Naked lunch @ 50

Vijftig jaar terug verscheen The Naked Lunch, het ‘oerscript’ van William Burroughs over drugsverslaving en ontaarding. Het dirty book inspireerde talloze beroemde (beat)- schrijvers en muzikanten en behoort tot de honderd belangrijkste Engelstalige boeken van na 1923.

NAKED LUNCH@50
ANNIVERSARY ESSAYS
Redactie Oliver Harris en Ian MacFadyen, Southern Illinois University Press, 312 blz., $ 34,95

Vijftig jaar geleden publiceerde de dwarse Franse uitgeverij Olympia Press The Naked Lunch, de tweede roman van de Amerikaanse beatschrijver William Burroughs, het vervolg op Junky. Olympia had twee poten. De voornaamste bron van inkomsten was de Traveller’s Companion Series, een reeks gewaagde erotische pockets – DBs, oftewel dirty books – vooral bedoeld voor Engelstalige toeristen en Amerikaanse GI’s in Parijs. Daarnaast publiceerde het bedrijf van Maurice Girodias baanbrekende literatuur waar de concurrentie de vingers niet aan durfde te branden, zoals Samuel Becketts Watt (1954), Vladimir Nabokovs Lolita (1955) en Henry Millers Tropic of Cancer (1956).
The Naked Lunch (later Naked Lunch) was beide. Er werden tienduizend exemplaren van gedrukt, het dubbele van een normale DB-oplage. Voor die eerste druk wordt inmiddels ruim 750 dollar gevraagd, terwijl een door Burroughs gesigneerd exemplaar twintigduizend dollar moet opbrengen. Niet slecht voor een plotloos, ogenschijnlijk structuurloos boek over de abjecte menselijke aard, verslaving en controle, met sprekende aarzen en homoseksuele bavianen. Een boek dat uiteindelijk het daglicht zag dankzij de vernuftige bemiddeling van een onbekende Zuid-Afrikaanse dichter.
Naked Lunch is een literair werk waarvan de mythe de inhoud zodanig heeft overschaduwd dat het een zelfstandige biografie verdient, waarin het ontstaan, de bedoelingen, structuur en effecten zorgvuldig worden geanalyseerd. Het boek werd een bijbel voor hipsters en creëerde een cultus van schrijvers, muzikanten, vrijdenkers, lezers, freaks en literati, die dit jaar in Parijs, Londen, Chicago, Lawrence (Kansas), Bristol, New York en San Francisco festiviteiten bijwonen rond Naked Lunch @ 50.
Sinds 1959 verschenen niet alleen ontelbare drukken en vertalingen, tevens werden herhaaldelijk nieuwe, uitgebreidere versies aan het publiek gepresenteerd. Literaire coryfeeën als J.G. Ballard en Burroughs-biograaf Barry Miles schreven een voorwoord voor verschillende heruitgaven. Zelfs de Amerikaanse uitgave van Grove Press uit 1966 oversteeg de doorsnee pocket door in de inleiding delen uit een rechtszaak in Boston over te nemen, waar onder anderen Norman Mailer en Allen Ginsberg getuigden om het in 1962 uitgevaardigde Amerikaanse verbod op Naked Lunch (vanwege ‘obsceniteiten’) ongedaan te maken. Mailer noemt Burroughs ‘mogelijk de meest talentvolle schrijver in Amerika’.
William Seward Burroughs (1914-1997) schreef Naked Lunch grotendeels in Tanger, waar hij in 1954 belandde. De titel, ooit geopperd door zijn vriend Jack Kerouac, was volgens Burroughs slechts voor één interpretatie vatbaar: ‘Een naakte lunch, een bevroren moment waarin iedereen ziet wat er aan het eind van de vork zit.’ De voornaamste plek van handeling, de Interzone, baseerde hij op de Noord-Marokkaanse havenplaats, die tussen 1945 en 1956 als een soort onafhankelijke stadstaat functioneerde en werd bestuurd door de consuls van acht Europese landen. Corruptie, smokkel, geld witwassen, het was allemaal geen probleem in Tanger, net zo min als seks, drugs en homoseksualiteit. Hoewel Burroughs dankbaar gebruikmaakte van de drugs (hij teerde op het legaal verkrijgbare eukodol, synthetische morfine) en de jongens die zich aanboden, was Tanger voor hem niet het paradijs dat het wél was voor de Canadese kunstenaar Brion Gysin en het Amerikaanse schrijverspaar Jane en Paul Bowles, die geheel opgingen in de Marokkaanse cultuur.
