Recensie

Namen van beitels

Anjet Daanje
Gezel in marmer
Thomas Rap, 397 blz., 19,90

Je kunt niet alle boeken lezen, laat staan bespreken, ik heb daar begrip voor. Maar langzamerhand begint het bij het werk van Anjet Daanje op te vallen dat recensenten uit landelijke kranten en weekbladen het volledig laten afweten. Daanje schreef al vijf romans en in NRC Handelsblad, Volkskrant, Elsevier, Parool, Algemeen Dagblad, Haagse Post, Vrij Nederland verscheen tot nu toe geen enkele recensie. Ik weet het omdat ik het op de fraaie website van deze belangrijke schrijfster heb opgezocht en het is een schande.

Wel in De Groene Amsterdammer, god zij dank. Marja Pruis besprak haar nieuwste boek Gezel in marmer (2006) volkomen terecht uitermate gunstig. «Wondermooi geschreven», noemt ze het en ze prijst de ingenieuze compositie, de rijkdom van het verhaal en de diepgang van de problematiek. Zelf besprak ik twee boeken van Daanje in de Leeuwarder Courant zeer enthousiast, ook haar eerdere roman Veelvuldig en alleen (2004). Mijn laatste zin over Gezel in marmer ging als volgt: «En toen het uit was zat ik er stil bij te kijken en voelde ik mezelf denken waar je als lezer altijd op hoopt: eindelijk, eindelijk weer eens een echt mooie roman.»

Het is een raadsel dat iemand die zo goed schrijft en dat al jaren doet, toch totaal wordt overgeslagen door vrijwel alle recensenten. Want Daanje is goed, zeer goed, ik schaam me gewoon het hier toch nog een keer te zeggen, het had allang overal gezegd moeten worden. Lees haar laatste boek en verwonder je. Ze schrijft precies, glashelder en doelgericht proza dat aan alle kanten deugt, dat een verhaal niet botweg van a naar b vervoert, maar alle lagen laat zien van menselijk gedrag, illusies, verraad, en van schrijfkunst.

Bij Daanje is schrijven echt nog een kunst, geen invuloefening, maar een vorm van zoekend denken en schrijven over menselijk gedrag en hoe je dat in een verhaal kunt onderbrengen. Denk niet dat ze het moet hebben van dat etherische fluisterproza waarmee sommige schrijvers en schrijfsters in Nederland piepkleine belevenissen over niks proberen op te blazen tot minuscule verhaaltjes waartussen zich veel wit bevindt. Haar proza staat onwankelbaar en ze weet hoe ze iets overdraagt zonder oeverloos uit te willen leggen. Ze schrijft direct en laconiek, schijnbaar zonder literair vertoon, ze heeft haar best erop gedaan net te doen alsof haar proza toevallig uit haar pen is gerold. Ja, vergeet het maar, dit is proza van een grote urgentie.

In Gezel in marmer gaat het om een conflict tussen een beeldhouwster en een steenhouwster. Wie is belangrijker: de bedenker of de uitvoerder? Het buitengewone is dat Daanje je steeds het gevoel geeft dat ze perfect op de hoogte is van deze beeldhouwwereld. Ze weet hoe het werkt, hoe je opgeleid wordt tot steenhouwster, welke namen beitels hebben, hoe je moet hakken, wat er komt kijken om marmer glad te krijgen. Ze schreef haar roman dus van binnenuit en langzamerhand dompelt ze je als lezer onder in een onoplosbaar conflict tussen twee vrouwen over loyaliteit en artistieke ambitie. Nan Geerlings, de steenhouwster, is een indrukwekkend personage dat zich kan meten met andere grote vrouwfiguren uit onze literatuur. Ik begon van haar te houden en ik haatte haar, ze is sterk en oneindig zwak, ze is gek en normaal, ze laat zich oren aannaaien en ze deelt uit. Verdomme, wat wil je nog meer?

Maar goed, het heeft weinig zin om collega-recensenten de oren te wassen. Die hebben het natuurlijk veel te druk om zo hard mogelijk achter de nieuwste «spraakmakende» roman van een toch al spraakmakende schrijver aan te rennen, waar je dan later een verkeerde smaak van in je mond krijgt. Ik weet dat maar al te goed omdat ik het zelf vaak dus ook doe. Ze moeten het allemaal zelf maar weten. Kijk rustig niet verder dan je neus lang is, stoor je niet aan mij. Schrijf maar weer een of ander lulartikel dat het niet deugt met het proza in Nederland en dat De Belgen veel beter zijn.

Nu begin ik toch weer kwaad te worden, merk ik, ik had me voorgenomen dat in ieder geval niet te doen. Het merkwaardige is dat ik het idee heb dat Anjet Daanje het allemaal niets kan schelen of wij haar werk goed of slecht vinden. Ze gaat haar eigen gang, laat zich door niemand de wet voorschrijven en weet zich gesteund door haar uitgever, Thomas Rap. Daanje maakt zich nergens druk over, alleen over haar werk. Als ze dit artikel ooit leest, weet ik zeker dat ze denkt: ach man, bemoei je met je eigen zaken.

* Kees ’t Hart is criticus en schrijver