Nanny cam

Na twee lockdowns en de komst van een nieuwe huisgenoot was de hond toe aan een herontdekking van haar autonomie. Ik was zo’n beetje anderhalf jaar thuis geweest, in drie verschillende huizen. De jaren daarvóór, toen we leefden met de overeenkomst dat ik van huis kon gaan en zij erop vertrouwde dat ik ook weer terugkwam, leken uit haar geheugen gewist.

Oppervlakkig gezien leek ze een devoot nonnetje dat onvermoeibaar achter mij, haar mens, aantrippelde, maar in werkelijkheid was ze van haar geloof gevallen: zonder mijn fysieke aanwezigheid bestond ik niet, was ze moederziel alleen op deze wereld en blafte ze uit verontwaardiging om dit onrecht de hele buurt bij elkaar. Het was, kortom, tijd om onze toxische relatie weer gezond te maken. En hoewel ons oude leven niet zou terugkeren, kon ik ons nieuwe leven wel upgraden; de omnipresente godheid worden die ik was geweest, afwezig en alomtegenwoordig tegelijkertijd.

De hondencamera was van een geavanceerd soort. Ik wilde het goed aanpakken en zoals iedereen die het goed wil aanpakken, was ik een kwetsbare consument. De camera was aangesloten op een app. De app stuurde me een notificatie wanneer de hond blafte. Via de app kon ik dan, van waar dan ook, zien wat mijn hond uitvoerde, en dat niet alleen: ik kon zelfs terugpraten. Dit alles moest dienen als een tijdelijk hulpmiddel in mijn streven op goede voet te blijven verkeren met mijn buren. Zodra de hond alleen kon blijven zonder te blaffen, zou ik de camera ontkoppelen en opbergen in de kast met spullen die lagen te verstoffen zonder dat ik ze op Marktplaats zette. De hond had recht op onzichtbaarheid als ik van huis was. Zodra ze zich weer koest hield, was het allerminst mijn zaak wat ze uitvoerde in mijn afwezigheid.

Goedgeluimd verliet ik mijn huis voor een oefenronde. Op de stoep luisterde ik ingespannen naar geluiden van boven. Na zeven minuten begon het blaffen, een paar seconden later verscheen de melding op mijn telefoon. Ik drukte op het microfoontje en begon tegen de hond te praten. Daar stond ik: een vrouw op de stoep voor haar eigen huis, de naam van haar hond scanderend in haar telefoon (het is schrikbarend hoe snel je zelf die gekke buurvrouw bent).

Een paar dagen later zat ik te typen in een café. Mijn telefoon begon te trillen. ‘Jouw hond is aan het blaffen’, zei de app, ‘klik om te zien wat er aan de hand is.’ Ik wierp een blik op de slapende hond aan mijn voeten. Wat de hondencamera had gedetecteerd was geen blaffen maar het huilen van mijn baby, die thuis was bij de oppas. Als ik op de play-knop zou klikken, zou ik mijn woonkamer zien met de oppas en de baby erin. Ik zou ze kunnen afluisteren, ik zou ze zelfs rot kunnen laten schrikken door terug te gaan praten.

Wat begon met een blaffende hond, eindigde voor je het wist in Das Leben der Anderen

Aan deze mogelijkheid had ik geen moment gedacht, en de notificatie alleen al voelde als een schending van hun privacy – ik vertrouwde de oppas volledig en voelde niet de minste behoefte haar te bespieden, of überhaupt te weten wanneer mijn baby huilde; in zekere zin bestonden ze niet in de uren dat ik van huis was.

In de dagen erna staarde de hondencamera me aan vanuit haar hoekje in de woonkamer. Het ding leek minder vriendelijk dan voorheen, de neutraal ogende technologie alleen maar een huls die een piepklein, morsig ambtenaartje verborg, belast met de taak om iedere ongeregeldheid vast te leggen en te rapporteren. De oppas kwam weer, ik kreeg opnieuw meldingen, meer meldingen dan de vorige keer, zou er iets niet goed zijn?

Ik googelde op ‘spying on babysitter’ en ontdekte, naast een oneindige hoeveelheid porno, allerlei websites met een ruim aanbod van nanny cams. ‘Leaving your child with a sitter can be a daunting prospect’, stond er te lezen op een van de sites. ‘A nanny cam is an affordable way to gain peace of mind while you’re away from your children.’

Het kwam me ineens voor als de grote paradox van deze tijd: we werden verleid ons onbeschaamd over te geven aan de meest neurotische, invasieve, wantrouwende praktijken met de belofte dat het de gecreëerde neuroses zelf waren die ons gerust zouden stellen. Wat begon met een blaffende hond, eindigde voor je het wist in Das Leben der Anderen. Ik zag mezelf al zitten, een paar straten verderop, niet langer schrijvend aan mijn belangrijke roman maar turend naar het schokkerige beeld van de camerabeelden op mijn telefoon.

Inmiddels ben ik in Zwitserland. Mijn moeder past op het huis en de hond. Ik open de app op mijn telefoon. Klik om te zien wat er aan de hand is.