Burroughs worstelde met zijn homoseksualiteit en drugsverslaving en had diepe schuldgevoelens over de dood van zijn partner Joan, die hij in 1951 in Mexico-Stad tijdens een dronken, uit de hand gelopen Willem Tell-imitatie door het hoofd had geschoten. Het ongeluk was een nachtmerrie die hem tot zijn dood zou blijven achtervolgen.
Voor het schrijven van Naked Lunch zwoer hij de harddrugs (tijdelijk) af, maar hij nam nog wel hasj en majoun (een zoete hasjpasta). Tanger stelde hem in staat een totale outsider te worden, die door zijn buurtgenoten el hombre invisible werd genoemd, de onzichtbare man. In Hotel El Muniria werkte hij als een bezetene aan zijn gigantische ‘oerscript’ over drugsverslaving en ontaarding, dat niet alleen de basis voor Naked Lunch zou vormen, maar ook voor zijn volgende trilogie. De handgeschreven pagina’s vielen op de grond, op elkaar, naast elkaar en al snel door elkaar. Zijn collega’s Alan Ansen, Allen Ginsberg en Paul Bowles hielpen hem met typen en de boel te ordenen.
In 1957 benaderde Ginsberg voor de eerste keer Olympia Press met een dik pak papier, het manuscript voor Naked Lunch. Girodias bekeek het, typeerde het als een ‘briljant, totaal iconoclastisch werk’ en weigerde het uit te geven omdat het te lezersonvriendelijk was. Bovendien vond hij de seksscènes weinig appetijtelijk.
Pas nadat de Chicago Review in 1958 delen had afgedrukt en er een rel rond Burroughs en diens taalgebruik was ontstaan (Amerika was nog niet gewend aan ass en fuck), toonde Girodias interesse, want controverse verkoopt. Hij gaf de Zuid-Afrikaanse dichter Sinclair Beiles opdracht het manuscript aan de inmiddels naar Parijs verhuisde Burroughs te ontfutselen.
Beiles was net als vele andere vrijbuiters eind jaren vijftig via Tanger in Parijs aangespoeld. Hij had een dirty book voor Olympia geschreven en werkte nu als redacteur voor de uitgeverij. Burroughs had hij in Tanger ontmoet. Op een dag klopte hij op de deur van Burroughs’ kamer in een naamloos, smerig hotel op 9, Rue Gît-le-Coeur, dat dankzij de Amerikaanse schrijvers die er verbleven de bijnaam Beat Hotel had gekregen. Hij trof Burroughs aan in een strak zittend zwart pak vol kaarsvlekken, druk bezig met een vloeistof in een flesje. Burroughs herkende Beiles niet. ‘Well son, ik ben blij dat je op tijd bent voor je psychoanalyse’, zei hij en vroeg welke behandeling Beiles wilde. Beiles, niet gauw uit het veld geslagen, antwoordde dat hij de ‘contractuele’ behandeling wilde.
‘Zal ik dan met mijn eigen ervaringen beginnen?’ vroeg Burroughs. ‘Ja. Als je me dat manuscript daar kan geven’, zei Beiles en wees naar een stapel papier in een bak. ‘Dan kan ik er dit weekend naar kijken.’
‘Natuurlijk jongeman’, zei Burroughs.
