Naguib Mahfouz (1911-2006)

chroniqueur van zijn tijd

‘Als lezer bewonder ik vooral zijn vermogen een verhaal te vertellen. Zijn beschrijvingen van het leven in Cairo zijn zo goed dat je het bijna als een film voor je ziet. Als vertaler bewonder ik zijn ongelooflijke taalvaardigheid. Naguib Mahfouz is in het Arabische taalgebied een absoluut unieke figuur.’

Djûke Poppinga, die een belangrijk deel van het werk van de vorige week overleden Egyptische Nobelprijswinnaar Naguib Mahfouz uit het Arabisch in het Nederlands vertaalde, werd voor het eerst met zijn werk geconfronteerd tijdens haar studie: ‘Bijzonder is dat Mahfouz zijn romans helemaal in klassiek Arabisch schrijft. Nergens vervalt hij in het Egyptische dialect, iets wat andere auteurs vaak wel doen. Desondanks zijn al zijn boeken levendig en is de taal levend. Mahfouz hanteert de taal op een manier die het formele karakter van het klassiek Arabisch doet verdwijnen. Zelfs de dialogen zijn in klassiek Arabisch, maar ze lezen als spreektaal.’

De ontwikkeling van het schrijverschap van Mahfouz loopt parallel aan de ontwikkeling van zijn land. ‘Zijn werk geeft een prachtig beeld van de politieke en sociale geschiedenis van de Egyptische samenleving. Zo begint hij in de jaren dertig met historische romans die spelen in het oude Egypte. Daarna volgt een aantal sociaal-realistische, kritische romans die in Cairo spelen, gevolgd door de beroemde Cairo-trilogie. Na een korte periode waarin hij weinig schrijft, produceert hij in vrij korte tijd een hele serie romans waarin de zoektocht van de individuele mens centraal staat. Uiteindelijk keert hij terug bij het genre waarmee hij is begonnen: maatschappijkritische romans.’

‘Verandering’ beschouwt Poppinga als het belangrijkste thema van Mahfouz. ‘De langzame verandering die ons allen treft. Veranderingen die traag en slepend, op kousenvoeten een mensenleven binnensluipen. Een mooi voorbeeld hiervan is te vinden in zijn trilogie. Daarin beschrijft Mahfouz de langzame ondergang van het premoderne Cairo, de stad waarin hij is opgegroeid en die hem tot zijn dood zal fascineren. Hij beschrijft die stad zoals hij die nog voor zich ziet, met zijn nauwe steegjes, theehuizen en kleine werkplaatsen, maar waarvan hij weet dat het gedoemd is te verdwijnen. De hoofdpersonen in dit drie delen tellende epos weten het niet, maar de lezer proeft het vanaf de eerste bladzij. Hun wereld, hun leven is eindig. Je zou die veranderingen in het werk van Mahfouz trouwens ook het noodlot kunnen noemen. Zoals in Begin en eind. In dit sombere boek ligt het onvermijdelijke vanaf het begin als een loodzware deken over alles heen. En het eindigt dan ook noodlottig. De broer begeleidt zijn zuster naar de Nijlbrug. Zij moet zelfmoord plegen. Als het onafwendbare einde nadert — de broer heeft de plons waarmee haar lichaam het water raakt al gehoord — bekruipt hem het vage besef dat het anders had gekund, misschien zelfs anders had gemoeten. Maar hij weet niet hoe. En hij loopt moedeloos en alleen terug naar zijn familie. Dit boek, waarin eerwraak het instrument van het noodlot is, is een van de vele die in de Arabische wereld tot controverse hebben geleid.’

Radicale islamisten in Egypte verweten Mahfouz dat hij goddeloos was, zedenloos en erger. De grootste problemen ontstonden bij de publicatie van Kinderen van Gabalawi. In deze allegorische roman beschikt de onzichtbare stamvader van een Cairotische volkswijk over het lot van zijn roemrijke nageslacht, beginnend bij Adam en de profeten (Mozes, Christus en Mohammed) en eindigend bij de tovenaar Arafa, die de wetenschap, of de rationele, moderne filosofie belichaamt. Hoewel het er in eerste instantie op lijkt dat de tovenaar de morele winnaar is van het verhaal, rekent Mahfouz aan het einde ook met hem af. Godsdienst mag dan geen uitkomst bieden, de wetenschap en de ratio doen dat, zo lijkt hij te zeggen, uiteindelijk ook niet. Terwijl hij dus geen stelling voor of tegen de godsdienst neemt, is vooral dit boek hem op de eeuwige toorn van de extremisten komen te staan. Het werd hem kwalijk genomen dat hij de nakomelingen van Gabalawi, die overduidelijk gelijkenis met de stichters van de drie wereldgodsdiensten vertonen, als feilbare mensen afschilderde. In 1994 werd zelfs een aanslag op zijn leven gepleegd.

Poppinga: ‘Ondanks de vaak duidelijk aantoonbare kritiek op de maatschappij en op de heersende religieuze opvattingen in veel van zijn werken kun je niet zeggen dat Mahfouz een politiek schrijver was. Daarvoor is de kritiek vaak te verhuld, de toon bijna te zacht. En hoewel zijn ‘‘gematigde’’ opvattingen over het vredesproces in Israël en de zaak-Rushdie bekend waren, was hij er de man niet naar om zich actief in het politieke debat te mengen. Hij was allereerst een chroniqueur van zijn tijd. Dat zijn verhalen dikwijls een gevoelige snaar raakten, nam hij op de koop toe.’

Joost Vermeulen

Het werk van Mahfouz verschijnt in Nederlandse vertaling bij uitgeverij De Geus