ Het is haar vader die erop zinspeelt tijdens een etentje. Het was de dochter al opgevallen dat hij die middag een sombere, lusteloze indruk maakte. Koelewijn schrijft, de klaagzang van haar oude vader weergevend in de indirecte rede: 'Zijn ogen worden met de dag slechter, straks ziet hij helemaal niets meer. En dan? Wat moet hij dan? Hele dagen is hij alleen met zijn gedachten en het zijn er zoveel. Alles weet hij nog. Hij zou het willen intypen op de computer. Maar dat is nou net het probleem: hij kan de letters niet meer lezen.’
Al die gedachten die hij zou willen intypen op de computer drukken deze voor moderne begrippen streng gereformeerde man, die toch zijn hele leven aan het geloof is blijven twijfelen, zwaar op het gemoed. Koelewijn schrijft, nog steeds in dat eerste hoofdstuk: 'Dan belt hij me op om te zeggen dat hij een belangrijk besluit heeft genomen. Hij is voornemens, zegt hij, me openheid van zaken te geven.’ De dochter vraagt: openheid waarover? De vader antwoordt: 'Mijn zieleleven.’ En voegt eraan toe: 'En dan bedoel ik dat ik het ook met je over de intimiteiten tussen je moeder en mij zal hebben.’
Wie het boek eenmaal uit heeft, haar vader inmiddels goed heeft leren kennen, en dan dat eerste hoofdstuk nog eens leest, begrijpt dat het boek voor haar vader de functie van een biecht heeft. Tegenover zijn dochter noemt hij het mislukken van zijn huwelijk 'het failliet van zijn leven’. Koelewijn schrijft: 'Ik heb met hem te doen, maar dat zeg ik niet. Ik zeg dat hij overdrijft.’ Maar ze weet dat hij gelijk heeft, al zegt ze dat niet met zoveel woorden.
Dat is onder andere wat dit boek indrukwekkend maakt: de geserreerde stijl. Koelewijn, de journaliste, schrijft als een romancier, die de lezer zelf zijn of haar conclusies laat trekken. Ik noemde haar stijl geserreerd, maar je zou die net zo goed gereformeerd kunnen noemen, bijna korzelig. Waar Koelewijn goed in is - net als in haar reportages in NRC Handelsblad - is zaken met een bedrieglijk koele distantie weergeven. Gaandeweg het verhaal, als je de 'personages’ beter leert kennen, voel je steeds sterker de emotionele lading achter die distantie. Nergens wordt de vertellende dochter sentimenteel. Dat heeft ook wel iets hards. Wat ook wel weer bij dat gereformeerde milieu past.
De hemel bestaat niet is de geschiedschrijving van een eeuw, een beetje à la Geert Mak. Van de hondenkar waarmee overgrootmoeder nog op pad moest om tientallen kilometers van huis vis te gaan verkopen, tot de auto die in de jaren zestig kan worden gekocht, door haar vader, die het uiteindelijk tot directeur zou schoppen en wiens kinderen allemaal gaan studeren.
En toch is het onmogelijk het boek te lezen als een succesverhaal. Het is een drama, maar welk leven is dat uiteindelijk niet? Er zijn mooie momenten, gelukkige perioden, vooral tijdens de eerste jaren van het huwelijk van Jannetje’s ouders. De balans slaat om als haar jongste zusje wordt geboren. Vanaf dat moment ligt haar moeder steeds vaker apathisch op de bank. Maar zo ver is het nog lang niet als Jannetje’s vader te horen krijgt, van een man die hij toevallig ontmoet, dat hij ervoor moet oppassen zijn vrouw niet kwijt te raken. De man, die hem dan pas twee dagen kent: 'Je bent altijd maar aan het woord, altijd maar verhalen vertellen, je weet alles het beste, en als een ander wat zegt…’
'Dan luister ik echt, hoor.’
'Maar daarna begin je meteen te roepen: nee, nee, nee, nee, nee, nee. En dan vertel je hoe het volgens jou zit.’
'En dan horen ze dat ik gelijk heb.’
Dat haar vader deze kritiek nooit heeft vergeten, die verstikkende kant van hem dus wel zag, er decennia jaren later nog aan zijn dochter over kan vertellen, zegt wel wat. Maar het was zijn karakter, en het werd zijn lot.

JANNETJE KOELEWIJN
DE HEMEL BESTAAT NIET: OVER HET LEVEN VAN MIJN OUDERS
Amstel Uitgevers, 272 blz., € 19,95