Beiles spoedde zich naar Girodias. Weldra brak er paniek uit. Burroughs had inmiddels zoveel versies van Naked Lunch geschreven dat hij totaal het overzicht kwijt was. Er waren delen die hij had herschreven en stukken die hij alsnog wilde invoegen. Er moest keihard worden gewerkt. Beiles en Burroughs’ oude Tanger-kameraad Brion Gysin namen ombeurten plaats achter de typemachine, terwijl Burroughs delen selecteerde uit de stapel papier die in de loop der jaren tot ruim duizend pagina’s was uitgegroeid.
Beiles pendelde tussen het Beat Hotel en Olympia Press. De pagina’s werden in een tamelijk willekeurige volgorde naar de drukkerij verzonden. Burroughs schrok: het zou maanden gaan kosten om dat allemaal op volgorde te leggen. Beiles keek naar de drukproeven, schudde zijn hoofd en zei dat de volgorde waarin het lag de juiste was. Het enige wat Burroughs hoefde te doen, zei hij, was een nawoord schrijven waarin hij de lezer vertelde dat het boek op elke gewenste volgorde kon worden gelezen. Burroughs was tevreden met die oplossing: ‘Zo is het’, zei hij. ‘We hebben het niet op volgorde gelegd. Het was puur willekeurig. Maar hoe willekeurig is willekeurig? Precies, dat is de vraag die iedereen stelt, hoe willekeurig is willekeurig. Tja, hoeveel meer weet je dan je weet dat je weet?’
In juli 1959 kwam de eerste uitgave van The Naked Lunch. Het publiek kreeg een niet na te vertellen absurdistische, soms zieke, soms komische satire voorgeschoteld over de mechanismen (seks, drugs, taal, virussen) waarmee de maatschappij haar onderdanen onderwerpt. Burroughs schrijft over controle en onderdrukking en gebruikt daarvoor de chaotische, helse visioenen van een drugsverslaafde, het prototype van ‘de ongewenste’. Verknipte personages als Dr. Benway zouden in zijn andere werk terugkeren. Het taalgebruik is krachtig en onbarmhartig. Burroughs excelleert in zijn zogenaamde ‘routines’, situaties die tot in het surrealistische uiterste worden doorgevoerd. Het boek leest als free jazz: ongestructureerd, met terugkerende thema’s en daartussen veel improvisatie. Nooit saai.
Ook bleek Burroughs over profetische gaven te beschikken. Afgezien van zijn voorspelling van een alomtegenwoordige drugscultuur introduceerde hij islamitische zelfmoordterroristen en beschreef een virus dat aan aids doet denken.
Burroughs en Naked Lunch lieten uiteindelijk diepe sporen na in de populaire cultuur, als een virus waar Burroughs zo dol op was. In 1991 werd het boek verfilmd door de Canadese regisseur David Cronenberg, die delen uit de roman verbond met biografische elementen uit het leven van de auteur, zodat er iets ontstond wat op een narratief leek. Burroughs werd ook held voor talloze muzikanten. Kurt Cobain was een grote fan, en Patti Smith, Frank Zappa, Tom Waits, DJ Spooky, Laibach, David Bowie en Soft Machine (vernoemd naar zijn derde roman). Joy Division zette de song Interzone op de debuutelpee en Steely Dan ontleende zijn naam aan een dildo in Naked Lunch. Literaire erkenning kwam in 2005, toen Time Magazine Naked Lunch een plek gaf in het pantheon van de honderd belangrijkste Engelstalige boeken van na 1923.
Bijna allen die aan de totstandkoming van The Naked Lunch meehielpen werden later beroemd. Behalve Sinclair Beiles. In een ongedateerde brief aan Burroughs schreef hij: ‘Het is een feit dat Naked Lunch zonder mij nooit gepubliceerd zou zijn. Ik was het die bij Girodias bleef doorzagen over Naked Lunch. Zo vermoeiend vond hij me dat hij me uiteindelijk naar het Beat Hotel stuurde om het manuscript op te halen. En ik trof jou daar aan, zo ver heen dat je dacht dat je een psychiater was en ik je patiënt.’
Beiles overleed in 2000, drie jaar na Burroughs, als een pauper in het Johannesburg General Hospital.